Alle soorten › Naar de strandlopers en snippen › Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken
Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken
Steltlopers zijn lastig: veel soorten zijn bruin, klein en snel weg. Vaak scheiden een paar dingen ze wel: de lengte en vorm van de snavel, de pootkleur, een witte vleugelstreep of stuit in de vlucht en hoe de vogel er in zomer en winter uitziet. Tik hieronder aan wat je ziet; de lijst toont alleen de soorten die bij alles passen.
- Binnen één rij kun je meerdere waarden kiezen (groene of gele poten); tussen rijen moet alles kloppen.
- Alles gaat over volwassen vogels van de 30 inheemse soorten van deze gids; dwaalgasten en jonge vogels staan op de soortpagina's.
- De snavellengte is een schatting ten opzichte van de kop. Twijfel je, kies dan twee waarden.
Wat zie je?
Geen enkele soort past bij deze combinatie. Haal een keuze weg.
| Soort | Lengte | Poten | Snavel | Snavelvorm | Vleugelstreep | Stuit | Broedkleed | Winterkleed | Waar let je op |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Grote soorten | |||||||||
WulpNumenius arquata | 50–60 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Omlaag gebogen | Geen | Wit | Bruin gestreept | Als zomer | De grootste steltloper van Europa: enorme omlaag gebogen snavel, gestreept lichtbruin, witte wig op de rug; typische jodelende roep. |
RegenwulpNumenius phaeopus | 40–46 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Omlaag gebogen | Geen | Wit | Bruin gestreept | Als zomer | Wulp met een gestreepte kop (twee donkere kruinstrepen en een lichte middenstreep) en een kortere, scherper omlaag gebogen snavel; snelle, trillende roep. |
GruttoLimosa limosa | 37–42 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Recht | Witte streep | Wit | Roestrood | Lichtgrijs | Zeer lange rechte snavel met roze basis, lange zwarte poten die ver achter de staart uitsteken, duidelijke witte vleugelstreep en een zwarte staartband op een witte stuit; in zomer oranjebruin op hals en borst. |
Rosse gruttoLimosa lapponica | 37–41 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Licht omhoog | Geen | Wit | Roestrood | Lichtgrijs | Iets kortere poten dan de grutto en een licht omhoog gebogen snavel; geen opvallende vleugelstreep en een witte wig op de rug; in zomer baksteenrood. |
| DunbekwulpNumenius tenuirostris | 36–41 cm | Zwart/grijs | Zeer lang | Omlaag gebogen | Geen | Wit | Bruin gestreept | Als zomer | Zeer zeldzaam, waarschijnlijk uitgestorven: kleiner dan een regenwulp, met een dunne, omlaag gebogen snavel, hartvormige vlekken op de flanken en een witte stuit. |
HoutsnipScolopax rusticola | 33–38 cm | Roze | Lang | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Plompe, bruine bosvogel met dwarsbanden op de kop en een lange rechte snavel; grote ogen hoog op de kop; schemervluchten. |
| Middelgrote soorten | |||||||||
GroenpootruiterTringa nebularia | 30–35 cm | Groen/geelgroen | Lang | Licht omhoog | Geen | Wit | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Grote, lichte ruiter met groene poten, een stevige, licht opwaarts gebogen snavel en een witte rugwig; luide roep van drie vaste tonen. |
KemphaanCalidris pugnax | 29–32 cm | Oranje | Kort | Omlaag gebogen | Vage streep | Witte zijden | Variabel | Grijsbruin | Slank met kleine kop, lange nek en een korte, licht gebogen snavel; poten oranje tot geelgroen. Mannen in zomer met kraag en oorpluimen in elke denkbare kleur; witte ovale vlekken aan weerszijden van de staartbasis. |
Zwarte ruiterTringa erythropus | 29–32 cm | Rood | Lang | Recht | Geen | Wit | Zwart | Lichtgrijs | In zomer zwart met witte stippen, in winter bleekgrijs met lange wenkbrauw; lange, dunne snavel met een kleine haak aan de punt en rood-oranje poten. |
PoelsnipGallinago media | 26–30 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Vage streep | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Zwaardere, gedrongen snip met lichte vleugelstrepen van wit gepunte dekveren en een zwaar gebandeerde buik; vliegt zwaar en recht op. |
TureluurTringa totanus | 27–29 cm | Rood | Middellang | Recht | Witte achterrand | Wit | Bruin gestreept | Grijsbruin | Rode poten, rode snavelbasis, brede witte achterrand aan de vleugel en een witte stuit; waakzaam en luidruchtig. |
StekelstaartsnipGallinago stenura | 25–27 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Lijkt sterk op de watersnip, maar donkerder, zonder witte achterrand aan de vleugel en met korte, stijve ‘stekelpennen’ in de staart; nauwelijks te scheiden in het veld. |
WatersnipGallinago gallinago | 25–27 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Witte achterrand | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | Lange rechte snavel, gestreept kopmotief met een lichte kruinstreep en een smalle witte achterrand aan de vleugel; vliegt in zigzag op met een schorre roep. |
KanoetCalidris canutus | 23–26 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Vage streep | Donker | Roestrood | Lichtgrijs | Gedrongen en middelgroot, met een korte rechte snavel; in zomer roodbruine onderzijde, in winter grijs; een vage lichte vleugelstreep en lichtgrijze stuit. |
PoelruiterTringa stagnatilis | 22–26 cm | Groen/geelgroen | Lang | Recht | Geen | Wit | Bruin gestreept | Lichtgrijs | Sierlijk, met een lange, naaldfijne rechte snavel en zeer lange groenige poten; in winter heel licht grijs; witte rugwig. |
TerekruiterXenus cinereus | 22–25 cm | Oranje | Middellang | Licht omhoog | Witte achterrand | Donker | Bruin gestreept | Grijsbruin | Korte oranje poten en een lange, duidelijk opwaarts gebogen snavel met oranje basis; witte achterrand aan de vleugel; rent gejaagd. |
SteenloperArenaria interpres | 21–24 cm | Oranje | Kort | Recht | Witte streep | Wit | Harlekijn | Grijsbruin | Gedrongen, met korte oranje poten en een korte, spitse snavel waarmee hij stenen en wier omkeert; in zomerkleed een zwart-wit-roestbruin harlekijnpatroon. |
WitgatTringa ochropus | 21–24 cm | Groen/geelgroen | Middellang | Recht | Geen | Wit | Bruin gestreept | Grijsbruin | Donkere rug met witte stippen, wit onderlijf en een witte stuit tegen een zwarte onderkant van de vleugel; donkergroene poten. |
Paarse strandloperCalidris maritima | 20–22 cm | Oranje | Middellang | Recht | Vage streep | Donker | Bruin gestreept | Grijsbruin | Donker en gedrongen, van rotskusten; oranjegele poten en een snavel met oranje basis; geen opvallende vleugelstreep of witte stuit. |
Rosse franjepootPhalaropus fulicarius | 20–22 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Kleinere zwemmer met een dunne zwarte snavel; in zomer grijs met een rode halsband, in winter lichtgrijs met zwart oogmasker; draait rondjes op het water. |
BosruiterTringa glareola | 19–23 cm | Groen/geelgroen | Middellang | Recht | Geen | Wit | Bruin gestreept | Grijsbruin | Slank, donker gespikkeld bruin met een lange lichte wenkbrauw, geelgroene poten en een witte stuit; vaak langs zoete poelen. |
DrieteenstrandloperCalidris alba | 20–21 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Lichte, drukke strandloper van de vloedlijn zonder achterteen; brede witte vleugelstreep, in winter bijna wit met een donkere schoudervlek. |
OeverloperActitis hypoleucos | 19–21 cm | Groen/geelgroen | Kort | Recht | Witte streep | Donker | Bruin gestreept | Grijsbruin | Bruin boven en wit onder met een witte ‘haak’ voor de vleugel; knikt voortdurend met het achterlijf en vliegt laag over het water met snelle, stijve vleugelslagen. |
KrombekstrandloperCalidris ferruginea | 19–21 cm | Zwart/grijs | Lang | Omlaag gebogen | Witte streep | Wit | Roestrood | Lichtgrijs | Langere, duidelijk omlaag gebogen snavel dan de bonte strandloper en een witte stuit; in zomer baksteenrood, in winter lichtgrijs met witte wenkbrauw. |
| Kleine soorten | |||||||||
Bonte strandloperCalidris alpina | 17–21 cm | Zwart/grijs | Middellang | Omlaag gebogen | Witte streep | Witte zijden | Zwart | Lichtgrijs | De standaard-strandloper: middellange, aan de punt omlaag gebogen snavel en zwarte poten; in zomer een zwarte buikvlek, in winter grijs en wit. |
Grauwe franjepootPhalaropus lobatus | 18–19 cm | Geel | Kort | Recht | Witte streep | Witte zijden | Roestrood | Lichtgrijs | Zwemmende kleine steltloper met lobben aan de tenen; in zomer baksteenrood met een witte kop en een dikke, geelbasige snavel; in winter lichtgrijs met zwart oogmasker. |
BokjeLymnocryptes minimus | 17–19 cm | Groen/geelgroen | Middellang | Recht | Geen | Donker | Bruin gestreept | Als zomer | De kleinste snip met een kortere snavel en een gespleten wenkbrauwstreep zonder lichte kruinstreep; zit tot het laatste moment stil. |
BreedbekstrandloperCalidris falcinellus | 16–18 cm | Zwart/grijs | Middellang | Omlaag gebogen | Witte streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Grijsbruin | Kleine strandloper met een korte, brede snavel die vlak voor de punt omlaag knikt; gespleten wenkbrauwstreep (twee strepen boven het oog) en korte, donkere poten. |
Temmincks strandloperCalidris temminckii | 13.5–15 cm | Groen/geelgroen | Kort | Recht | Vage streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Grijsbruin | Klein, langwerpig en grijsbruin zonder veel tekening; groene tot geelgroene poten, witte buitenste staartpennen en een zeer vage vleugelstreep. |
Kleine strandloperCalidris minuta | 12–14 cm | Zwart/grijs | Kort | Recht | Vage streep | Witte zijden | Bruin gestreept | Grijsbruin | Kleinste standaard-strandloper met een korte, fijne zwarte snavel en zwarte poten; in zomer roestkleurige wangen en een witte V op de rug, in winter grijsbruin. |
De kenmerken komen uit de soortteksten van deze gids en zijn aangevuld uit gangbare veldgidsen. Lengtes zijn die van de soortpagina; de groepen zijn een hulpmiddel en geen vaste indeling.




























