Alle soorten › Zangvogels › IJsgorzen en sneeuwgorzen
IJsgorzen en sneeuwgorzen | Calcariidae
Longspurs and snow buntings | Escribanos nivales y lapones
De naam van de familie zit in de achterteen: de nagel is lang en vrijwel recht, langer dan de teen zelf, en hoort bij vogels die lopend op vlakke, boomloze grond leven. Het zijn gedrongen zaadeters met een korte kegelsnavel, lange spitse vleugels en een snelle, lage vlucht, die lopen in plaats van huppelen. De familie is klein en helemaal van het hoge noorden: open toendra en keienveld in de zomer, kust, kwelder en stoppelveld in de winter. Zomer- en winterkleed lopen verder uiteen dan bij vrijwel elke andere zangvogelfamilie: het scherp getekende mannetje van juni is in oktober een bruin gestreepte vogel. Een zangpost boven de vlakte ontbreekt, dus komt de zang uit een korte zangvlucht — klimmen en dan met stijve vleugels omlaag zweven. Het nest staat op de grond tussen stenen of in een pol. De groep wordt sinds omstreeks 2010 in een eigen familie geplaatst, los van de gorzen van de Oude Wereld.
Inheemse soorten 2 soorten
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.
Plectrophenax 1 soort







