Alle soortenZangvogels › Wevers

Wevers | Ploceidae

Weavers | Tejedores

Kleine tot middelgrote zaadeters met een korte, zware kegelsnavel en stevige poten, die hun nest niet stapelen maar knopen. Het mannetje begint met een ring: hij scheurt een smalle reep uit een riet- of palmblad, slaat die om een stengel of een dunne tak en trekt het uiteinde met de snavel door de lus. Vanaf die ring werkt hij naar voren en naar achteren verder tot er een gesloten bol staat, met de opening onderin of bovenin en bij sommige soorten een korte tuit eronder; snavel en poot dienen daarbij als weefgetouw en het werk kost twee tot drie dagen. Het vrouwtje bouwt niet mee maar keurt en bekleedt de binnenkant met pluis en zaadpluimen; keurt zij af, dan wordt het nest afgebroken en opnieuw begonnen. Een mannetje bouwt zo nest na nest voor achtereenvolgende vrouwtjes, en in een goede rietkraag of boom hangen tientallen tot honderden nesten bij elkaar.

Exoten 2 soorten

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.