Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Kaapse oehoe

Kaapse oehoe | Bubo capensis

Cape Eagle-Owl | Búho del Cabo

De Kaapse oehoe is een grote, krachtige uil van bergen en rotskloven, met oranje ogen, lange oorpluimen en grove donkere vlekken op de borst. Hij lijkt op de veel algemenere Afrikaanse oehoe, maar is zwaarder gebouwd en heeft grotere poten en klauwen.

Kaapse oehoe (Bubo capensis)
Foto: Luke Seitz — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een diepe, krachtige roep van twee of drie tonen, HOOO-hoo, met de nadruk op de eerste, lager en harder dan die van de Afrikaanse oehoe. Het vrouwtje roept hoger. Bij verstoring bij het nest een blaffend wak-wak en snavelklappen.

Luister: RoepXC1004191

Opname: Ranive — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

48–58 cm. Bovendelen donker warmbruin met lichte en okerkleurige vlekken. De borst is wit tot okergeel met grote, donkerbruine vlekken aan de zijkanten; de buik is grof donker gebandeerd. De gezichtssluier is roestbruin met een zwarte rand; de ogen zijn oranje tot oranjegeel. De oorpluimen zijn lang en rechtop. De poten zijn zwaar bevederd, met grote tenen en klauwen. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje. De vogels van Zimbabwe en noordelijker zijn groter en donkerder dan die uit de Kaap.

Verwarrings­soorten

De Afrikaanse oehoe Bubo africanus is kleiner en slanker, heeft meestal gele ogen en een fijn en regelmatig gebandeerde onderzijde zonder grove borstvlekken; er komen echter Afrikaanse oehoes met oranjeachtige ogen voor, wat tot verwarring leidt. Verreauxs oehoe Ketupa lactea is groter en bleek grijs, met donkerbruine ogen en roze oogleden.

Leefgebied

Rotsachtige heuvels, kloven, kliffen en berghellingen, van fynbos en Karoo tot montaan grasland; ook in rotsige savanne met kopjes. Jaagt vooral op middelgrote zoogdieren zoals klipdassen, rotsratten en hazen, en op frankolijnen en duiven. Broedt op een richel, in een rotsholte of tussen stenen op een steile helling.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk in bergachtige delen van het gebied: de Kaapse plooiketens en de Karoo-bergen, de Drakensberg, Lesotho, de oostelijke escarpment en de bergen van Limpopo, Eswatini, zuidelijk Namibië, het zuidoosten van Botswana, de Matobo en de oostelijke hooglanden van Zimbabwe, het aangrenzende deel van Mozambique en de hoogvlakten van Malawi en Zambia. Buiten het gebied in de hooglanden van Oost-Afrika tot Kenia en Ethiopië.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Zoek in de schemering een steile kloof of rotswand in de Karoo, de Drakensberg of de Matobo en luister naar de diepe dubbele hoeptoon. De vogel komt vaak op een uitstekende rots zitten om rond te kijken. Overdag verraden witte uitwerpselen en braakballen met klipdassenbeenderen onder een richel een rustplaats.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar in het hele gebied in lage dichtheid en weinig bekend. Aanvaringen met hoogspanningsleidingen en afrasteringen, vergiftiging en verstoring door klimmers en recreatie zijn de belangrijkste gemelde doodsoorzaken.

Wetenschappelijke naam

Bubo capensis | Smith, 1834

Smith beschreef de soort in 1834 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Bubo werd in 1805 ingevoerd door Duméril. Bubo is het Latijnse woord voor de oehoe. capensis betekent 'van de Kaap'; het eerste exemplaar kwam uit de omgeving van Kaapstad. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Kaapstad, Zuid-Afrika.