Alle soortenSteltloperachtigenMeeuwen en sterns › Arabische stern

Arabische stern | Sterna repressa

White-cheeked tern | Charrán arábigo

De arabische stern is een visdief in het donker gedoopt: hetzelfde formaat en dezelfde vlucht, maar grijs tot op de buik, met één witte streep over de wang. Het is de enige stern van de Rode Zee die in het kaartgebied elke zomer bij Eilat te zien is.

Arabische stern (Sterna repressa)
Foto: francescocecere — CC0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, hoog kie-liek, in klank verwant aan de visdief maar ijler en haastiger, en bij opwinding versneld tot een ratelend kik-kik-kik. Boven een broedkolonie klinkt een aanhoudend, schel gekrijs. Langs de kust van Eilat is de roep vaak het eerste wat opvalt: een te hoge visdiefroep boven de branding.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Slank en langvleugelig, iets kleiner en fijner dan een visdief, met een lichte, wat fladderende slag en korte stootduiken van geringe hoogte. In broedkleed is de hele onderzijde donker leigrijs, van keel tot onderstaartdekveren, en tussen de zwarte kap en dat grijs staat een smalle, scherp afgesneden witte wangstreep. De snavel is lang en dun, diep rood met een donkere punt; de poten zijn kort en rood. Belangrijk is de achterkant: mantel, stuit en staart hebben dezelfde grijze tint, zodat er nergens een wit blok in de bovenzijde zit. Van onderen valt op de gespreide hand een brede, vage donkere achterrand op. Buiten de broedtijd verbleken de onderdelen en wordt het voorhoofd wit; juveniele vogels zijn geschubd bruin op de rug, met een donkere schouderstreep en een donkere snavel met een bleke basis.

Verwarrings­soorten

De visdief is de vogel waar het altijd op uitdraait, want die staat er bij Eilat gewoon naast. Drie dingen scheiden ze. De onderdelen: bij de arabische stern egaal donkergrijs tot in de buik, bij de visdief lichtgrijs met witte onderstaartdekveren. De achterkant: de arabische stern heeft een grijze stuit en staart die naadloos in de rug overgaan, de visdief een witte stuit en staart die tegen de grijze mantel afsteken — dat is het kenmerk dat op afstand en tegen het licht overeind blijft. De snavel: diep rood met een klein donker puntje tegenover oranjerood met een duidelijke zwarte punt. Een noordse stern is nog lichter en witter, heeft heel korte poten en een egaal doorschijnende hand. Verwar een verse arabische stern ook niet met een zwarte stern in overgangskleed: die is kleiner, heeft een ondiep gevorkte staart en jaagt fladderend boven het water zonder te duiken.

Leefgebied

Ondiepe kustzee boven koraalriffen en zandbanken, met rustplaatsen op stranden, drooggevallen platen, boeien en pieren. Broedt in kleine kolonies van tien tot tweehonderd paren op kale koraal-, rots- en zandeilandjes, meestal samen met andere sterns. Vist met snelle, ondiepe duiken en door prooi vlak van het wateroppervlak te grissen, dicht bij de riffen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

De soort hoort bij de Rode Zee, de Golf van Aden, de Perzische Golf en de kusten van Oost-Afrika tot West-India. In het kaartgebied blijft daar één punt van over: de noordpunt van de Golf van Aqaba. Bij Eilat en aan de Jordaanse overkant bij Aqaba is het van april tot oktober een gewone verschijning, met de meeste vogels in juni en juli en vrijwel geen waarnemingen in december en januari. De broedplaatsen liggen op eilandjes verder de Rode Zee in, buiten de kaart; de vogels die bij Eilat rondhangen zijn niet-broedende en foeragerende vogels uit die kolonies. In de winter trekt de bevolking naar het zuiden, tot in de Indische Oceaan.

  • Broedvogel (zomer)
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Ga in juni of juli op het noordstrand van Eilat staan, bij voorkeur laat in de middag, en volg de sterns die vlak boven de branding heen en weer jagen. Zoek niet op de wangstreep — die is op afstand nauwelijks te zien — maar op de algemene toon: een stern die te donker is voor een visdief. Zodra een vogel wegdraait, controleer je de stuit; blijft die grijs, dan is het rond.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd, maar de aantallen lopen terug. De soort broedt op lage eilandjes die makkelijk te bereiken zijn, en verstoring door dagjesmensen, eierrapen, honden en ratten kost geregeld een hele kolonie. Daar komen de aanleg van kustresorts, olieverontreiniging en het teruglopen van de kleine vis bij. In beschermde gebieden langs de Egyptische Rode Zee houden de kolonies zich het best.