Alle soortenZangvogelsBoszangers › Canarische tjiftjaf

Canarische tjiftjaf | Phylloscopus canariensis

Canary Islands chiffchaff | Mosquitero canario

Van El Hierro tot Gran Canaria is dit het talrijkste vogeltje van elke tuin, elk laurierbos en elke barranco — en tegelijk de lastigste soort van de gids om te melden, want op verenkleed is hij nauwelijks van de tjiftjaf te scheiden. Hij wordt sinds 1996 als aparte soort behandeld, op grond van genetisch onderzoek en van de zang. Op Lanzarote en Fuerteventura ontbreekt hij: de oostelijke vorm is sinds 1986 niet meer gezien.

Canarische tjiftjaf (Phylloscopus canariensis)
Foto: Juan Emilio — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang klinkt vanaf december en houdt tot in juni aan: een korte, gehaaste, wat krassende strofe van ongeveer een seconde, met wisselende noten en een vallend einde, eindeloos herhaald vanaf een halfhoge tak of een tuinmuur. Er gaat vaak een zacht knorrend geluidje aan vooraf. De contactroep is een opgaand tsju-iet, jaarrond te horen. Bij verstoring een droog, snel geratel. In het laurierbos versterkt de vochtige, gesloten ruimte het geluid, zodat de zang veel groter lijkt dan het vogeltje.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Een tjiftjaf met alles een tikje anders. De bovendelen zijn donkerder en bruiner, zonder het olijfgroene waas van een verse tjiftjaf; de onderdelen zijn vuilwit met een warme, beigebruine waas over borstzijden en flanken in plaats van citroengeel. De snavel is langer en zwaarder, de vleugelpunt korter — de handpennen steken maar weinig voorbij de staartdekveren uit — en de staart is naar verhouding langer, wat de vogel een langgerekter, minder rond achterlijf geeft. Poten zwart, oogring smal en licht, wenkbrauwstreep kort en vaag. Geslachten gelijk. Zoek het niet in één kenmerk: het is de optelsom, en op een foto zonder plaatsnaam wordt niemand er zeker van.

Verwarrings­soorten

De zang beslist. De tjiftjaf telt onvermoeibaar en gelijkmatig af, tjif-tjaf-tjif-tjaf, met een metronoomachtige regelmaat; de Canarische tjiftjaf doet dat juist níét. Zijn strofe is korter, sneller, harder en rommeliger, een haastig uitgestoten reeksje van drie tot zes verschillende noten die naar beneden lijkt te struikelen — meer een uitroep dan een telling, en nooit twee keer precies hetzelfde. Ook de roep verschilt: waar de tjiftjaf een zuiver, monosyllabisch hwiet geeft, klinkt hier een voller, wat schorder en vaak licht tweelettergrepig tsju-iet. Dat is van belang, want van oktober tot maart overwinteren Noord-Europese tjiftjaffen in dezelfde tuinen; zwijgende vogels laat je dan staan. Fitis is op de eilanden een schaarse doortrekker met lichte poten en een langere vleugelpunt. Verwar hem verder niet met de Afrikaanse pimpelmees, die een blauw-gele bonte kop heeft, of met een jonge kanarie, die een dikke kegelsnavel draagt.

Leefgebied

Vrijwel alles wat groen is: laurierbos en boomheidebos in het noorden van de eilanden, Canarische dennenbossen, tuinen en stadsparken, tuinbouwpercelen en bananenaanplant, hoge macchia, en vooral de barranco's met hun wilgen, tamarisken en rietzomen. Hij gaat van de zeespiegel tot in de brem- en bezemstruwelen boven de tweeduizend meter in de Cañadas del Teide. Alleen de allerdroogste tabaiba- en cardónvelden aan de zuidkust laat hij links liggen. Het nest is een bolvormig bouwsel met een zijingang, laag in dichte struiken aan de kust of tot hoog in een laurierboom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

De vijf westelijke Canarische Eilanden: El Hierro, La Palma, La Gomera, Tenerife en Gran Canaria, waar hij tot de talrijkste broedvogels behoort. Op Lanzarote en Fuerteventura leefde een aparte oostelijke vorm; die is sinds 1986 niet meer waargenomen en wordt als uitgestorven beschouwd, zodat de soort daar nu ontbreekt. Buiten de archipel komt hij niet voor, op een enkele dwaalgast na. Hij trekt niet en steekt zelfs tussen de eilanden nauwelijks over.

Canarische EilandenEl HierroLa PalmaLa GomeraTenerifeGran CanariaFuerteventuraLa GraciosaLanzarote
  • Jaarrond
Kaartje van de archipel zelf: op de Europakaart zou deze vogel een stipje aan de rand zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Verspreiding per eiland volgens de standaardwerken; eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Elke hoteltuin op Tenerife of Gran Canaria levert hem binnen tien minuten, maar ga voor de zang naar Anaga, het Monte del Agua of de Barranco de los Cernícalos in februari of maart: dan zingen ze op elke honderd meter en hoor je meteen hoe weinig regelmaat er in zit. Neem daarna de tijd voor één vogel die laag in het struweel foerageert en let op de lange snavel en de korte vleugelpunt. Kom je in de winter een zwijgende tjiftjaf tegen, noteer hem dan als 'tjiftjaf onbepaald' — dat is eerlijker en op de eilanden heel gebruikelijk.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en op de vijf westelijke eilanden algemeen tot zeer algemeen, met een stabiele stand. Hij past zich goed aan tuinen, parken en aanplant aan en is daardoor minder kwetsbaar dan de meeste eilandvogels. Het waarschuwende voorbeeld ligt echter naast de deur: de vogels van Lanzarote en Fuerteventura verdwenen in de twintigste eeuw, vermoedelijk door het wegvallen van struweel en bosjes op de droge eilanden en door aanhoudende droogte. Behoud van laurierbos en van de begroeide barranco's is voor de rest van de populatie de belangrijkste maatregel.