Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Groenpootruiter

Groenpootruiter

Tringa nebularia | Common greenshank | Archibebe claro

De groenpootruiter is de grootste en bleekste van de gewone ruiters, met lange olijfgroene poten en een zware, licht opwippende snavel. Zijn drielettergrepige roep draagt honderden meters ver en verraadt hem meestal voordat je hem in de geul ziet staan.

Groenpootruiter (Tringa nebularia)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Onmiskenbaar en luid: een helder, gelijkmatig tjoe-tjoe-tjoe van drie — soms vier — even harde lettergrepen, meestal bij het opvliegen en al van grote afstand hoorbaar. Bij onrust een enkel scherp kjoep, herhaald zolang de vogel niet gerust is. Op de broedplaats klinkt een golvende zangvlucht met een aanhoudend, jodelend tloe-wie tloe-wie. Langs onze kust is de vluchtroep het hele najaar te horen boven wad en polders, ook 's nachts.

Luister: Drielettergrepige roepXC494033

Opname: Pascal Christe — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Fors en licht van kleur, met een dikke grijsblauwe snavel die duidelijk naar boven buigt en aan de punt donker is, en met olijfgroene tot grijsgroene poten. In zomerkleed grof zwart gevlekt op mantel en schouderveren en zwaar gestreept op kop, hals en borstzijden; in winterkleed effen lichtgrijs met een wit voorhoofd en gezicht, wat de vogel een bleek, bijna kaal voorkomen geeft. In vlucht ontbreekt elke vleugelstreep, maar loopt een lange, spitse witte wig van de stuit ver over de rug door — verder dan bij welke andere Europese ruiter ook; de poten steken maar kort voorbij de staart. Juvenielen zijn bruiner, met okerkleurige veerzomen op de dekveren en een fijner gestreepte borst.

Verwarrings­soorten

Tureluur is kleiner en donkerder, met oranjerode poten en brede witte achtervleugelranden. Zwarte ruiter is slanker, met een langere, kaarsrechte en fijnere snavel, rode poten en in winterkleed een veel witter voorkomen; zijn roep telt twee lettergrepen tegen drie bij de groenpootruiter. Poelruiter is veel kleiner en tengerder, met een naaldfijne rechte snavel en een klein kopje op een lange dunne hals. De uit Amerika afkomstige geelpootruiters hebben helder gele poten en een kortere, rechte snavel, en bij de kleine geelpootruiter ook een veel fijnere snavel.

Leefgebied

Op trek slikplaten, geulen, brakke kreken, zoutpannen, kleiputten en ondiepe zoetwaterplassen. Hij waadt graag diep en foerageert actief: rennend achter garnalen en jonge vis aan, met de snavel schuin zwiepend door het water, heel anders dan de tastende strandlopers om hem heen. In de winter blijft een klein aantal in beschutte kreken, havens en spuikommen hangen. Broedt in de taiga en op open hoogveen en heide van Schotland tot Siberië, vaak ver van water bij een kaal plekje naast een boomstronk of steen.

Verspreiding en trek

Europese broedvogel van Schotland, Fennoscandinavië en Noord-Rusland. Nederland is doortrekgebied: van half juli tot in oktober trekken duizenden door de Waddenzee en het Deltagebied, met een tweede, kleinere golf in april en mei; enkele tientallen overwinteren. In Spanje is hij een talrijke wintergast in Doñana, de Ebrodelta, de zoutpannen van Cádiz en de rijstvelden van La Albufera, en op doortrek in vrijwel elk binnenlands stuwmeer te vinden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Post in augustus bij opkomend tij aan de rand van een geul in de Waddenzee of het Deltagebied: groenpootruiters foerageren tot het laatst in het diepere water en vertrekken pas als de plaat onderloopt. Leer de drielettergrepige roep uit je hoofd — op nachtelijke trek in september is dat vaak de enige waarneming die je krijgt. Voor vogels in vol zomerkleed zijn eind april en begin mei het beste moment.

Staat van instandhouding

Wereldwijd Niet bedreigd (LC), met een grote en als stabiel beschouwde broedpopulatie in Fennoscandinavië en Rusland. De kleine Schotse populatie staat wel onder druk door bebossing van open veengebieden en toenemende predatie. In het doortrek- en overwinteringsgebied tellen vooral de kwaliteit van de wadplaten en rust op de hoogwatervluchtplaatsen.