Alle soorten › Stormvogelachtigen › Noordelijke stormvogeltjes › Galápagosstormvogeltje
Galápagosstormvogeltje | Hydrobates tethys
Wedge-rumped Storm-Petrel | Paíño de Galápagos
Het galápagosstormvogeltje broedt in grote kolonies op de Galápagoseilanden en op enkele eilanden voor de kust van Peru, en is daarmee vooral een vogel van de zuidelijke Grote Oceaan. In Noord-Amerika is hij een grote zeldzaamheid: nog geen tien waarnemingen, telkens tijdens jaren met abnormaal warm water voor de kust van Californië.
Geluid
Op zee, waar hij het grootste deel van zijn leven doorbrengt, is hij stil. Aan de kolonie is hij juist luidruchtig, met zachte grommende geluiden, schorre keelklanken, fluittonen en piepende noten door elkaar. Uniek onder de stormvogeltjes bezoekt hij zijn kolonie op de Galápagoseilanden overdag in plaats van 's nachts, vermoedelijk omdat zijn belangrijkste vijand daar, de galápagosvelduil, juist 's nachts jaagt.
Opname: Fabrice Schmitt — CC BY-NC-SA 4.0 · Tocopilla (near El Loa), Tocopilla, Antofagasta, Chile · xeno-canto
Herkenning
Een klein, donker stormvogeltje met een brede, witte stuitvlek die in de vlucht meteen opvalt en zich aan weerskanten van de staart uitstrekt. De kop en bovendelen zijn roetzwart, met een lichte, schuine band over de bovenvleugel. De vlucht is snel en licht, met karakteristieke slingerende zwenkingen laag boven het water, anders dan het rustige fladderen van de geheel donkere stormvogeltjes.
Verwarringssoorten
De witte stuit maakt verwarring met het geheel donkere zwart stormvogeltje, het dwergstormvogeltje en het Californisch stormvogeltje vrijwel onmogelijk. Met het vaal stormvogeltje, dat eveneens een witte stuit heeft, is hij te onderscheiden aan de vorm van de witte vlek — bij het galápagosstormvogeltje breder en verder naar de staartzijden doorlopend — en aan de snellere, meer slingerende vlucht.
Leefgebied
Hij leeft op open, tropisch en subtropisch oceaanwater, waar hij kleine vis, inktvis en kreeftachtigen vangt door laag te vliegen en met de poten over het wateroppervlak te trippelen. Voor het broeden gebruikt hij rotsspleten en zelfgegraven holen op onbewoonde vulkanische eilanden. Water van de koude Humboldtstroom, waar hij na het broedseizoen naartoe trekt, is voor hem minstens zo belangrijk als de kolonie zelf.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens de USNVC — de vegetatie-indeling van de Verenigde Staten en Canada — en CMECS voor zee en kust.
Verspreiding en trek
De ondersoort tethys broedt op de Galápagoseilanden, de ondersoort kelsalli op de Pescadores en San Gallán voor de kust van Peru. Buiten het broedseizoen verspreidt hij zich met de Humboldtstroom mee langs de westkust van Zuid-Amerika. Binnen het gidsgebied is hij een uiterste zeldzaamheid: nog geen tien aanvaarde waarnemingen voor de kust van Californië, steeds in jaren met abnormaal warm water, zoals tijdens de El Niño van 2015. Dat is te weinig en te onregelmatig voor een vaste plek op de kaart.
Waar en wanneer kijken
De kans op dit stormvogeltje voor de Amerikaanse kust is op je vingers te tellen; hij duikt alleen op tijdens uitzonderlijk warme jaren, op pelagische tochten vanuit Centraal-Californië. Let dan op de brede witte stuitvlek en de slingerende vlucht, die hem direct onderscheiden van de geheel donkere soorten.
Staat van instandhouding
De IUCN beoordeelt de wereldpopulatie als niet bedreigd (LC); de kolonies op de Galápagoseilanden liggen grotendeels in beschermd gebied. Ingevoerde ratten en katten vormen op sommige eilanden nog altijd een risico voor eieren en jongen.
Wetenschappelijke naam
Hydrobates tethys | (Bonaparte, 1852)
Bonaparte beschreef de soort in 1852 als Thalassidroma Tethys; ze is sindsdien in een ander geslacht geplaatst, vandaar de haakjes om auteur en jaartal. Tethys is de naam van een titaness uit de Griekse mythologie, godin van de zee — een toepasselijke naam voor een vogel die vrijwel zijn hele leven op open oceaan doorbrengt. De typelocatie zijn de Galápagoseilanden.

