Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Bergkalanderleeuwerik
Bergkalanderleeuwerik | Melanocorypha bimaculata
Bimaculated lark | Calandria bimaculada
De kalanderleeuwerik van de Aziatische bergsteppe: even zwaar gebouwd, met dezelfde zwarte halsvlek, maar zonder de witte vleugelachterrand die zijn westelijke tegenhanger verraadt. Hij broedt van Centraal-Anatolië tot Kirgizië en trekt in de winter helemaal het kaartgebied uit; in Noordwest-Europa is hij een van de grootste zeldzaamheden die er bestaan.
Geluid
De zang lijkt sterk op die van de kalanderleeuwerik, maar is droger en schraler, met kortere zinnen, meer pauzes en veel imitaties van steppevogels. Hij zingt in een wijde, cirkelende zangvlucht boven de helling, met dezelfde trage klapperende vleugelslag, en daarnaast vanaf een steen of een aardkluit. De roep is een kort, droog tsjrup en een hard, ratelend trrp-trrp, iets scherper en minder rollend dan bij de kalanderleeuwerik. Hij zingt van maart tot in juni, ook midden op de dag in volle zon.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Forse leeuwerik met een grote kop, een dikke bleke snavel en een korte staart, net iets kleiner en compacter dan de kalanderleeuwerik. Het kopatroon is contrastrijker: een lange, romige wenkbrauwstreep die achter het oog breed uitloopt, een donkere oogstreep en een licht omrande wangvlek. Aan weerszijden van de onderhals staat een zwarte vlek, vaak halvemaanvormig en soms bijna aaneengesloten over de borst. Bovendelen zandbruin met donkere schubtekening, borst oker met fijne strepen, buik roomwit. In vlucht is de vleugel egaal: de armpennen missen elke witte achterrand en de ondervleugel is grijzig, niet roetzwart. De staart is donker met smalle witte punten aan de buitenste veren, dus geen witte staartzijden.
Verwarringssoorten
Alles draait om de kalanderleeuwerik — zie ook zijn eigen soortpagina, waar hetzelfde verschil vanaf de andere kant is beschreven. Die is groter en zwaarder, heeft een brede witte achterrand aan de vleugel, een roetzwarte ondervleugel en witte zijranden aan de staart; zijn kop is egaler getekend, met een minder scherpe wenkbrauwstreep. Zit de vogel op de grond, kijk dan naar de staartpunt: witte punten aan een verder donkere staart wijzen op de bergkalanderleeuwerik, witte staartzijden op de kalanderleeuwerik. De veldleeuwerik is slanker, dunsnaviger, heeft een kuifje en witte buitenste staartveren en mist de zwarte halsvlekken. Wie in West-Europa een grote leeuwerik met halsvlekken vindt, moet de vleugel in vlucht hebben gezien voordat hij hem opschrijft.
Leefgebied
Droge, steenachtige berg- en hoogvlaktesteppe met korte, ijle begroeiing, van ongeveer 800 tot ruim 2700 meter: alsemsteppe, kussentjesvegetatie op grind, kale leem- en zoutvlaktes rond de Anatolische zoutmeren en de graanakkers en braakvelden aan de voet van de hellingen. Hij zit graag waar de bodem meer kaal is dan begroeid, en foerageert lopend tussen de stenen. Het nest ligt in een kuiltje onder een pol of een steenrand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Centraal- en Oost-Turkije, Armenië, de Kaukasus, Libanon, Israël, Syrië en Noord-Irak, oostwaarts door Iran en Turkmenistan tot Afghanistan, Zuid-Kazachstan en Kirgizië. Het westelijke deel van dat areaal ligt binnen het kaartgebied, het grootste deel erbuiten. Vrijwel de hele populatie verlaat het broedgebied in september en overwintert in Noordoost-Afrika, op het Arabisch Schiereiland en in Noordwest-India. In Noord- en West-Europa is hij een dwaalgast: enkele tientallen gevallen voor het hele werelddeel, met een handvol in Nederland en Groot-Brittannië, bijna altijd in het voorjaar.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Het beste adres is Centraal-Anatolië in mei: de steppe rond het zoutmeer Tuz Gölü, de hellingen boven Sultansazlığı of de hoogvlaktes bij Erzurum. Zoek op kale, steenachtige hellingen naar zingende vogels in een wijde cirkelvlucht en let daarbij op de egale vleugel zonder witte achterrand. Vindt u er in Nederland een, dan telt maar één ding: fotografeer de vogel in vlucht, van boven én van onderen, want zonder het vleugelbeeld en de staartpunt is het geval niet hard te maken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), met een groot areaal en een populatie die op wereldschaal stabiel lijkt. Lokaal staat hij wel onder druk: overbegrazing van de bergsteppe, het omploegen van hoogvlaktes voor graan, de aanleg van irrigatie in de Anatolische en Iraanse laagvlaktes en de snelle uitbreiding van boomgaarden op oude steppegrond. In Turkije, waar het Europese zwaartepunt ligt, zijn juist de zoutsteppes rond de binnenmeren de laatste jaren sterk aangetast door wateronttrekking.



