Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Kanoet
Kanoet
Calidris canutus | Red Knot | Correlimos gordo
De kanoet is de steltloper van de grote getallen: dichte wolken die boven het wad als één organisme van kleur wisselen. Hij pendelt tussen de hoogarctische toendra en het Waddengebied en past onderweg zelfs de grootte van zijn maag aan.
Geluid
Vrij zwijgzaam voor zo'n talrijke soort: een laag, wat knorrig knut en in vlucht een zacht, tweelettergrepig kwik-ik. Een opvliegende groep produceert vooral het ruisende geluid van duizenden vleugels. De zang klinkt alleen op de toendra en is in Europa niet te horen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Gedrongen, kortpotige strandloper met een dikke hals, een korte rechte zwarte snavel en olijfgroene poten. In zomerkleed baksteenrood van gezicht tot buik, met zwart en rossig geschubde bovendelen. In winterkleed egaal grijs met lichte wenkbrauwstreep, fijn geschubde flanken en een bleke, gebandeerde stuit; in vlucht een smalle witte vleugelstreep.
Verwarringssoorten
Bonte strandloper is kleiner, met een langere, licht gebogen snavel en in zomerkleed een zwarte buikvlek. Rosse grutto is veel groter en langsnaveliger. Zilverplevier heeft zwarte okselveren en een duidelijk plevierprofiel. Het lastigst is de dwaalgast grote kanoet: forser, langer van snavel en met een sterk gevlekte borst.
Leefgebied
Uitgestrekte zandige en slibrijke wadplaten met kokkels en nonnetjes, waar de vogels tastend met de snavel schelpdieren opsporen, plus strandvlaktes en estuaria. Slaapt op hoogwatervluchtplaatsen op kwelders, zandbanken en dijken, vrijwel altijd in dichte, aaneengesloten groepen.
Verspreiding en trek
Broedt op de hoogarctische toendra van Groenland, Canada en Siberië. De Waddenzee is een cruciaal tankstation en overwinteringsgebied; Siberische vogels trekken door naar West-Afrika, Groenlandse en Canadese vogels blijven in West-Europa. In Spanje is de soort veel schaarser, vooral in Atlantische estuaria en de Baai van Cádiz.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Augustus, september of mei op het wad: ga twee tot drie uur voor hoogwater naar een hoogwatervluchtplaats zoals de Richel, de Boschplaat of het Balgzand en wacht tot de vogels worden opgeschoven. In mei zijn ze in vol roodbruin zomerkleed op hun mooist.
Staat van instandhouding
Wereldwijd Gevoelig (IUCN: Near Threatened). Kanoeten zijn kwetsbaar omdat ze op een handvol zeer specifieke tussenstops zijn aangewezen; mechanische schelpdiervisserij, verstoring op hoogwatervluchtplaatsen en veranderende omstandigheden op de arctische broedgebieden door klimaatopwarming zijn de belangrijkste bedreigingen.
Andere soorten in deze familie
Oeverloper · Steenloper · Drieteenstrandloper · Bonte strandloper · Krombekstrandloper · Paarse strandloper · Kleine strandloper · Kemphaan · Temmincks strandloper · Watersnip · Rosse grutto · Grutto · Bokje · Wulp · Regenwulp · Rosse franjepoot · Grauwe franjepoot · Houtsnip · Zwarte ruiter · Bosruiter · Groenpootruiter · Witgat · Tureluur