Alle soorten › Pinguïns › Pinguïns
Pinguïns | Spheniscidae
Penguins | Pingüinos
De kleinste soort van de familie, de dwergpinguïn, weegt ongeveer een kilo en komt pas na zonsondergang aan land; hij loopt dan in groepjes over het strand naar een hol onder een struik of onder een huis. De geeloogpinguïn doet het omgekeerde: hij broedt niet in een kolonie maar apart, in bos of dichte struiklaag, en verdraagt het niet als het nest vanaf het volgende nest te zien is. De kuifpinguïns van de subantarctische eilanden leggen twee eieren van ongelijke grootte, waarvan er in de regel maar één een jong oplevert. Eén keer per jaar worden alle veren tegelijk vervangen: de vogel staat dan twee tot drie weken aan land, kan niet zwemmen, eet niet en verliest bijna de helft van zijn gewicht. Buiten die tijd wordt vrijwel alles op zee gedaan, tot enkele honderden kilometers uit de kust.
Inheemse soorten 9 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Aptenodytes 1 soort
Eudyptes 5 soorten
-

Westelijke rotspinguïn
Eudyptes filholi
Subantarctische zee
Kust en tussock van de subantarctische eilanden
Rotskust en zeeklif
-

Fjordland-kuifpinguïn
Eudyptes pachyrhynchus
Zee en continentaal plat
Rotskust en zeeklif
Podocarpen-loofbos
-

Grote kuifpinguïn
Eudyptes robustus
Subantarctische zee
Kust en tussock van de subantarctische eilanden
Rotskust en zeeklif
-

Schlegels pinguïn
Eudyptes schlegeli
Subantarctische zee
Kust en tussock van de subantarctische eilanden
Zandstrand en duin
-

Grote kuifpinguïn
Eudyptes sclateri
Subantarctische zee
Kust en tussock van de subantarctische eilanden
Rotskust en zeeklif
Eudyptula 1 soort





