Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Desertasstormvogel

Desertasstormvogel | Pterodroma deserta

Desertas petrel | Petrel de las Desertas

De desertasstormvogel broedt op Bugio, het zuidelijkste en smalste eiland van de Desertas bij Madeira, en verder nergens. Honderdvijftig tot tweehonderd paren leggen daar hun ei midden in de zomer, en de rest van het jaar zwerven de vogels over de halve Atlantische Oceaan. Op zee is hij het silhouet waarnaar zeetrekkers uitkijken en tegelijk de vogel die ze zelden met zekerheid mogen benoemen.

Desertasstormvogel (Pterodroma deserta)
Foto: Charlotte Kirchner — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op zee zwijgt hij. Boven Bugio roepen de vogels na donker in de vlucht met een lang aangehouden klaagtoon die stijgt en dan afbreekt, en uit het hol komt een herhaald, laag en nasaal tweedelig geroep. De stem is voller en lager dan die van de madeirastormvogel, en dat verschil in toonhoogte was een van de argumenten om de vogels van Bugio apart te gaan behandelen. Het roepen is op zijn hevigst in donkere nachten van augustus tot oktober.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Ongeveer vijfendertig centimeter, met lange smalle vleugels die breed aanzetten en licht gebogen worden gedragen, en met een korte, hoge, zware zwarte snavel die de kop stomp en stiernekkig maakt. De bovendelen zijn grijs met een zwartige M van vleugelpunt tot vleugelpunt; stuit en staart zijn lichter en kouder grijs dan de mantel en de binnenvleugel, en dat contrast is op afstand het bruikbaarste kenmerk. Het gezicht is wit met een donkere veeg om het oog, de kruin grijs. De onderdelen zijn wit met een grijze vlek aan weerszijden van de borst die zich niet tot een band sluit. De ondervleugel is overal donker, zonder lichte middenstreep. In wind is de vlucht snel en hoog bogend: de vogel schiet meters omhoog uit het golfdal en kantelt op stijve vleugels; bij vlak weer glijdt hij laag met korte, kwieke slagreeksen.

Verwarrings­soorten

Op verenkleed is deze soort niet te scheiden van gons' stormvogel van Kaapverdië en evenmin van de madeirastormvogel — dezelfde grijze rug, dezelfde M, dezelfde lichtere staart, dezelfde donkere ondervleugel. Ten opzichte van de madeirastormvogel is hij iets groter en steviger en heeft hij vooral een merkbaar hogere, zwaardere snavel, gemiddeld bijna dertien millimeter hoog aan de basis tegen ruim tien bij de ander; zijn vleugel is gemiddeld anderhalve centimeter langer. Dat is geen verschil dat je door een telescoop op een bewegende boot afleest, en zonder een scherpe foto van de snavel in zijaanzicht blijft een vogel op zee terecht naamloos: het juiste veldetiket is gons'/madeirastormvogel. Ten opzichte van gons' stormvogel is er niet eens een maatverschil dat het doet; daar zijn de broedplaats en de broedtijd het enige houvast, en die verschillen wél scherp. De desertasstormvogel legt in juli en augustus en zijn jongen vliegen tot in december uit; de madeirastormvogel legt in mei en juni, en de Kaapverdische vogels leggen midden in de winter. Een stormvogel van deze groep die in september bij Bugio boven zijn nest roept is dus deze soort. Buiten de groep is het eenvoudiger: grote pijlstormvogel is groter en bruiner met witte halsband en witte ondervleugel, kuhls en scopoli's pijlstormvogel zijn veel groter en trager met zware gele snavels, en bulwers stormvogel is klein, egaal donker en langstaartig.

Leefgebied

Diepe open zee, vooral langs fronten en boven onderzeese bergen waar het voedsel 's nachts naar boven komt, en normaal ver buiten zicht van land. Hij pakt inktvis en kleine vis van het oppervlak, meestal na donker, in snelle passages zonder te blijven zitten. Vogels met zenders van Bugio maken lange lussen over de midden-Atlantische Oceaan en zoeken daarbij de wind rond voorbijtrekkende stormen op, wat hen soms duizenden kilometers ver brengt. Broeden gebeurt in holen en rotsspleten op de steile, puinrijke hellingen en de smalle bovenrand van Bugio.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Een broedgebied van één eiland: Bugio, het zuidelijke eiland van de Desertas, twintig kilometer ten zuidoosten van Madeira. Honderdvijftig tot tweehonderd paren, en dat is de hele wereldpopulatie. Op zee reiken de vogels van Madeira en de Canarische Eilanden noordwaarts tot de Azoren, de Golf van Biskaje en de aanloop van Ierland en Groot-Brittannië, en zuidwaarts en westwaarts tot ver in de tropische Atlantische Oceaan; langs de noordwesthoek van Iberië is er een geregelde najaarstrek. Waarnemingen ten noorden van Biskaje zijn zeldzaam maar jaarlijks en gaan vrijwel altijd als gons'/madeirastormvogel de boeken in.

MadeiraMadeiraDesertasPorto Santo
  • Broedvogel (zomer)
Kaartje van de archipel zelf: op de Europakaart zou deze vogel een stipje aan de rand zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Verspreiding per eiland volgens de standaardwerken; eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

De betrouwbare plek is Madeira. Neem tussen eind juli en begin oktober een hele of meerdaagse pelagische tocht vanuit Machico of Funchal richting de Desertas; de boten werken 's middags het diepe water af en met lokvoer komen de vogels dicht genoeg voor de snavelfoto's die de determinatie nodig heeft. Ga niet op het verenkleed af maar op de foto, en laat je niet gek maken door het lichte staarteind — dat heeft de hele groep. Wie op het vasteland blijft, heeft de beste kans op een zeetrektelling bij Estaca de Bares of Cabo Vilán in Galicië in de tweede helft van augustus of in september, met harde noordwestenwind achter een depressie; een overtocht door de Golf van Biskaje in dezelfde weken is het redelijke alternatief.

Staat van instandhouding

Kwetsbaar (IUCN: Vulnerable). Honderdvijftig tot tweehonderd paren op één eiland is een populatie die met één ongeluk zwaar geraakt kan worden: de introductie van ratten of katten op Bugio zou de kolonie binnen enkele jaren kunnen leegruimen, en het eiland ligt dicht genoeg bij Madeira om dat een reëel risico te maken. Geiten en konijnen hebben de hellingen van Bugio ooit kaalgevreten, waardoor de bodem wegspoelde en de holen instortten; nadat die dieren zijn weggehaald herstellen de begroeiing en de nestholen zich en stijgen de aantallen langzaam. Lichtvervuiling op Madeira trekt uitvliegende jongen naar wegen en havens, waar ze op de grond belanden en niet meer opstijgen; op het eiland worden zulke vogels ieder najaar opgeraapt en weer losgelaten. Bugio zelf is streng beschermd gebied en alleen met vergunning toegankelijk.