Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Kleine kortteenleeuwerik
Kleine kortteenleeuwerik | Alaudala rufescens
Mediterranean short-toed lark | Terrera marismeña
De leeuwerik van het zout en het gruis: zoutvlaktes, saladares en de kale lavavelden van de Canarische Eilanden. Kleiner, grauwer en stompsnaviger dan de kortteenleeuwerik, en op het oog zo onopvallend dat de moeilijkste stap is om hem überhaupt te zíen.
Geluid
De roep is een droog, rollend prrrit of tsjirrik, dat ook als bouwsteen in de zang terugkeert en het snelste onderscheid met de kortteenleeuwerik oplevert. De zang is melodieuzer, gevarieerder en langer volgehouden dan die van zijn grotere naamgenoot, met veel imitaties, en wordt gebracht in een klimmende spiraal- of hoge cirkelvlucht, soms ook vanaf een lage struik of vanaf de grond. Het seizoen loopt van februari tot in juni, op de Canarische Eilanden al vanaf januari.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein, compact en grauw zandkleurig, met een korte staart en een opvallend korte, stompe, kegelvormige snavel. Het beslissende kenmerk zit op de borst: een band van fijne, scherpe donkere streepjes over de hele bovenborst, doorlopend in de flanken — geen schone witte borst. Het donkere vlekje op de halszijde ontbreekt. De bovendelen zijn bruin tot grijsbruin met bredere donkere strepen, de kruin is fijn gestreept en kan bij opwinding tot een klein kuifje worden opgezet. De schouderveren zijn korter dan bij de kortteenleeuwerik, zodat er in rust drie of meer handpennen uitsteken. Een lichte, smalle wenkbrauwstreep en een brede lichte oogring geven de kop een open, verbaasde uitdrukking. Geslachten gelijk; jonge vogels zijn van onderen wat gevlekt.
Verwarringssoorten
De kortteenleeuwerik is de tegenspeler — op zijn eigen pagina staat hetzelfde verschil vanaf de andere kant. Die is iets groter, heeft een schone, ongestreepte witte borst met een klein donker vlekje op de halszijde, een langere en spitsere snavel en veel langere schouderveren, waardoor er hooguit één of twee handpennen uitsteken; westelijke vogels hebben vaak een roestrode kruin. De roep is de snelste beslisser: droog rollend prrrit bij de kleine, een korte harde tik bij de grote. De kuifleeuwerik is veel groter en grover, met een echte spitse kuif en okerkleurige staartzijden. In het oosten van het gebied is de Turkestaanse kortteenleeuwerik vrijwel identiek; daar beslist vooral de plaats waar je staat.
Leefgebied
Nog droger en kaler dan wat de kortteenleeuwerik kiest: zoutkorsten en saladares, randen van zoutpannen en binnendijkse zoute moerassen, esparto-steppe, grindvlaktes en de kale malpaís en jable van de oostelijke Canarische Eilanden. Ook stoppel, braak en erial, zolang de begroeiing laag en ijl blijft. Nestelt op de grond in een kuiltje tussen dicht, kort gras of onder een zoutplant.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Een soort van het Middellandse Zeegebied in ruime zin: Oost- en Zuid-Spanje, de Canarische Eilanden, Noord-Afrika van Marokko tot de Nijldelta, en van Zuid-Turkije en de Levant tot West-Irak. Daarmee ligt het hele areaal binnen het kaartgebied. De westelijke vogels zijn standvogel; in Noord-Afrika zwerven ze verder rond. Ten noorden van de Middellandse Zee is de soort een grote zeldzaamheid, met een enkel geval tot in Groot-Brittannië en Finland.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Zoek hem in de winter of het vroege voorjaar op Fuerteventura of Lanzarote: rijd een grindvlakte op, blijf staan en wacht tot er iets beweegt — de vogel is precies de kleur van de bodem en verraadt zich meestal pas door zijn rollende prrrit. Op het vasteland zijn de zoutvlaktes van Almería, Murcia en het Ebrodal de beste plekken. Krijg je hem in beeld, kijk dan eerst naar de borst: fijne streepjes over de hele bovenborst en géén donker halsvlekje.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC), maar de Spaanse vastelandpopulatie is kwetsbaar en op veel plaatsen teruggelopen. Het probleem is altijd hetzelfde: de zoutvlaktes en eriales waarvan de soort afhankelijk is, worden omgezet in geïrrigeerde akkers, kassen, zonneparken of industrieterrein, of ze groeien dicht wanneer de begrazing wegvalt. Op de Canarische Eilanden houdt hij stand op de kale vlaktes, maar ook daar knabbelen bebouwing, terreinrijden en irrigatie aan de randen.




