Alle soortenZangvogels › Prachtvinken

Prachtvinken | Estrildidae

Waxbills | Estrildidos

Kleine tot zeer kleine zaadeters met een korte, dikke kegelsnavel — bij veel soorten fel koraalrood, bij andere zilvergrijs of blauwzwart — en een gedrongen lijf met korte, ronde vleugels en een snelle, licht golvende vlucht. Ze leven het hele jaar in troepen en halen hun voedsel van de zaadpluim zelf: klauterend, hangend, of de halm met het eigen gewicht omlaag buigend, en verder van de grond eronder. Het nest is een gesloten bal van dooreengevlochten grashalmen met een zijingang, vaak verlengd tot een korte toegangspijp, laag in een graspol, een doornstruik of dicht riet; beide ouders bouwen en broeden om beurten. De jongen dragen achter in de opengesperde bek een vast patroon van zwarte stippen en strepen, met aan de mondhoeken gekleurde knobbels die in het donker van de nestbal oplichten en de ouders wijzen waar het voer heen moet. Dat voer is zaad dat de ouders opgeweekt in de krop aanvoeren en jong voor jong uitgeven.

Exoten 6 soorten

Soorten die hier van nature niet voorkomen maar zijn ingevoerd of ontsnapt en zich sindsdien handhaven. Ze staan op volgorde van de lijst, niet per geslacht.