Alle soortenSteltloperachtigenStrandlopers en snippen › Watersnip

Watersnip

Gallinago gallinago | Common snipe | Agachadiza común

Pas als je hem bijna vertrapt springt de watersnip krijsend op en zigzagt hij hoog weg. Wie geduldig een natte slootrand afzoekt, ziet hem in het open veld met die absurd lange snavel als een naaimachine in de modder prikken.

Watersnip (Gallinago gallinago)
Foto: Charles J. Sharp — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Bij het opvliegen een schor, gerekt retsj, alsof er stof scheurt. Territoriale vogels roepen vanaf een paaltje een monotoon tikke-tikke-tikke. Beroemd is het baltsgeluid: in duikvluchten laat het mannetje de gespreide buitenste staartpennen trillen, wat een zoemend, blatend geluid geeft, te horen van maart tot juni en vooral in de schemering.

Luister: Rauwe vluchtroepXC433287

Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Herkenning

Middelgrote, gedrongen snip met een zeer lange rechte snavel, ongeveer tweemaal de koplengte. Kop scherp gestreept in donker en crème: lichte kruinstreep, donkere zijkruin, lichte wenkbrauw. Rug donker met vier opvallende crème lengtebanen, flanken dwarsgestreept, buik wit. In vlucht spitse vleugels met een smalle witte achterrand aan de arm; zomer- en winterkleed verschillen nauwelijks.

Verwarrings­soorten

Het bokje is de enige echte verwarring: veel kleiner, met een duidelijk kortere snavel, geen lichte kruinstreep maar een gespleten wenkbrauw, en een donkere paarsgroen glanzende rug. Bovendien vliegt het bokje pas op als je er bijna op staat, zwijgend en recht, en valt het meteen weer in, terwijl de watersnip krijsend en zigzaggend hoog wegtrekt.

Leefgebied

Natte, zeggerijke graslanden, blauwgraslanden, veenmoerassen, natte duinvalleien en drassige oevers met zachte modder en dekking. Broedt waar de bodem prikbaar blijft en polletjes structuur bieden. Buiten de broedtijd in slootkanten, plasdras, rijstvelden en ondergelopen weilanden, altijd dicht bij dekking.

Verspreiding en trek

Broedvogel van heel Noord- en Midden-Europa; in Nederland beperkt tot de laatste natte reservaten in veenweidegebied, Waddengebied en beekdalen. Grote aantallen uit Noord-Europa en Rusland trekken door en overwinteren, ook in Iberië, waar rijstvelden, dehesapoelen en riviervlaktes 's winters vol snippen kunnen zitten.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • Winter
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2024-08-01 – 2026-07-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Loop in oktober of november midden op de dag langzaam langs de rand van een plasdras of een greppel; snippen drukken zich en vliegen pas op enkele meters op. Voor de baltsvlucht kom je eind april bij zonsondergang naar een nat reservaat en luister je naar het blatende zoemen boven het veld.

Staat van instandhouding

Als broedvogel in Nederland en West-Europa sterk afgenomen door ontwatering, peilverlaging en intensivering van het graslandbeheer; de soort broedt vrijwel alleen nog in reservaten. Als doortrekker en wintergast nog algemeen. Jacht in Zuid-Europa en de voortgaande verdroging van moerassen zijn de belangrijkste bedreigingen.