Alle soorten › Naar de meeuwen en sterns › Meeuwen vergelijken
Meeuwen vergelijken
Meeuwen lijken op elkaar, maar een handvol kenmerken scheidt ze meestal: de kleur van de poten, de kop, een rode vlek op de snavel, zwart in de vleugelpunt en de grijstint van de mantel. Tik hieronder aan wat je ziet; de lijst toont alleen de soorten die bij al je keuzes passen.
- Binnen één rij kun je meerdere waarden kiezen (geel of roze poten); tussen rijen moet alles kloppen.
- Alles gaat over volwassen vogels. Onvolwassen meeuwen verschillen sterk en doen er tot vier jaar over; zie daarvoor de soortpagina.
- Kleur van poten en snavel verschilt met seizoen en licht. Twijfel je, kies dan twee waarden.
Wat zie je?
Geen enkele soort past bij deze combinatie. Haal een keuze weg.
| Soort | Lengte | Poten | Kop zomer | Kop winter | Snavel | Rood op snavel | Vleugelpunt | Mantel | Oog | Waar let je op |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Grote meeuwen | ||||||||||
Grote mantelmeeuwLarus marinus | 64–79 cm | Roze | Witte kop | Wit | Geel | Rode vlek | Zwart | Zwart | bleek oog, rode ring | Leisteenzwarte mantel, roze poten en een enorme snavel; de zwarte vleugelpunt valt weg tegen de donkere mantel, met een grote witte spiegel en witte top. |
Grote burgemeesterLarus hyperboreus | 62–68 cm | Roze | Witte kop | Gestreept | Geel | Rode vlek | Geen zwart | Lichtgrijs | bleek oog, gele ring | Lichtgrijze mantel, volledig witte handpennen en roze poten; forser dan een zilvermeeuw, met een dikke nek en platte kop. |
ReuzenzwartkopmeeuwIchthyaetus ichthyaetus | 58–72 cm | Geel | Zwarte kap | Masker | Geel, zwarte band | Rode vlek | Weinig zwart | Lichtgrijs | donker oog, witte oogleden | Zware, langgerekte meeuw met zwarte kap, lange oranjegele snavel met zwarte band en rode punt; vleugelpunt bleek met slechts een smalle zwarte streep. |
Pontische meeuwLarus cachinnans | 56–68 cm | Roze | Witte kop | Wit | Geel | Rode vlek | Zwart | Lichtgrijs | donker oog, rode ring | Lange, slanke snavel, klein donker oog en bleke, vleeskleurige poten; kop ook in de winter wit, met een lange grijze tong op de buitenste handpen. |
GeelpootmeeuwLarus michahellis | 52–68 cm | Geel | Witte kop | Wit | Geel | Rode vlek | Zwart | Middengrijs | bleek oog, rode ring | Helder chroomgele poten, bleek oog met felrode ring, mantel tussen zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw in; de kop is al in augustus spierwit. |
Armeense meeuwLarus armenicus | 52–62 cm | Geel | Witte kop | Wit | Geel, zwarte band | Rode vlek | Zwart | Donkergrijs | donker oog, rode ring | Donkerder dan een geelpootmeeuw, met een brede zwarte band vlak voor de snavelpunt en slechts één kleine spiegel; donker oog met rode ring. |
ZilvermeeuwLarus argentatus | 54–60 cm | Roze | Witte kop | Gestreept | Geel | Rode vlek | Zwart | Lichtgrijs | bleek oog, oranje ring | De maatstaf: lichtgrijze mantel, vleeskleurige poten, gele snavel met rode vlek en bleekgeel oog in een oranjegele ring. |
Kleine burgemeesterLarus glaucoides | 52–60 cm | Roze | Witte kop | Gestreept | Geelgroen | Rode vlek | Geen zwart | Lichtgrijs | bleek oog, rode ring | Lijkt op een kleine grote burgemeester: witte handpennen, roze poten, bolle kop met kort snaveltje en een lange vleugel. |
Kleine mantelmeeuwLarus fuscus | 51–61 cm | Geel | Witte kop | Gestreept | Geel | Rode vlek | Zwart | Donkergrijs | bleek oog, rode ring | Leigrijze tot bijna zwarte mantel met heldergele poten; de zwarte vleugelpunt loopt over in de mantel, dus weinig contrast. |
| Middelgrote meeuwen | ||||||||||
RingsnavelmeeuwLarus delawarensis dwaalgast | 43–54 cm | Geel | Witte kop | Gestreept | Geel, zwarte band | Geen | Zwart | Lichtgrijs | bleek oog, rode ring | Een maat groter dan een stormmeeuw, met bleek oog en rode oogring en een gele snavel met strakke zwarte band; poten geel tot geelgroen. |
Audouins meeuwIchthyaetus audouinii | 44–52 cm | Zwart/olijfgrijs | Witte kop | Wit | Rood, zwarte band | Snavel rood | Zwart | Lichtgrijs | donker oog, rode ring | Koraalrode snavel met zwarte band en bleke punt op donkere, olijfgrijze poten; lange, smalle vleugel en een zachte, duifachtige kop. |
Hemprichs meeuwIchthyaetus hemprichii | 43–48 cm | Geelgroen | Bruine kap | Masker | Geelgroen, zwarte band | Rode vlek | Zwart | Donkergrijs | donker oog, witte oogleden | Chocoladebruine kap, bruine borstband en een driekleurige snavel: geelgroen met zwarte band en rode punt. |
IvoormeeuwPagophila eburnea | 40–46 cm | Zwart/olijfgrijs | Witte kop | Wit | Blauwgrijs | Geen | Geen zwart | Wit | donker oog, rode ring | Geheel witte adult met korte zwarte poten en een blauwgrijze snavel met gele tot oranje punt. |
StormmeeuwLarus canus | 40–46 cm | Geelgroen | Witte kop | Gestreept | Geelgroen | Geen | Zwart | Middengrijs | donker oog, rode ring | Dunne geelgroene snavel zonder rode vlek, donker oog en twee grote witte spiegels in de zwarte vleugelpunt. |
DunbekmeeuwChroicocephalus genei | 40–44 cm | Rood | Witte kop | Wit | Rood | Snavel rood | Weinig zwart | Lichtgrijs | bleek oog, rode ring | Het hele jaar een witte kop zonder kap, met een lange, aflopende donkerrode snavel en een bleek oog; vaak een rozige waas op de buik. |
WitoogmeeuwIchthyaetus leucophthalmus | 39–45 cm | Geel | Zwarte kap | Masker | Rood | Snavel rood | Zwart | Donkergrijs | donker oog, witte oogleden | Slanke meeuw met gitzwarte kap, twee scherpe witte ooglidstreepjes en een lange, dunne donkerrode snavel met zwarte punt. |
DrieteenmeeuwRissa tridactyla | 37–41 cm | Zwart/olijfgrijs | Witte kop | Oorvlek | Geelgroen | Geen | Zwart | Middengrijs | donker oog, geen opvallende ring | Kleine, kortpotige meeuw met zwarte poten, ongetekende geelgroene snavel en een zuiver zwarte vleugelpunt zonder witte spiegel. |
LachmeeuwLeucophaeus atricilla dwaalgast | 36–41 cm | Zwart/olijfgrijs | Zwarte kap | Masker | Rood | Snavel rood | Zwart | Donkergrijs | donker oog, witte oogleden | Groter dan Franklins meeuw, met een lange, zware, licht gebogen rode snavel; vleugelpunt egaal zwart zonder witte scheiding. |
KokmeeuwChroicocephalus ridibundus | 35–39 cm | Rood | Bruine kap | Oorvlek | Rood | Snavel rood | Weinig zwart | Lichtgrijs | donker oog, witte oogleden | Chocoladebruine kap (niet zwart) die achter op de kop scherp eindigt, donkerrode snavel en poten, witte wig langs de buitenrand van de hand. |
ZwartkopmeeuwIchthyaetus melanocephalus | 36–38 cm | Rood | Zwarte kap | Masker | Rood, zwarte band | Snavel rood | Geen zwart | Lichtgrijs | donker oog, witte oogleden | Diepzwarte kap, brede witte oogleden, zware koraalrode snavel met zwarte band en gele punt; vleugelpunt helemaal wit. |
| Kleine meeuwen | ||||||||||
Franklins meeuwLeucophaeus pipixcan dwaalgast | 32–36 cm | Rood | Zwarte kap | Masker | Rood | Snavel rood | Zwart | Donkergrijs | donker oog, witte oogleden | Donker leigrijze mantel, zwarte kap met brede witte oogleden en een witte scheidingsband boven het zwart van de vleugelpunt; snavel en poten donkerrood. |
Ross' meeuwRhodostethia rosea dwaalgast | 29–32 cm | Rood | Witte kop | Oorvlek | Zwart | Geen | Geen zwart | Lichtgrijs | donker oog, geen opvallende ring | Wigvormige staart, kleine zwarte snavel en in zomerkleed een dun zwart halsbandje en roze waas; ondervleugel egaal grijs. |
VorkstaartmeeuwXema sabini | 27–32 cm | Zwart/olijfgrijs | Grijze kap | Masker | Zwart | Geen | Zwart | Middengrijs | donker oog, rode ring | Drie scherp begrensde driehoeken op de bovenvleugel (zwart, wit, grijs), een gevorkte witte staart en een zwarte snavel met gele punt. |
Kleine kokmeeuwChroicocephalus philadelphia dwaalgast | 28–30 cm | Rood | Zwarte kap | Oorvlek | Zwart | Geen | Weinig zwart | Lichtgrijs | donker oog, witte oogleden | Kleine, slanke kapmeeuw met dun zwart snaveltje; van onderen witte, doorschijnende handpennen. In winterkleed worden de poten vleeskleurig. |
DwergmeeuwHydrocoloeus minutus | 24–28 cm | Rood | Zwarte kap | Oorvlek | Rood | Snavel rood | Geen zwart | Lichtgrijs | donker oog, geen opvallende ring | Piepklein, met zwarte kap zonder witte ooglidsikkels; bovenvleugel zonder zwart in de punt, ondervleugel roetzwart. |
De kenmerken komen uit de soortteksten van deze gids en zijn aangevuld uit gangbare veldgidsen. Lengtes zijn die van de soortpagina; de groepen zijn een hulpmiddel en geen vaste indeling.
























