Alle soorten › Keerkringvogels › Keerkringvogels
Keerkringvogels | Phaethontidae
Tropicbirds | Rabijuncos
Zeevogels van de warme oceanen, gebouwd om ver van land te blijven: een gedrongen romp, lange smalle vleugels waarmee ze hoog en met snelle, ondiepe slagen boven open water kruisen, en twee middelste staartpennen die als linten achter de vogel aan slepen en bij een volwassen vogel langer zijn dan het hele lijf. Het verenkleed is glanzend wit met zwarte tekening op de handpennen en een zwarte oogstreep; de zware snavel is rood of geel en aan de randen fijn getand, wat een glibberige vangst vasthoudt. Ze duiken van tien tot twintig meter hoogte kaarsrecht het water in, met de vleugels naar achteren geklapt, en halen daar vliegende vissen en inktvis uit. De poten staan ver naar achteren en zijn zo klein dat lopen niet gaat: op de broedplaats schuiven ze op de borst een rotsspleet of struikholte in, waar één ei op de kale grond komt te liggen. Buiten de broedtijd zwerven ze in hun eentje over zee.
Dwaalgasten 1 soort
Verdwaalde vogels uit andere werelddelen. Ze hebben hier geen verspreiding en dus geen verspreidingskaart.


