Alle soorten › Zangvogels › Zwaluwen › Roodstuitzwaluw
Roodstuitzwaluw | Cecropis rufula
Red-rumped swallow | Golondrina dáurica
De zwaluw van de Zuid-Europese brug en de bergkloof: op afstand een boerenzwaluw, maar met een tragere, zwevender vlucht, en van dichtbij een vogel met een roestrode nekband, een roestrode stuit en een gitzwarte onderstaart. De vogel van Zuid-Europa, Noord-Afrika en het Nabije Oosten wordt sinds 2024 als aparte soort behandeld, los van de Aziatische oostelijke roodstuitzwaluw.
Geluid
Zachter en trager dan de boerenzwaluw. De contactroep is een nasaal, mussenachtig tsjwiet of djoe-iet, met een licht opkrullend eind, gegeven in de vlucht en vanaf een draad. Bij een langsvliegende valk klinkt een scherp, gerekt kiehr. De zang is een kort, droog gekwetter met metalige tikjes ertussen, en mist de ratelende afsluiter waarmee de boerenzwaluw zijn liedje dichtplakt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Iets forser en breder gevleugeld dan de boerenzwaluw, met dezelfde lange buitenste staartpennen maar een rustiger vlucht met lange glijstukken en een staart die vaak dicht wordt gehouden. Kruin, rug en vleugels zijn glanzend blauwzwart. Om de nek loopt een roestrode band die tot achter het oog doorloopt, en de stuit is een brede, roestrode tot oranjebruine boog — het kenmerk waaraan de vogel zijn naam dankt. De onderdelen zijn licht okerkleurig met fijne donkere streepjes en missen elke borstband. Het beslissende detail zit onderaan: de onderstaartdekveren zijn gitzwart en steken als een recht afgesneden blok af tegen de lichte buik, en in de gespreide staart zit geen enkele witte vlek. Geslachten gelijk; jonge vogels zijn doffer, met bleke veerranden op de vleugel en korte staartpennen.
Verwarringssoorten
Boerenzwaluw is het vertrekpunt: roestrood voorhoofd en keel, een complete blauwe borstband, een rij witte vlekken in de gespreide staart en lichte onderstaartdekveren, en geen spoor van een roestrode stuit of nekband. Huiszwaluw heeft een zuiver witte stuit, geheel witte onderdelen en een korte staart zonder pennen. Rotszwaluw is egaal bruingrijs zonder enig roest, met een vierkante staart met witte vensters. Het echte probleemgeval is de oostelijke roodstuitzwaluw — zie ook zijn eigen soortpagina, waar hetzelfde verschil vanaf de andere kant staat beschreven: die is groter en langervleugelig, met veel bredere en zwaardere streping op de onderdelen en een bredere, bleker ogende stuit. In het kaartgebied beslist de plaats: op enkele Britse gevallen in het late voorjaar na gaat het hier altijd om de roodstuitzwaluw.
Leefgebied
Open, heuvelachtig land met steen: kloven, ravijnen, wegafgravingen en rotskusten, en in het cultuurlandschap vooral bruggen, duikers, tunnels en losstaande schuren. Hij jaagt laag over droge graslanden, olijfgaarden, macchiahellingen en droge beekbeddingen en blijft daarbij zelden ver van een overhangend gewelf of een rotswand. Het nest is een gemetselde modderfles met een tunnelvormige ingang, tegen een plafond geplakt — een bouwwerk dat geen andere Europese zwaluw maakt en dat ook leeg nog jaren blijft zitten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van het Iberisch Schiereiland, Zuid-Frankrijk, Italië, de Balkan, Griekenland, Turkije en de Levant, van Noord-Afrika en oostwaarts tot in Centraal-Azië. In Spanje algemeen, en al bijna een eeuw noord- en oostwaarts aan het uitbreiden, inmiddels tot in Catalonië en langs de Cantabrische kust; een handvol vogels blijft in het zuiden overwinteren. Het gros trekt in september en oktober naar de Sahel en keert vanaf maart terug. In Nederland een jaarlijkse verschijning: tot en met 2004 waren er 72 aanvaarde gevallen, waarna de soort niet langer werd beoordeeld omdat hij een schaarse doortrekker was geworden, met een zwaartepunt van half april tot eind mei en een kleinere piek in september en oktober.
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Spanje: rijd in april of mei een droge rivierbedding af en stop bij elke oude betonnen brug. Ga onder het brugdek staan en zoek de flessenvormige modderkommen tegen het gewelf; zijn ze bewoond, dan glijden de vogels binnen een paar minuten vlak langs je heen naar binnen. In Nederland loont de tweede helft van april op een trektelpost aan de kust, bij zacht weer en zuidoostenwind: let tussen de boerenzwaluwen op een vogel die trager en zwevender vliegt en bij het wegdraaien een lichte, roestige stuit oplicht.
Staat van instandhouding
De Rode Lijst kent nog geen aparte beoordeling voor deze soort. Sinds de splitsing staat alleen de ruime soort Cecropis daurica op de lijst, als niet bedreigd, zodat de roodstuitzwaluw zelf formeel niet is beoordeeld. Feitelijk gaat het hem goed: de Europese stand is groot en de soort breidt zich al decennia noordwaarts uit, geholpen door de bruggen, duikers en viaducten die het mediterrane landschap doorsnijden. De grootste knelpunten zijn het wegspuiten van nesten bij brugonderhoud en het dichtzetten van tunnels en duikers. Een nest laten zitten kost niets en houdt de kolonie op zijn plek.



