Alle soorten › Zangvogels › Waterspreeuwen
Waterspreeuwen | Cinclidae
Dippers | Mirlos acuáticos
Gedrongen vogels met een korte, opgewipte staart, krachtige poten met lange tenen en stevige nagels, en een buitengewoon dichte, vetrijke bevedering met veel meer veren dan een zangvogel van dezelfde maat gewoonlijk draagt; de verenkleedklier op de stuit is naar verhouding enorm en levert de olie waarmee de veren waterdicht blijven. Ze duiken vanaf een steen of vanuit de vlucht het water in, roeien onder water met de korte ronde vleugels en lopen over de bodem tegen de stroom in, met de kop omlaag, zodat het water hen tegen het grind drukt. Onder water sluit een klepje de neusgaten af, schuift een doorzichtig knipvlies over het oog en houdt het zware, weinig luchthoudende skelet hen laag bij de bodem. Ze foerageren op kokerjuffers, haft- en steenvlieglarven en kleine kreeftachtigen die onder de keien zitten. Het nest is een bol van mos met een zij-ingang, gebouwd achter een waterval, in een oevermuur of onder een brug, vaak alleen bereikbaar door het opspattende water heen. De zang is luid en aanhoudend en ligt precies op een toonhoogte die over het geraas van het water heen komt; beide geslachten zingen, het hele jaar door. Wereldwijd telt de familie maar vijf soorten, alle gebonden aan snelstromend water.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.



