Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Solander-stormvogel
Solander-stormvogel | Pterodroma solandri
Providence Petrel | Petrel de solander
De solander-stormvogel is de grote donkere gadfly-stormvogel van de Tasmanzee: veertig centimeter, bruingrijs, met een bleek geschubd gezicht, een lange wigvormige staart en een witte vlek aan de basis van de handpennen op de ondervleugel. Meer dan negenennegentig procent van de wereldpopulatie broedt op twee bergtoppen van Lord Howe Island, waar hij zich in de winter letterlijk uit de lucht laat roepen.
Geluid
Op zee zwijgt hij, zoals alle soorten van dit geslacht. Boven de kolonie is hij daarentegen luidruchtig: in de vlucht klinkt een krijsend, ratelend kir-rer-rer-kik-kik-kik dat ’s nachts én overdag over de bergtoppen van Lord Howe draagt. Dat de vogels ook bij daglicht roepen en landen is voor een stormvogel hoogst ongewoon en het maakt de kolonie op Mount Gower tot een van de merkwaardigste vogelervaringen van Australië.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.
Herkenning
Een grote, forse stormvogel van veertig centimeter en ongeveer een halve kilo, in het geheel donker grijsbruin. Het gezicht is bleker, grijs en geschubd van patroon, met een lichte kin, wat de vogel een grijsgezichte indruk geeft; de rest van de kop is bruin. Op de ondervleugel zit dicht bij de vleugelpunt een witte vlek, gevormd door de bleke basis van de handpennen — dat is het kenmerk waarop alles draait. De staart is lang en wigvormig, de snavel fors en zwart, het oog donker, poten en voeten grijszwart. De vlucht is zwaar en krachtig, met hoge, brede bogen.
Verwarringssoorten
Alle grote donkere stormvogels van dit gebied lijken op elkaar; de ondervleugel beslist. De langvleugelstormvogel (Pterodroma macroptera) is de naaste gelijkenis, maar mist de witte vlek op de ondervleugel en heeft slechts een beperkt bleek gezichtsveld. De donkere kleedvorm van de kermadecstormvogel (Pterodroma neglecta) is kleiner, mist het grijze geschubde gezicht en heeft bleke schachten in de handpennen die niet alleen ónder maar ook bóven op de vleugel een lichte vlek geven — kijk dus naar de bovenvleugel om die twee te scheiden. De donkere kleedvorm van de salvins-stormvogel (Pterodroma heraldica) heeft eveneens een lichte ondervleugelvlek, maar is kleiner en slanker, heeft donkere schachten en is een vogel van de tropische Koraalzee, terwijl de solander-stormvogel de Tasmanzee bezet. De witkinstormvogel (Procellaria aequinoctialis) en de zwarte stormvogel (Procellaria parkinsoni) zijn te herkennen aan hun bleke, gele tot hoornkleurige snavel tegenover de zwarte snavel van deze soort.
Leefgebied
Op zee gematigd tot subtropisch water boven en buiten het continentaal plat van oostelijk Australië. Om te broeden trekt hij het bergbos in: de holen liggen op de mos- en varenrijke toppen en steile hellingen van Mount Gower en Mount Lidgbird op Lord Howe, tussen boomwortels en rotsblokken in het nevelbos, en op Phillip Island bij Norfolkeiland in ruiger, laag terrein.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.
Verspreiding en trek
Binnen dit venster broedt hij vrijwel uitsluitend op Lord Howe Island, met ongeveer tweeëndertigduizend paren op Mount Gower en Mount Lidgbird, en daarnaast met enkele tientallen paren op Phillip Island bij Norfolkeiland. In de broedtijd, van maart tot oktober, foerageert hij voor de oostkust van Australië, van Fraser Island tot zuidoostelijk Tasmanië, en juist dan is hij op de winterse pelagics voor Nieuw-Zuid-Wales de talrijkste gadfly-stormvogel. Na het broeden verdwijnt hij naar de noordwestelijke Stille Oceaan bij Japan en Kamtsjatka en tot in de Beringzee. In Nieuw-Zeelandse wateren is hij niet meer dan een dwaalgast.
- Winter
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Twee manieren, allebei in de Australische winter. Loop tussen mei en september de klim naar de top van Mount Gower op Lord Howe of het Little Island Track aan de voet ervan: roep of fluit, en vogels komen uit de lucht naar beneden, landen voor je voeten en kruipen soms zelfs in je schoot — een vertoning die je bij geen enkele andere stormvogel ter wereld krijgt. Wie op het vasteland blijft, neemt een pelagische tocht uit Sydney, Wollongong of Port Stephens tussen mei en augustus; let bij elke donkere gadfly op de witte vlek dicht bij de handpenbasis en op de bleke, geschubde wang.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), met ongeveer vierenzestigduizend vogels, maar die geruststellende status verhult een kwetsbare situatie: praktisch de hele soort broedt op twee bergtoppen van één eiland plus één eilandje. De geschiedenis waarschuwt: na de Europese vestiging op Norfolkeiland in 1790 werden er tot vijfduizend vogels per nacht geslacht voor voedsel en in totaal naar schatting een miljoen weggehaald, waarna ingevoerde katten, ratten en varkens de soort daar rond 1800 volledig uitroeiden; pas na het opruimen van de konijnen keerde hij op Phillip Island terug. Op Lord Howe zijn holoverstroming en predatie door de daar inheemse Lord Howe-ral de natuurlijke verliezen; ratten en muizen zijn in 2019 met een grootschalige actie van het eiland verwijderd, wat de belangrijkste winst van de afgelopen decennia is. Op zee spelen verdrinking aan beuglijnen en het opnemen van plastic een rol, al is geen van beide op dit moment de hoofdoorzaak van sterfte.
Wetenschappelijke naam
Pterodroma solandri | (Gould, 1844)
Gould beschreef de soort in 1844 als Procellaria solandri, zodat auteur en jaartal tussen haakjes staan. Het epitheton, en daarmee ook de Nederlandse gidsnaam, eert Daniel Solander, de Zweedse botanicus die met Banks en Cook op de Endeavour voer. Een echte typelocatie gaf Gould niet; de Straat Bass wordt als plaats aangehouden. De Engelse naam Providence Petrel komt uit de hongerwinter van 1790 op Norfolkeiland: de vogels die toen op de berg aankwamen werden door de uitgehongerde kolonie als een beschikking van de voorzienigheid gezien. Het geslacht Pterodroma werd in 1856 ingevoerd door Bonaparte, van het Griekse pteron (vleugel) en dromos (loper).

