Alle soorten › Zangvogels › Rotskruipers
Rotskruipers | Tichodromidae
Wallcreepers | Treparriscos
Eén enkele soort, de rotskruiper, die op verticale rots leeft zoals de boomkruipers op schors. Het kleed is leigrijs, maar de dekveren van de vleugel zijn karmijnrood en de slagpennen zwart met ronde witte vlekken, zodat de vogel bij elke vleugelslag oplicht tegen de kale wand. De vleugels zijn opvallend breed en rond en dragen een trage, onregelmatige, fladderende vlucht die langs een rotswand meer aan een grote vlinder doet denken dan aan een zangvogel. De snavel is lang, dun en sterk gebogen, en haalt spinnen en insecten uit smalle spleten en achter mospollen vandaan. Een stijve steunstaart ontbreekt: de vogel klemt zich met lange tenen en grote gebogen nagels vast en bewaart zijn evenwicht door de vleugels voortdurend half te openen en te sluiten, wat op afstand het beste herkenningsteken is. Het nest ligt diep in een rotsspleet of onder een overhang, buiten bereik van roofdieren, en beide ouders voeren de jongen op de wand. De familie is gebonden aan hoge, spleetrijke rotswanden en aan de puinhellingen aan hun voet; in de winter zakken de vogels van het hooggebergte af naar lager gelegen kliffen, kloven, steengroeven en oude muren.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.




