Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Tropische koningstiran
Tropische koningstiran | Tyrannus melancholicus
Tropical Kingbird | Tirano Tropical
De tropische koningstiran is de wijdst verspreide koningstiran van het werelddeel: van Zuid-Arizona en Zuid-Texas loopt het areaal door tot in Argentinië. Hij zit op draden, paaltjes en dode takken boven open terrein en vangt van daaruit vliegende insecten. In Noord-Amerika is hij vooral een vogel van Mexico; in de Verenigde Staten broedt hij alleen in de uiterste zuidpunt van twee staten.
Geluid
De roep is een hoge, tinkelende triller: een snelle reeks dunne pip-notities die aaneenrijgen tot pip-pip-pip-pirrrr, zonder de nasale, schurende ondertoon van de Texaanse koningstiran. Bij dageraad brengt het mannetje een langere versie waarin dezelfde notities in groepjes worden herhaald. Het geluid draagt ver en is in de overlapzone in Texas het enige echt sluitende kenmerk.
Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · Brejo do tricolino oliváceo - Campestre de Goiás, Brazil · xeno-canto
Herkenning
Een zware tiran met een grote kop en een lange, dikke snavel. Kop en nek zijn grijs met een donker masker door het oog; de rug is grijsgroen, de vleugels en staart zijn grijsbruin. De keel is bleekgrijs, daaronder loopt olijfgroen over in helder geel dat tot op de borst doorkomt. De staart is bruin, zonder wit, en heeft een duidelijke inkeping tot lichte vork. In de kruin zit een oranjegele vlek die alleen bij opwinding zichtbaar wordt.
Verwarringssoorten
De Texaanse koningstiran is vrijwel identiek en wordt op roep gescheiden: pip-pip-pirrrr (tinkelend) tegenover kip-kip-brieer (nasaal en schurend). Verder heeft de tropische koningstiran gemiddeld een langere, zwaardere snavel en een grijsbruinere, minder groene rug. De Arkansaskoningstiran heeft witte buitenste staartpennen en een rechte, zwarte staart; de tropische koningstiran mist dat wit en heeft een gevorkte staart. Cassins koningstiran heeft een donkergrijze kop en borst, een witte kinvlek en een vierkante staart met bleke eindzoom. De grijze koningstiran heeft helemaal geen geel.
Leefgebied
Open en halfopen terrein met verspreide bomen en uitkijkposten: savanne, open eikenland, akkerranden, weiland, parken, dorpsranden en de oeverzone van rivieren en kreken. Ook randen van tropisch bos, mits er open ruimte is om te jagen. Gesloten bos mijdt hij. Hij past zich aan door mensen gemaakte landschappen aan en zit vaak op telefoondraden langs wegen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
Het areaal loopt van Zuid-Arizona en de benedenloop van de Rio Grande door heel Midden-Amerika tot in Midden-Argentinië. In het grootste deel van Mexico en Midden-Amerika is hij standvogel; aan de noordrand, in Sonora, West-Chihuahua, Arizona en Zuid-Texas, is hij zomervogel en trekt hij in de winter zuidwaarts. Buiten de broedtijd duiken jaarlijks dwaalgasten op langs de Pacifische kust van de Verenigde Staten en Canada, vooral in september tot november; sinds 2000 zijn er ook meer meldingen uit het binnenland en het oosten.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in Texas af op het geluid en niet op het uiterlijk: een zwijgende vogel in het lagere Rio Grande-dal is meestal niet op naam te brengen. De beste kans in de Verenigde Staten is mei tot augustus in Patagonia en Nogales in Arizona, of langs de Rio Grande bij Brownsville. Kijk naar de staart: een inkeping zonder wit sluit de Arkansaskoningstiran uit.
Staat van instandhouding
De IUCN beschouwt de soort als niet bedreigd (LC). Partners in Flight (het Noord-Amerikaanse samenwerkingsverband voor vogelbescherming) schat de wereldpopulatie op ongeveer 200 miljoen broedvogels en geeft de soort 4 van 20 op de Continental Concern Score (de Noord-Amerikaanse zorgscore van 1 tot 20), de laagste zorgcategorie. De aantallen zijn stabiel tot toenemend; de soort profiteert van ontbossing en van open, door mensen gemaakte landschappen, omdat die meer jachtterrein en meer uitkijkposten opleveren. Het broedareaal in Arizona en Texas is in de twintigste eeuw uitgebreid.
Wetenschappelijke naam
Tyrannus melancholicus | Vieillot, 1819
Vieillot beschreef de soort in 1819 als Tyrannus melancholicus, naar een exemplaar uit Paraguay; auteur en jaar staan zonder haakjes omdat het geslacht sindsdien niet is gewijzigd. Tyrannus is Latijn voor 'alleenheerser' of 'koning', naar de verborgen kruinvlek en het verjagen van veel grotere vogels bij het nest. De soortnaam melancholicus betekent 'zwaarmoedig'; waarom Vieillot die koos, blijkt niet uit de beschrijving.





