Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Treurmaina
Treurmaina | Acridotheres tristis
Common Myna | Miná común
De treurmaina is een Aziatische spreeuwachtige die als exoot op Hawaï is ingeburgerd en daar tot de meest zichtbare vogels van dorpen, parkeerterreinen en hotelgazons hoort. De soort staat op de IUCN-lijst van honderd invasiefste soorten ter wereld, als een van slechts drie vogels daarop.
Geluid
Het repertoire bestaat uit krassen, kwetterende rijtjes, klikken, korte fluitjes en een laag grommend geluid, vaak in lange reeksen zonder vaste opbouw. Voor het invallen op de gezamenlijke slaapplaats maakt een groep een langdurig, gelijktijdig geroezemoes dat tientallen meters ver draagt. Alarmroepen zijn hard en aanhoudend; nabootsing van andere geluiden komt voor, maar is beperkt.
Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · Al Mamzar Park, Dubai, United Arab Emirates · xeno-canto
Herkenning
Een gedrongen, spreeuwgrote vogel met een kastanjebruin lichaam, een zwarte kop en borst en een kale, felgele huidvlek achter het oog. Snavel en poten zijn geel. In de vlucht vallen grote witte vlakken in de handpennen op en een witte staartpunt. Op de grond loopt hij met korte, doelgerichte stappen in plaats van te huppen. De geslachten zien er gelijk uit; jonge vogels zijn doffer bruin, met een kleinere gele oogvlek.
Verwarringssoorten
De spreeuw is kleiner, korter van staart en in winterkleed zwart met witte spikkels, zonder kastanjebruin en zonder gele huidvlek. Op Hawaï is de treurmaina de enige gevestigde maina, zodat verwarring daar vooral met eigen jonge vogels speelt. In Zuid-Florida en Zuid-Californië zijn lokaal ook andere ingevoerde maina's ontsnapt, waaronder de brahmaanse maina, die een kuif draagt en een zwart-witte kop heeft.
Leefgebied
Vrijwel altijd in de buurt van mensen: dorpen en steden, parken en tuinen, akkerland, weiland met vee, vuilstortplaatsen en havengebied. Hij broedt in holtes van gebouwen, in dode palmstammen en in holle bomen, en gebruikt ook nestkasten. Gesloten inheems bos benut hij nauwelijks, zodat hij op Hawaï vooral in het laagland blijft; wel verplaatst hij zaden van invasieve struiken als lantana naar nieuwe plekken.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het oorspronkelijke areaal loopt van Iran en Afghanistan door Pakistan, India en Nepal tot Zuid-China en Zuidoost-Azië. De soort is ingevoerd in Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en op talrijke eilanden in de Indische en de Grote Oceaan. Op Hawaï werd ze in 1865 vanuit India losgelaten om rupsenplagen in het suikerriet te bestrijden; ze is er nu standvogel in het laagland van alle grote eilanden. In Zuid-Florida bestaat sinds de jaren tachtig een gevestigde populatie, vooral rond Miami en de landbouwgebieden bij Homestead; in Zuid-Californië en Zuid-Texas gaat het om kleine, lokale groepen.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Op Hawaï hoef je er niet naar te zoeken: vrijwel elk parkeerterrein en elk grasveld bij een strand levert hem het hele jaar door op. Op het vasteland is een supermarktparkeerplaats of een veemarkt in Zuid-Florida de meest betrouwbare plek. Let tegen de avond op de luidruchtige gezamenlijke slaapbomen, vaak palmen langs een doorgaande weg.
Staat van instandhouding
Wereldwijd is de soort niet bedreigd (LC) en breidt ze zich nog steeds uit. Als exoot is ze juist een beheersvraagstuk: ze bezet nestholtes die inheemse holenbroeders nodig hebben, eet eieren en jongen, verspreidt zaden van invasieve struiken en draagt op eilanden bij aan de verspreiding van parasieten en ziekteverwekkers. Op Hawaï richt het beheer zich vooral op het weren van maina's rond zeevogelkolonies en op het beperken van voedselresten bij gebouwen; volledige verwijdering is op de grote eilanden niet aan de orde.
Wetenschappelijke naam
Acridotheres tristis | (Linnaeus, 1766)
Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Paradisea tristis; omdat ze later naar Acridotheres verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Als typelocatie zijn de Filipijnen opgegeven, wat volgens Stresemann (1952) op een vergissing berust: het beschreven exemplaar kwam vrijwel zeker uit Pondichéry in Zuid-India. Acridotheres komt van het Griekse akris 'sprinkhaan' en thēras 'jager'; tristis is Latijn voor 'droevig' of 'somber', en dat woord keert terug in de Nederlandse naam treurmaina. Maina zelf is een Hindi-woord.




