Alle soorten › Zangvogels › Boszangers › Bergtjiftjaf
Bergtjiftjaf | Phylloscopus sindianus
Mountain chiffchaff | Mosquitero montano
De bergtjiftjaf is de tjiftjaf van de hoge bergen: in ons kaartgebied een vogel van het kromhout en de wilgenstruwelen boven de boomgrens in de Kaukasus, en verder oostwaarts van de Elboers tot de Himalaya. Uiterlijk is hij een tjiftjaf zonder groen; op stem is hij een aparte soort die je in één strofe herkent.
Geluid
De zang lijkt op die van de tjiftjaf en is er tegelijk duidelijk van te onderscheiden. Hij is sneller, harder en veel monotoner: een gehaaste reeks korte, scherpe lettergrepen die vrijwel allemaal op dezelfde hoogte liggen, tsjilp-tsjilp-tsjelp-tsjilp-tsjelp-tsjilp, zonder de rustige, ongelijke afwisseling tussen een hoge en een lage toon die de tjiftjaf zo herkenbaar maakt. Waar de tjiftjaf lijkt te tellen, ratelt de bergtjiftjaf af. De strofen zijn langer, het tempo hoger en de toonhoogte gemiddeld hoger en breder van bandbreedte. De roep is het tweede en het snelste kenmerk: een zacht, vlak tot licht dalend, weemoedig psjuu of siuu, dunner en klaaglijker dan het opgewekte, stijgende hwiet van de tjiftjaf. Zingt vanaf de terugkeer in april tot in juli, het felst in de eerste helft van juni, wanneer op deze hoogte de sneeuw net weg is.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Bouw, formaat en gedrag zijn die van een tjiftjaf, maar alle groen en geel is verdwenen. De bovendelen zijn warm grijsbruin tot roetbruin, zonder olijftint; de onderdelen zijn vuilwit met duidelijk okerkleurige, bruinbeige flanken en borstzijden. De wenkbrauwstreep is smal, bleek beige en vaag, boven een donkerbruine wang; het gezicht oogt daardoor bruin en gesloten in plaats van groen en open. Snavel en poten zijn donker, de snavel opvallend fijn. De enige kleur in het verenkleed zit onder de vleugel, waar de dekveren bleekgeel oplichten. De Kaukasische vorm lorenzii is warmer en donkerder bruin dan de oostelijke vogels. De staart wordt getikt zoals bij de tjiftjaf, maar minder nadrukkelijk. Geslachten gelijk.
Verwarringssoorten
De tjiftjaf is het vergelijkingspunt en broedt in de westelijke Kaukasus in dezelfde dalen, zij het lager: die heeft altijd olijfgroene tinten in rug en vleugelrand en geel op de borstzijden, waar de bergtjiftjaf uitsluitend bruin en oker is. Nog lastiger is de Siberische tjiftjaf, de vorm tristis, die in het najaar door de Kaukasus trekt en eveneens grauwbruin en beige is; die heeft echter een lichtere, contrastrijkere wenkbrauwstreep, koeler bruine bovendelen en vaak een groen tintje in vleugel en stuit, en een heel andere, hoge, klagende roep. Bergfluiter en balkanbergfluiter zijn veel witter van onderen en hebben een gele stuit en een geelgroen vleugelpaneel. Bij twijfel geldt hier hetzelfde als bij elke tjiftjaf: laat de vogel zingen.
Leefgebied
Subalpien kromhout en struweel tussen ongeveer 1700 en 2500 meter, en plaatselijk hoger: berkenkrombos met rododendron aan de bovenrand van het bos, wilgenstruweel langs beken en sneeuwsmeltgeulen, jeneverbesstruweel, en de ijle randen van sparren- en dennenbos vlak onder de boomgrens. Dichte, gesloten bossen worden gemeden; het gaat om de overgangszone waar bos in struweel overgaat. Buiten de broedtijd zakt de soort af naar lagere dalen, tuinen en oeverstruwelen. Verder oostwaarts, buiten ons gebied, gebruikt hij dezelfde structuren in berken-, wilgen-, populieren- en tamariskbegroeiing tot ruim boven de 3000 meter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Twee ver uiteen liggende delen. Binnen het kaartgebied broedt de ondersoort lorenzii in de Grote en Kleine Kaukasus, in Georgië, Armenië, Azerbeidzjan en Zuid-Rusland, en westwaarts tot in de Pontische bergen van Noordoost-Turkije; verder in de Elboers in Noord-Iran. Het grootste deel van het areaal ligt echter buiten het gebied: de nominaatvorm sindianus broedt in de Pamir, de Tiensjan en de westelijke Himalaya, tot in Pakistan, Noord-India en Westelijk China. De soort is vooral een hoogtetrekker: de Kaukasische vogels zakken in de winter af naar de dalen van Transkaukasië en naar Noord-Iran, oostelijke vogels naar de laaglanden van Pakistan en Noord-India. In Noordwest-Europa is de bergtjiftjaf nooit vastgesteld.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De eerste helft van juni, in Georgië of Armenië, op de hoogte waar het sparren- of berkenbos overgaat in rododendron en wilgenstruweel — bij Kazbegi, in Svaneti, in Lagodekhi of rond het Sevanmeer. Loop een beekje omhoog tot boven de boomgrens en luister: de gehaaste, vlakke ratel valt onmiddellijk op tussen de zang van de gewone tjiftjaffen lager in het dal, en biedt zo een directe vergelijking op één ochtend. De vogels zitten laag in de wilgen en zijn, anders dan de meeste boszangers, goed te zien. Let op de okerkleurige flanken en het volledig ontbreken van groen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd; het areaal is groot en de soort is in het grootste deel ervan algemeen. In de Kaukasus is het broedgebied echter een smalle hoogtegordel, en juist die gordel schuift door de opwarming omhoog, waardoor het beschikbare struweel op de langere termijn kleiner wordt. Overbegrazing van de subalpiene zone door schapen en runderen dunt het wilgen- en rododendronstruweel plaatselijk sterk uit; waar de begrazing matig blijft, is de soort talrijk.



