Alle soorten › Zangvogels › Kraaiachtigen › Huiskraai
Huiskraai | Corvus splendens
House crow | Corneja india
De huiskraai is de kraai die met de scheepvaart meereist. Van huis uit een vogel van Zuid-Aziatische steden, staat hij nu in havens van Oost-Afrika tot de Rode Zee, en twintig jaar lang ook in Hoek van Holland — waar hij in 1994 aan wal stapte en waar hij inmiddels is weggehaald.
Geluid
Een vlak, nasaal kaa-kaa, hoger en droger dan het schrapende geroep van de zwarte kraai en zonder de hese ondertoon van de roek, meestal in korte reeksen van twee of drie. Daarnaast een kort ratelend alarm, en in de groep veel zacht gemompel en geklik. Waar de soort zit, hoor je hem de hele dag; het luidst rond de slaapbomen bij het eerste en het laatste licht.
Opname: Vladimir Yu. Arkhipov — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Iets kleiner en vooral veel slanker dan een zwarte kraai, met lange poten en een lange, tamelijk rechte snavel die alleen aan de punt buigt. Het kleed is zwart met een groene tot paarse glans, maar nek, achterhoofd, borst en bovenbuik zijn asgrijs tot grijsbruin. Die grijze partij ligt als een sjaal om het zwarte gezicht heen en steekt scherp af tegen de zwarte kap, de zwarte kin en keel en de zwarte vleugels. Het voorhoofd loopt hoog en steil op en de kruin is vlak, waardoor de kop hoekiger oogt dan bij onze eigen kraaien. Jonge vogels zijn doffer, met bruiner en minder scherp begrensd grijs. In de vlucht valt de smalle, tamelijk lange vleugel op, de vrij lange staart met afgeronde punt en een lichtere, snellere slag dan een zwarte kraai maakt.
Verwarringssoorten
De zwarte kraai is groter en compacter, overal zwart, met een zwaardere en meer gebogen snavel, een dicht bevederde snavelbasis en een lage, vlakke kruin; niets aan hem lijkt op een grijze sjaal. De roek is even lang maar heeft bij volwassen vogels een kale, vuilwitte snavelbasis, een duidelijke piek op de achterkruin en losse dijbevedering. De kauw draagt het grijs juist op de andere plek: bij hem zijn nek en achterhoofd grijs en is de rest van het lijf donker, en zijn oog is lichtgrijs; bij de huiskraai zit het grijs op nek, borst en buik en is het oog donker. Verwarring dreigt vooral op afstand of tegen het licht, en dan helpen drie dingen: de slanke bouw met lange poten, het hoge en vlakke voorhoofd, en de lange snavel.
Leefgebied
Steden, dorpen en bovenal havens. Buiten zijn eigen broedgebied is hij vrijwel nergens los van mensen te vinden: hij foerageert op straten en markten, op vuilstorten, kades en visafslagen, en verder in tuinen, parken en langs de vloedlijn. Alleseter, met afval, aas, insecten, fruit en graan als hoofdmoot en daarnaast eieren en jongen van andere vogels. Broedt in een takkennest in een straatboom, in een park of tegen een gebouw, vaak met meerdere paren dicht bij elkaar.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van nature een vogel van Pakistan, India, Nepal, Bangladesh, Sri Lanka, de Malediven en de kusten van Myanmar en Zuid-Iran. Daarbuiten zit hij overal waar zeeschepen komen. In Aden broedt hij al sinds de negentiende eeuw; van daaruit is hij langs de hele Rode Zee getrokken, naar Djibouti, de Egyptische havens en de Saoedische kust, waar bij Jeddah tienduizenden vogels zitten. In Europa gaat het steeds om kleine vestigingen in havensteden en om losse vogels die van boord stappen; de bekendste groep zat in Hoek van Holland.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Wie hem in Nederland wil zien is te laat. De vaste kans ligt aan de Rode Zee: in Hurghada, Safaga of Aqaba loopt hij gewoon over de terrassen, en in elke Zuid-Aziatische stad is hij de gewoonste vogel die er is. Let dan op hoe hij zich beweegt — beweeglijker en lichter dan onze kraaien, meer als een grote kauw — en zoek in het tegenlicht naar de grens tussen de zwarte keel en de grijze borst; die grens is scherper dan een foto meestal laat zien.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in Zuid-Azië buitengewoon talrijk, geholpen door steden, havens en afval. Buiten dat gebied wordt hij op veel plaatsen bestreden, omdat hij eieren en jongen van andere vogels eet en in havensteden overlast geeft. In Nederland zat een kleine bevolking in Hoek van Holland: de eerste vogels kwamen in april 1994 met een schip mee, in 1997 broedde het eerste paar — het eerste broedgeval van de soort in Europa — en in bijna twintig jaar groeide de groep tot ongeveer dertig vogels. Na een gang langs de rechter kreeg een jager opdracht de groep terug te brengen; het afschot liep vanaf 2013 en 2014 door en eind 2015 was er niets meer over. Die afweging is eerlijk gezegd niet eenvoudig geweest. Hier deed de groep geen aantoonbare schade en was hij voor veel Hoekenaren een bekende buur: bijna veertienhonderd van de tienduizend inwoners tekenden tegen het afschot. Daartegenover staat dat de soort elders wél schade heeft aangericht en dat ingrijpen bij zo'n vestiging alleen haalbaar is zolang die klein is. Het besluit viel op dat laatste argument.


