Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Treurmaina

Treurmaina | Acridotheres tristis

Common Myna | Miná común

De treurmaina is een Aziatische spreeuwachtige die als exoot op Hawaï is ingeburgerd en daar tot de meest zichtbare vogels van dorpen, parkeerterreinen en hotelgazons hoort. De soort staat op de IUCN-lijst van honderd invasiefste soorten ter wereld, als een van slechts drie vogels daarop.

Treurmaina (Acridotheres tristis)
Foto: Tisha Mukherjee — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het repertoire bestaat uit krassen, kwetterende rijtjes, klikken, korte fluitjes en een laag grommend geluid, vaak in lange reeksen zonder vaste opbouw. Voor het invallen op de gezamenlijke slaapplaats maakt een groep een langdurig, gelijktijdig geroezemoes dat tientallen meters ver draagt. Alarmroepen zijn hard en aanhoudend; nabootsing van andere geluiden komt voor, maar is beperkt.

Luister: ZangXC1157330

Opname: David Darrell-Lambert — CC BY-NC-SA 4.0 · Al Mamzar Park, Dubai, United Arab Emirates · xeno-canto

Herkenning

Een gedrongen, spreeuwgrote vogel met een kastanjebruin lichaam, een zwarte kop en borst en een kale, felgele huidvlek achter het oog. Snavel en poten zijn geel. In de vlucht vallen grote witte vlakken in de handpennen op en een witte staartpunt. Op de grond loopt hij met korte, doelgerichte stappen in plaats van te huppen. De geslachten zien er gelijk uit; jonge vogels zijn doffer bruin, met een kleinere gele oogvlek.

Verwarrings­soorten

De spreeuw is kleiner, korter van staart en in winterkleed zwart met witte spikkels, zonder kastanjebruin en zonder gele huidvlek. Op Hawaï is de treurmaina de enige gevestigde maina, zodat verwarring daar vooral met eigen jonge vogels speelt. In Zuid-Florida en Zuid-Californië zijn lokaal ook andere ingevoerde maina's ontsnapt, waaronder de brahmaanse maina, die een kuif draagt en een zwart-witte kop heeft.

Leefgebied

Vrijwel altijd in de buurt van mensen: dorpen en steden, parken en tuinen, akkerland, weiland met vee, vuilstortplaatsen en havengebied. Hij broedt in holtes van gebouwen, in dode palmstammen en in holle bomen, en gebruikt ook nestkasten. Gesloten inheems bos benut hij nauwelijks, zodat hij op Hawaï vooral in het laagland blijft; wel verplaatst hij zaden van invasieve struiken als lantana naar nieuwe plekken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.

Verspreiding en trek

Het oorspronkelijke areaal loopt van Iran en Afghanistan door Pakistan, India en Nepal tot Zuid-China en Zuidoost-Azië. De soort is ingevoerd in Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en op talrijke eilanden in de Indische en de Grote Oceaan. Op Hawaï werd ze in 1865 vanuit India losgelaten om rupsenplagen in het suikerriet te bestrijden; ze is er nu standvogel in het laagland van alle grote eilanden. In Zuid-Florida bestaat sinds de jaren tachtig een gevestigde populatie, vooral rond Miami en de landbouwgebieden bij Homestead; in Zuid-Californië en Zuid-Texas gaat het om kleine, lokale groepen.

HawaïNiihauKauaiOahuLanaiMolokaiKahoolaweMauiHawaii
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de kaart van Noord-Amerika zou deze vogel een stipje linksonder zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Per eiland gemeten aan de waarnemingen van GBIF: het aantal waarnemingen van de soort gedeeld door alle vogelwaarnemingen daar, per seizoen, net als op de gewone kaart. Op Niihau en Kahoolawe wordt zo weinig gekeken dat de meting daar zwijgt en de standaardwerken het zeggen. Eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Op Hawaï hoef je er niet naar te zoeken: vrijwel elk parkeerterrein en elk grasveld bij een strand levert hem het hele jaar door op. Op het vasteland is een supermarktparkeerplaats of een veemarkt in Zuid-Florida de meest betrouwbare plek. Let tegen de avond op de luidruchtige gezamenlijke slaapbomen, vaak palmen langs een doorgaande weg.

Staat van instandhouding

Wereldwijd is de soort niet bedreigd (LC) en breidt ze zich nog steeds uit. Als exoot is ze juist een beheersvraagstuk: ze bezet nestholtes die inheemse holenbroeders nodig hebben, eet eieren en jongen, verspreidt zaden van invasieve struiken en draagt op eilanden bij aan de verspreiding van parasieten en ziekteverwekkers. Op Hawaï richt het beheer zich vooral op het weren van maina's rond zeevogelkolonies en op het beperken van voedselresten bij gebouwen; volledige verwijdering is op de grote eilanden niet aan de orde.

Wetenschappelijke naam

Acridotheres tristis | (Linnaeus, 1766)

Linnaeus beschreef de soort in 1766 als Paradisea tristis; omdat ze later naar Acridotheres verhuisde, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Als typelocatie zijn de Filipijnen opgegeven, wat volgens Stresemann (1952) op een vergissing berust: het beschreven exemplaar kwam vrijwel zeker uit Pondichéry in Zuid-India. Acridotheres komt van het Griekse akris 'sprinkhaan' en thēras 'jager'; tristis is Latijn voor 'droevig' of 'somber', en dat woord keert terug in de Nederlandse naam treurmaina. Maina zelf is een Hindi-woord.