Alle soorten › Naar de strandlopers en snippen › Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken

Strandlopers, ruiters en snippen vergelijken

Steltlopers zijn lastig: veel soorten zijn bruin, klein en snel weg. Vaak scheiden een paar dingen ze wel: de lengte en vorm van de snavel, de pootkleur, een witte vleugelstreep of stuit in de vlucht en hoe de vogel er in zomer en winter uitziet. Tik hieronder aan wat je ziet; de lijst toont alleen de soorten die bij alles passen.

SoortLengtePotenSnavelSnavelvormVleugelstreepStuitBroedkleedWinterkleedWaar let je op
Grote soorten
WulpNumenius arquata50–60 cmZwart/grijsZeer langOmlaag gebogenGeenWitBruin gestreeptAls zomerDe grootste steltloper van Europa: enorme omlaag gebogen snavel, gestreept lichtbruin, witte wig op de rug; typische jodelende roep.
RegenwulpNumenius phaeopus40–46 cmZwart/grijsZeer langOmlaag gebogenGeenWitBruin gestreeptAls zomerWulp met een gestreepte kop (twee donkere kruinstrepen en een lichte middenstreep) en een kortere, scherper omlaag gebogen snavel; snelle, trillende roep.
GruttoLimosa limosa37–42 cmZwart/grijsZeer langRechtWitte streepWitRoestroodLichtgrijsZeer lange rechte snavel met roze basis, lange zwarte poten die ver achter de staart uitsteken, duidelijke witte vleugelstreep en een zwarte staartband op een witte stuit; in zomer oranjebruin op hals en borst.
Rosse gruttoLimosa lapponica37–41 cmZwart/grijsZeer langLicht omhoogGeenWitRoestroodLichtgrijsIets kortere poten dan de grutto en een licht omhoog gebogen snavel; geen opvallende vleugelstreep en een witte wig op de rug; in zomer baksteenrood.
DunbekwulpNumenius tenuirostris36–41 cmZwart/grijsZeer langOmlaag gebogenGeenWitBruin gestreeptAls zomerZeer zeldzaam, waarschijnlijk uitgestorven: kleiner dan een regenwulp, met een dunne, omlaag gebogen snavel, hartvormige vlekken op de flanken en een witte stuit.
HoutsnipScolopax rusticola33–38 cmRozeLangRechtGeenDonkerBruin gestreeptAls zomerPlompe, bruine bosvogel met dwarsbanden op de kop en een lange rechte snavel; grote ogen hoog op de kop; schemervluchten.
Middelgrote soorten
GroenpootruiterTringa nebularia30–35 cmGroen/geelgroenLangLicht omhoogGeenWitBruin gestreeptLichtgrijsGrote, lichte ruiter met groene poten, een stevige, licht opwaarts gebogen snavel en een witte rugwig; luide roep van drie vaste tonen.
KemphaanCalidris pugnax29–32 cmOranjeKortOmlaag gebogenVage streepWitte zijdenVariabelGrijsbruinSlank met kleine kop, lange nek en een korte, licht gebogen snavel; poten oranje tot geelgroen. Mannen in zomer met kraag en oorpluimen in elke denkbare kleur; witte ovale vlekken aan weerszijden van de staartbasis.
Zwarte ruiterTringa erythropus29–32 cmRoodLangRechtGeenWitZwartLichtgrijsIn zomer zwart met witte stippen, in winter bleekgrijs met lange wenkbrauw; lange, dunne snavel met een kleine haak aan de punt en rood-oranje poten.
PoelsnipGallinago media26–30 cmGroen/geelgroenLangRechtVage streepDonkerBruin gestreeptAls zomerZwaardere, gedrongen snip met lichte vleugelstrepen van wit gepunte dekveren en een zwaar gebandeerde buik; vliegt zwaar en recht op.
TureluurTringa totanus27–29 cmRoodMiddellangRechtWitte achterrandWitBruin gestreeptGrijsbruinRode poten, rode snavelbasis, brede witte achterrand aan de vleugel en een witte stuit; waakzaam en luidruchtig.
StekelstaartsnipGallinago stenura25–27 cmGroen/geelgroenLangRechtGeenDonkerBruin gestreeptAls zomerLijkt sterk op de watersnip, maar donkerder, zonder witte achterrand aan de vleugel en met korte, stijve ‘stekelpennen’ in de staart; nauwelijks te scheiden in het veld.
WatersnipGallinago gallinago25–27 cmGroen/geelgroenLangRechtWitte achterrandDonkerBruin gestreeptAls zomerLange rechte snavel, gestreept kopmotief met een lichte kruinstreep en een smalle witte achterrand aan de vleugel; vliegt in zigzag op met een schorre roep.
KanoetCalidris canutus23–26 cmZwart/grijsKortRechtVage streepDonkerRoestroodLichtgrijsGedrongen en middelgroot, met een korte rechte snavel; in zomer roodbruine onderzijde, in winter grijs; een vage lichte vleugelstreep en lichtgrijze stuit.
PoelruiterTringa stagnatilis22–26 cmGroen/geelgroenLangRechtGeenWitBruin gestreeptLichtgrijsSierlijk, met een lange, naaldfijne rechte snavel en zeer lange groenige poten; in winter heel licht grijs; witte rugwig.
TerekruiterXenus cinereus22–25 cmOranjeMiddellangLicht omhoogWitte achterrandDonkerBruin gestreeptGrijsbruinKorte oranje poten en een lange, duidelijk opwaarts gebogen snavel met oranje basis; witte achterrand aan de vleugel; rent gejaagd.
SteenloperArenaria interpres21–24 cmOranjeKortRechtWitte streepWitHarlekijnGrijsbruinGedrongen, met korte oranje poten en een korte, spitse snavel waarmee hij stenen en wier omkeert; in zomerkleed een zwart-wit-roestbruin harlekijnpatroon.
WitgatTringa ochropus21–24 cmGroen/geelgroenMiddellangRechtGeenWitBruin gestreeptGrijsbruinDonkere rug met witte stippen, wit onderlijf en een witte stuit tegen een zwarte onderkant van de vleugel; donkergroene poten.
Paarse strandloperCalidris maritima20–22 cmOranjeMiddellangRechtVage streepDonkerBruin gestreeptGrijsbruinDonker en gedrongen, van rotskusten; oranjegele poten en een snavel met oranje basis; geen opvallende vleugelstreep of witte stuit.
Rosse franjepootPhalaropus fulicarius20–22 cmZwart/grijsKortRechtWitte streepWitte zijdenRoestroodLichtgrijsKleinere zwemmer met een dunne zwarte snavel; in zomer grijs met een rode halsband, in winter lichtgrijs met zwart oogmasker; draait rondjes op het water.
BosruiterTringa glareola19–23 cmGroen/geelgroenMiddellangRechtGeenWitBruin gestreeptGrijsbruinSlank, donker gespikkeld bruin met een lange lichte wenkbrauw, geelgroene poten en een witte stuit; vaak langs zoete poelen.
DrieteenstrandloperCalidris alba20–21 cmZwart/grijsKortRechtWitte streepWitte zijdenRoestroodLichtgrijsLichte, drukke strandloper van de vloedlijn zonder achterteen; brede witte vleugelstreep, in winter bijna wit met een donkere schoudervlek.
OeverloperActitis hypoleucos19–21 cmGroen/geelgroenKortRechtWitte streepDonkerBruin gestreeptGrijsbruinBruin boven en wit onder met een witte ‘haak’ voor de vleugel; knikt voortdurend met het achterlijf en vliegt laag over het water met snelle, stijve vleugelslagen.
KrombekstrandloperCalidris ferruginea19–21 cmZwart/grijsLangOmlaag gebogenWitte streepWitRoestroodLichtgrijsLangere, duidelijk omlaag gebogen snavel dan de bonte strandloper en een witte stuit; in zomer baksteenrood, in winter lichtgrijs met witte wenkbrauw.
Kleine soorten
Bonte strandloperCalidris alpina17–21 cmZwart/grijsMiddellangOmlaag gebogenWitte streepWitte zijdenZwartLichtgrijsDe standaard-strandloper: middellange, aan de punt omlaag gebogen snavel en zwarte poten; in zomer een zwarte buikvlek, in winter grijs en wit.
Grauwe franjepootPhalaropus lobatus18–19 cmGeelKortRechtWitte streepWitte zijdenRoestroodLichtgrijsZwemmende kleine steltloper met lobben aan de tenen; in zomer baksteenrood met een witte kop en een dikke, geelbasige snavel; in winter lichtgrijs met zwart oogmasker.
BokjeLymnocryptes minimus17–19 cmGroen/geelgroenMiddellangRechtGeenDonkerBruin gestreeptAls zomerDe kleinste snip met een kortere snavel en een gespleten wenkbrauwstreep zonder lichte kruinstreep; zit tot het laatste moment stil.
BreedbekstrandloperCalidris falcinellus16–18 cmZwart/grijsMiddellangOmlaag gebogenWitte streepWitte zijdenBruin gestreeptGrijsbruinKleine strandloper met een korte, brede snavel die vlak voor de punt omlaag knikt; gespleten wenkbrauwstreep (twee strepen boven het oog) en korte, donkere poten.
Temmincks strandloperCalidris temminckii13.5–15 cmGroen/geelgroenKortRechtVage streepWitte zijdenBruin gestreeptGrijsbruinKlein, langwerpig en grijsbruin zonder veel tekening; groene tot geelgroene poten, witte buitenste staartpennen en een zeer vage vleugelstreep.
Kleine strandloperCalidris minuta12–14 cmZwart/grijsKortRechtVage streepWitte zijdenBruin gestreeptGrijsbruinKleinste standaard-strandloper met een korte, fijne zwarte snavel en zwarte poten; in zomer roestkleurige wangen en een witte V op de rug, in winter grijsbruin.

De kenmerken komen uit de soortteksten van deze gids en zijn aangevuld uit gangbare veldgidsen. Lengtes zijn die van de soortpagina; de groepen zijn een hulpmiddel en geen vaste indeling.