Alle soorten › Zangvogels › Tsjagra's en bosklauwieren
Tsjagra's en bosklauwieren | Malaconotidae
Bushshrikes | Chagras y bubús
Klauwierachtige zangvogels van struweel en doornbos, met een zware, aan de punt gehaakte snavel en stevige poten waarmee ze grote insecten, hagedissen en jonge vogels vastzetten. Anders dan de echte klauwieren zitten ze zelden op een open uitkijkpost; ze schuifelen door het dichtste deel van de struik en zijn veel vaker te horen dan te zien. Het geluid is het kenmerk van de familie: heldere gefloten reeksen die man en vrouw als een duet in elkaar schuiven, zo strak op elkaar aansluitend dat het als één vogel klinkt — een manier om in dekking het territorium te verdedigen en het paar bijeen te houden. Veel soorten dragen een zwarte kopkap of een zwart masker over een egale rug; de vlucht is kort en zwaar, van struik naar struik.
Inheemse soorten 1 soort
Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.




