Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Spreeuw
Spreeuw | Sturnus vulgaris
European Starling | Estornino pinto
Een gedrongen, kortstaartige zwarte vogel met een spitse gele snavel en een verenkleed dat in de zon paars en groen oplicht. Hij hoort hier niet van nature thuis: in 1890 werden er in New York enkele tientallen losgelaten, en binnen zestig jaar zat hij van Alaska tot Neder-Californië. Daarmee is hij een van de talrijkste vogels van het continent geworden.
Geluid
Er wordt gezongen vanaf een dakrand, een antenne of een kale tak, met de snavel omhoog en de vleugels wijd uitgeslagen en trillend — een houding waaraan de zanger van ver te herkennen is. In de stroom van fluitjes en ratels zitten nabootsingen die per vogel verschillen: de roep van de killdeerplevier, een torenvalk, een autoalarm, een fluitketel. Kenmerkend is een langgerekt, opklimmend tsjuuuu waarmee een reeks vaak wordt afgesloten. De gewone roep is een hard tsjer; bij een langsvliegende sperwer klinkt een scherp gilletje waarop de hele zwerm ineenklapt.
Opname: Philippe_Grange — CC0 · Arrondissement de la Roche-sur-Yon (near La Roche-sur-Yon), Vendée, Pays de la Loire, France · xeno-canto
Herkenning
Op afstand een zwarte vogel; van dichtbij glanst het verenkleed groen en paars over kop, borst en rug. In het najaar is hij dicht bezet met witte en okerkleurige veerpunten en in het voorjaar bijna egaal donker, en de snavel verkleurt daarbij van hoornbruin naar helder geel. Het mannetje heeft aan de snavelbasis een blauwgrijze vlek, het vrouwtje een lichtroze. Vogels van het eerste jaar zijn effen muisgrijs met een lichte keel en worden vaak voor een andere soort aangezien. Het silhouet is onmiskenbaar: een korte staart, een spitse kop en in vlucht driehoekige vleugels.
Verwarringssoorten
De bruinkopkoevogel (Molothrus ater) is even donker maar heeft een korte, dikke kegelsnavel, een langere staart en bij het mannetje een bruine kop. De glanstroepiaal (Quiscalus quiscula) is fors groter, heeft een lange staart die aan het eind kielvormig wordt gedragen en een fel geel oog. De epauletspreeuw heeft rode schouders en zit doorgaans in riet en ruigte in plaats van op straat. Wie in de nazomer een egaal grijsbruine vogel met een gele snavel over een gazon ziet lopen, heeft vrijwel zeker een jonge spreeuw voor zich.
Leefgebied
Akkerland, weiland en veehouderij, tuinen, parken, stadspleinen, bedrijventerreinen en vuilstorten — overal waar korte begroeiing is en een holte om in te broeden. Voedsel wordt bij voorkeur op kort gras gezocht: de gesloten snavel wordt in de zode gestoken en daarna opengeduwd, zodat de vogel tussen de wortels kan kijken. Gesloten bos, uitgestrekt struweel, moeras en woestijn worden gemeden. Voor het nest volstaat een spechtenholte, een dakpan of een lantaarnpaal.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Van huis uit een Europese en West-Aziatische vogel; de Noord-Amerikaanse bevolking gaat terug op een loslating in Central Park in New York in 1890 en een tweede het jaar daarop, samen ongeveer honderd vogels. Rond 1900 zat hij nog binnen de omgeving van de stad, in 1928 aan de Mississippi, in 1942 aan de Pacifische kust en in de jaren vijftig in Alaska en Noord-Mexico. Nu broedt hij van Zuid-Alaska en het bewoonde deel van Canada tot Zuid-Florida, Zuid-Texas en Neder-Californië, met een aparte bevolking rond Mexico-Stad; 's winters schuiven noordelijke vogels op tot Veracruz, de Bahama's en oostelijk Cuba. Op Bermuda, Jamaica en Puerto Rico zijn afzonderlijk vogels uitgezet die zich hebben gehandhaafd.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Kijk in november in het uur voor zonsondergang naar een rietveld, een viaduct of een groep bomen bij een winkelcentrum: dan komen de spreeuwen van kilometers ver aanvliegen. Wie de zang wil ontleden, gaat in maart onder een zingend mannetje staan en telt de nabootsingen; drie of vier herkenbare andere soorten in één minuut is niet ongewoon. Op een gemaaid gazon is hij het jaar rond te vinden, en dat is meteen de beste plek om zomer- en winterkleed te leren onderscheiden.
Staat van instandhouding
Partners in Flight schat de wereldpopulatie op tweehonderdvijftig miljoen vogels. In Noord-Amerika neemt het aantal sinds 1966 met ruim één procent per jaar af, tot een halvering in 2023. Als holenbroeder verovert hij nestholten op inheemse soorten, en daarom valt hij niet onder de Migratory Bird Treaty Act; onderzoek uit 2003 vond onder zevenentwintig inheemse soorten alleen bij de sapspechten een aantoonbare achteruitgang.
Wetenschappelijke naam
Sturnus vulgaris | Linnaeus, 1758
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Sturnus vulgaris, in hetzelfde geslacht waarin ze nog staat; auteur en jaartal blijven daarom zonder haakjes. Sturnus is het gewone Latijnse woord voor spreeuw en vulgaris betekent 'algemeen, alledaags'. De typelocatie ligt in Zweden, en daarin verschilt deze soort van bijna elke andere in deze gids: ze is beschreven naar een Europees exemplaar, want in 1758 kwam ze in Noord-Amerika nog niet voor. Het geslacht Sturnus gaat op dezelfde uitgave van 1758 terug.




