Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Pels visuil

Pels visuil | Scotopelia peli

Pel's Fishing Owl | Cárabo Pescador Común

Pels visuil is een grote, roestbruine uil zonder oorpluimen die 's nachts vis vangt uit rivieren en lagunes. Het is voor veel vogelaars een van de meest gezochte soorten van zuidelijk Afrika: schuw, gebonden aan hoge oeverbossen en overdag verscholen in het dichte bladerdak.

Pels visuil (Scotopelia peli)
Foto: Derek Keats from Johannesburg, South Africa — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zeer diepe, zoemende hoeptoon, hoommm-hut, over grote afstand hoorbaar, vooral in het eerste deel van de nacht; paren roepen in duet. Daarnaast een langgerekt, klaaglijk en stijgend gejammer, wieeeuuu, door jongen en vrouwtjes, dat bij het kampvuur vaak voor een ander dier wordt gehouden.

Luister: DuetXC1177930

Opname: Francesco Barberini — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

55–63 cm, spanwijdte ruim anderhalve meter. Het hele kleed is warm roestbruin tot oranjebruin, van boven fijn donker gebandeerd, van onderen lichter met kleine donkere pijlvlekjes. De kop is groot en rond, zonder echte oorpluimen, maar losse kopveren geven de vogel vaak een ruige, afgeplatte kop. Een duidelijke gezichtssluier ontbreekt; de ogen zijn groot en zwartbruin. De poten zijn onbevederd en lichtgeel, met ruwe, stekelige tenen om vis vast te houden. Het vrouwtje is iets groter en lichter gekleurd. Jonge vogels zijn bleker en donziger.

Verwarrings­soorten

De kleine visuil Scotopelia bouvieri, alleen in het noorden van Angola en aangrenzend Zambia, is kleiner, lichter en duidelijk gestreept in plaats van gebandeerd. Verreauxs oehoe Ketupa lactea is grijs, fijn gemarmerd en heeft oorpluimen en roze oogleden. De grootte, de roestbruine kleur en de ronde kop zonder oorpluimen maken Pels visuil verder onmiskenbaar.

Leefgebied

Grote, permanent stromende rivieren, lagunes en moerassen met hoog oeverbos van vijgen, ebben en andere zware bomen. Jaagt vanaf een lage tak boven het water en grijpt vis van 100 tot 2000 gram net onder het wateroppervlak; vangt ook kikkers en krabben. Broedt in een holte in een grote boom of een brede boomvork.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van zuidelijk Afrika.

Verspreiding en trek

Plaatselijk langs grote rivieren: de Okavangodelta en de Linyanti- en Chobe-rivier in Botswana en de Zambeziregio van Namibië, de Zambezi met de Kariba- en Mana Pools-vlakten, de Luangwa en Kafue in Zambia, de Shire in Malawi, de rivieren van Mozambique, het oosten van Angola, en in Zuid-Afrika het noorden van het Krugerpark (Luvuvhu, Limpopo) en sporadisch noordelijk KwaZulu-Natal. Buiten het gebied verspreid langs rivieren van West- tot Oost-Afrika.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. okt–mrt)
  • Wintergast (ca. apr–sep)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

De bekendste plekken zijn de Okavango-panhandle bij Shakawe, de lagunes in de Okavangodelta, Mana Pools, de Luangwa en Pafuri in het Krugerpark. Laat je overdag door een lokale gids naar een bekende roestboom brengen en kijk omhoog naar de dikke horizontale takken. 's Nachts hoor je de diepe hoeptoon over het water en kun je met een zwakke lamp langs de oever naar een jagende vogel zoeken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar in Zuid-Afrika als bedreigd aangemerkt door het kleine aantal paren. Kwetsbaar voor het verdwijnen van hoog oeverbos door kap, olifanten en bosbranden, voor afnemende waterafvoer in rivieren door stuwdammen en irrigatie, en voor verstoring en visserij met netten.

Wetenschappelijke naam

Scotopelia peli | (Bonaparte, 1850)

Bonaparte beschreef de soort in 1850 als Strix peli; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Scotopelia werd in 1850 ingevoerd door Bonaparte. Scotopelia combineert het Griekse skotos, 'duisternis', met het epitheton van Strix peli, de visuil waarvoor het geslacht werd opgericht — een 'nachtelijke Pel-uil'. peli eert Hendrik Severinus Pel (1818–1876), gouverneur van de Nederlandse Goudkust (nu Ghana) van 1840 tot 1850, die er vogels verzamelde en prepareerde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ashanti, Ghana.