Alle soorten › Zangvogels › Vliegenvangers › Canarische roodborsttapuit
Canarische roodborsttapuit | Saxicola dacotiae
Canary Islands stonechat | Tarabilla canaria
De canarische roodborsttapuit leeft op Fuerteventura en nergens anders ter wereld. Geen tapuit dus, maar een roodborsttapuit: een klein, bolrond vogeltje dat bovenop een aulaga-struikje zit, met een brede witte wenkbrauwstreep die zijn gewone verwant nooit heeft. Er zijn er naar schatting nog vijftienhonderd, verspreid over de barranco's van één eiland, en daarmee is hij een van de zeldzaamste vogels van Europa.
Geluid
De roep is die van de hele groep en verraadt hem het eerst: een hard, droog tsak-tsak als tikkende kiezels, bijna altijd voorafgegaan door een dun, klaaglijk hwiet. Zolang je in het territorium staat gaat het door. De zang is een kort, hoog en haastig getjilp van een paar seconden, ijler en zachter dan dat van de roodborsttapuit, met piepende en ritselende noten door elkaar, gebracht vanaf de top van een struik of vanuit een kort fladderend zangvluchtje. Het meest te horen van januari tot in mei, vroeg op de ochtend, voordat de wind opsteekt.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Kleiner en fijner gebouwd dan de roodborsttapuit, met een korte staart en een grote kop, en net als die altijd bovenop een struikje, kaarsrecht en met de staart wippend. Het mannetje heeft een donkerbruine tot zwartbruine kop met een brede, zuiver witte wenkbrauwstreep die tot ver achter het oog doorloopt — dat is het kenmerk waar alles om draait. De keel is wit, aan weerszijden van de hals staat een witte vlek, en de borst is warm oranjebeige en vervaagt naar de buik toe tot vuilwit. De mantel is bruin met donkere strepen, op de vleugel staat een kleine witte vlek en de stuit is beigewit met strepen. De staart is donker met smalle lichte randen. Het vrouwtje is dezelfde vogel in zachter bruin: de kop bruin in plaats van zwartbruin, de wenkbrauwstreep beige in plaats van wit, de halsvlekken vaag en de borst bleker oranje. Jonge vogels zijn overal beige gezoomd en geschubd, maar dragen de lichte wenkbrauwstreep al.
Verwarringssoorten
Op Fuerteventura zelf is het risico klein, want hij is er de enige broedende roodborsttapuit. Toch komen in de winter kleine aantallen roodborsttapuiten uit Europa naar de Canarische Eilanden, en dan telt de wenkbrauwstreep: het mannetje van de gewone roodborsttapuit heeft een geheel zwarte kop en keel zonder enige wenkbrauwstreep, en zijn borst is dieper roodoranje. Bij de vrouwtjes van beide is dat lastiger, maar de canarische blijft bleker en fijner, heeft een duidelijker afgetekende witte keel en een opvallendere wenkbrauwstreep. Het paapje, dat in september en oktober in kleine aantallen over de eilanden trekt, heeft ook een brede lichte wenkbrauwstreep, maar is slanker en langvleugeliger, veel sterker gestreept op de rug, en toont bij het opvliegen witte vlekjes aan weerszijden van de staartbasis; de canarische roodborsttapuit heeft die niet. Op de eilanden verder: de tapuit is groter, hoogbeniger, staat op de grond in plaats van in een struik en toont in vlucht een breed wit stuitvlak.
Leefgebied
Droge barranco's en stenige hellingen met open, laag struikgewas: aulaga, boksdoorn, zoutplanten en verspreide palmen, met tussen de struiken dertig tot vijftig procent kale grond. Dat mengsel is bepalend — dichte begroeiing is voor hem net zo onbruikbaar als volkomen kale vlakte. Hij zit graag op de rand van een barranco of langs een oude terrasmuur, en het nest ligt op de grond onder een struik of in een spleet van een steenmuurtje. Van zeeniveau tot op de hoogste toppen van het eiland, maar de dichtheden zijn het grootst in de ruige, doorsneden delen van het noorden en het midden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Uitsluitend Fuerteventura, met daarnaast enkele vogels op het naburige eilandje Lobos. De vogels van de eilandjes van het Chinijo-archipel bij Lanzarote zijn sinds het begin van de twintigste eeuw verdwenen en worden sindsdien niet meer aangetroffen. De kern van de huidige populatie ligt in het bergmassief van Betancuria, rond de Vega de Río Palmas, in de barranco's van het centrale en noordelijke deel van het eiland en op het schiereiland Jandía. De vlakke, sterk begraasde vlaktes in het zuiden en oosten en de bebouwde kuststroken zijn grotendeels leeg. Hij verlaat het eiland niet: dwaalgasten van deze soort bestaan niet.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Vroeg in de ochtend in het Barranco de la Torre, bij de Vega de Río Palmas of langs de weg door het massief van Betancuria. Rijd tot in een barranco met verspreide aulaga's, stap uit en luister: het tikken hoor je eerder dan dat je iets ziet. Blijf staan en zoek de tóppen van de struikjes af, want hij komt vanzelf omhoog om te kijken wie er loopt. Van januari tot april zingen de mannetjes en zijn de territoria het makkelijkst te vinden. Blijf op de paden en de pistes: broedende paren zitten op de grond onder een struik, en een wandelaar die dwars door het struweel loopt kost het eiland letterlijk vogels.
Staat van instandhouding
Als gevoelig beoordeeld op de wereldlijst, en van alle vogels in deze gids een van de soorten met de kleinste marge. De hele wereldpopulatie zit op één eiland en telt naar schatting dertienhonderd tot zeventienhonderd volwassen vogels, verdeeld over enkele honderden territoria die vrijwel allemaal in barranco's liggen; in Spanje zelf wordt hij zwaarder ingeschaald dan op de wereldlijst, en met één eiland en zulke aantallen is dat niet vreemd. De druk komt van meerdere kanten tegelijk. De bouw voor toerisme en woningbouw en het opruimen van struweel nemen leefgebied weg, vooral aan de randen van de kust en op Jandía. Geiten die het struweel wegvreten, dalende grondwaterstanden en langdurige droogte maken de barranco's kaler dan hij verdraagt. En verwilderde katten en zwarte ratten halen eieren en jongen uit de nesten op de grond, wat op een eiland met een populatie van deze omvang direct doortelt. Er is ook goed nieuws: een groot deel van het leefgebied ligt in beschermde gebieden, er wordt geteld en gevolgd, en de bestrijding van katten en ratten in de kerngebieden werkt. Maar één droge reeks jaren, of één slecht geplaatst bouwproject in de verkeerde barranco, weegt bij een populatie van deze omvang meteen zwaar.



