Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Witgat
Witgat
Tringa ochropus | Green sandpiper | Andarríos grande
Het witgat is de ruiter van de sloot en de bosbeek, die bij de minste verstoring schril roepend steil omhoog schiet en als een grote huiszwaluw wegzwenkt. Het contrast tussen roetdonkere bovendelen en een spierwitte stuit is zo groot dat de determinatie op tweehonderd meter al rond is.
Geluid
Zeer opvallend en meestal het eerste teken van zijn aanwezigheid: een schril, drie- tot vierlettergrepig tluu-it-wit-wit, opklimmend in toonhoogte en met een klaaglijke ondertoon, herhaald tijdens het wegvliegen. Bij onrust op de grond een kort tlik. In het voorjaar klinkt boven het broedbos een golvende zangvlucht met een ritmisch titteloe-witteloe. In Nederland is de roep vrijwel het hele jaar te horen behalve in juni, ook 's nachts boven het land en in de winter langs zuiveringsvijvers.
Opname: Joost van Bruggen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Compact en donker, met korte groenige poten en een korte rechte snavel met donkere punt. De bovendelen zijn donker olijfbruin met fijne lichte spikkels die pas van dichtbij zichtbaar zijn; op afstand oogt de vogel gewoon zwart. Een smalle witte oogring en een korte wenkbrauwstreep die vóór het oog ophoudt geven een verbaasde uitdrukking, en de fijn gestreepte borst is scherp begrensd tegen wit. In vlucht: een vierkante spierwitte stuit, een brede zwarte staartband, geen vleugelstreep en vooral een geheel zwart ogende ondervleugel; de poten komen nauwelijks voorbij de staart. Juvenielen zijn iets warmer bruin met minder en fijnere spikkels, verder als adult.
Verwarringssoorten
Bosruiter is lichter en slanker, met langere gele poten die in vlucht duidelijk voorbij de staart uitsteken, een lange wenkbrauw tot achter het oog en een lichtgrijze in plaats van zwarte ondervleugel. Oeverloper is bruiner en korter van poot, wipt voortdurend met zijn achterlijf en toont in vlucht een witte vleugelstreep en een witte wig vóór de vleugelboeg. Watersnip vliegt zigzaggend weg met een raspend etsj en heeft een veel langere snavel — het is vooral het vluchtbeeld dat beide soorten aan een slootkant verwisselbaar maakt.
Leefgebied
Anders dan de meeste steltlopers houdt het witgat van klein en beschut water: greppels, poldersloten, bosbeken, waterzuiveringen, kwelplasjes, drinkpoelen en modderige oevertjes onder overhangende struiken. Op open wad verschijnt hij zelden. Broedt in vochtige naald- en berkenbossen van Noord- en Oost-Europa en legt zijn eieren, uniek onder de Europese steltlopers, hoog in een boom in verlaten nesten van lijsters, duiven of eekhoorns; de jongen springen na een paar dagen naar beneden.
Verspreiding en trek
Broedt van Fennoscandinavië en de Baltische staten door de Russische taiga, met aan de zuidrand nog kleine aantallen in Polen en Duitsland. Nederland kent geen jaarlijkse broedgevallen maar wel een bijna doorlopende doortrek: de eerste terugtrekkers verschijnen al eind juni, de piek ligt in juli en augustus en enkele duizenden overwinteren in sloten, beken en zuiveringen. In Spanje is hij een algemene wintergast langs rivieren, irrigatiekanalen en rijstvelden, tot diep in het binnenland van Extremadura en Andalusië.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Loop in juli of augustus langs een poldersloot of een helofytenfilter en let op vogels die vlak vóór je voeten opschieten; het witgat laat zich pas op korte afstand zien en verraadt zich dan met zijn roep. In de winter zijn kleine zuiveringsvijvers en niet-bevroren kwelsloten de betrouwbaarste plek. Wie op afstand blijft en even wacht, ziet hem rustig foerageren in plaats van alleen wegvliegen — en pas dan zie je de fijne spikkeling en de scherpe borstbegrenzing.
Staat van instandhouding
Wereldwijd Niet bedreigd (LC); de broedpopulatie in de boreale zone is groot en stabiel. Aan de zuidrand van het areaal — Polen, Duitsland en de Baltische staten — verdween hij plaatselijk door ontwatering en het kappen van vochtig bos. In Nederland zijn de winteraantallen in enkele decennia toegenomen, waarschijnlijk doordat zachtere winters sloten en beken open houden.
Andere soorten in deze familie
Oeverloper · Steenloper · Drieteenstrandloper · Bonte strandloper · Kanoet · Krombekstrandloper · Paarse strandloper · Kleine strandloper · Kemphaan · Temmincks strandloper · Watersnip · Rosse grutto · Grutto · Bokje · Wulp · Regenwulp · Rosse franjepoot · Grauwe franjepoot · Houtsnip · Zwarte ruiter · Bosruiter · Groenpootruiter · Tureluur