Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Houtsnip

Houtsnip

Scolopax rusticola | Eurasian woodcock | Chocha perdiz

De houtsnip is een snip die in het bos woont: een grote, roodbruin gemarmerde vogel die de dag onbeweeglijk tussen de bladeren doorbrengt. Meestal zie je hem pas als hij vlak voor je voeten opklapt en tussen de stammen door wegduikt.

Houtsnip (Scolopax rusticola)
Foto: Stephan Sprinz — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Op de baltsvlucht boven het bos, de zogenoemde schemervlucht, geeft het mannetje een reeks van drie of vier lage, grommende korr korr korr gevolgd door een scherp, hoog tsjiewiets. Te horen van maart tot juli, in de laatste twintig minuten voor het donker en opnieuw bij het eerste licht; verder is de soort stil.

Luister: Roep, met een tjiftjaf op de achtergrondWikimedia Commons

Opname: ChristianSW — CC0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Fors en zwaargebouwd, met korte poten, brede afgeronde vleugels en een lange rechte snavel. Het verenkleed is als dood blad gemarmerd in roodbruin, zwart en grijs, met dwarsbanden over de kruin in plaats van lengtestrepen; het grote oog staat hoog en ver naar achteren. In vlucht traag en uilachtig met de snavel schuin omlaag; zomer- en winterkleed zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Met de watersnip is verwarring alleen bij een slecht gezien vlucht mogelijk: die is veel kleiner en slanker, met lengtestrepen op de kruin, spitse vleugels en een snelle zigzagvlucht met schorre roep. De houtsnip is groter, roestbruiner en veel breedvleugeliger, en vliegt zwijgend en traag laag tussen de stammen weg.

Leefgebied

Vochtige loof- en gemengde bossen met een dikke bladlaag, open ondergroei en natte plekken: elzenbroekjes, greppels en beekjes. Rust overdag op de bosbodem en vliegt in de schemering naar open, vochtig grasland om regenwormen te zoeken. In koude perioden wijkt hij uit naar bosranden en houtwallen.

Verspreiding en trek

Broedvogel van Noord-, Midden- en Oost-Europa en van berggebieden verder zuidelijk; in Nederland een schaarse broedvogel van bosrijke zandgronden. In het winterhalfjaar arriveren grote aantallen uit Scandinavië en Rusland. Iberië is een van de belangrijkste overwinteringsgebieden van Europa, met veel vogels in Galicië, de Cantabrische bossen en de dehesa's.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Sta van half maart tot mei twintig minuten voor zonsondergang op een open plek of een kruising van brede bospaden en kijk tegen de lichte lucht: roepende mannetjes komen dan met trage vleugelslag langs. In het najaar vind je overdag vogels door langzaam door vochtig bos met veel blad te lopen.

Staat van instandhouding

Wereldwijd nog algemeen, maar in West-Europa afnemend door verdroging en versnippering van bossen, verstoring en zeer hoge jachtdruk in het overwinteringsgebied. Nederland heeft slechts een kleine broedpopulatie die gevoelig is voor recreatie in het broedseizoen. Strenge vorstperiodes veroorzaken bovendien plaatselijk grote sterfte.