Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Gierzwaluwen › Eilandgierzwaluw
Eilandgierzwaluw | Apus unicolor
Plain swift | Vencejo unicolor
De gierzwaluw van Madeira en de Canarische Eilanden, en nergens anders ter wereld broedvogel. Hij scheert langs dezelfde barrancowanden als de rotsduif en langs dezelfde kliffen als de gierzwaluwen van het vasteland, maar hij is er in januari nog — en dat is meteen het handigste kenmerk dat er bestaat.
Geluid
Een gil in de trant van de gierzwaluw, maar dunner, hoger en meer fluitend, en korter afgebeten: srie-srie-sriiii, meestal in koor door een groepje dat een rotswand of een straat afjaagt. Anders dan op het vasteland hoor je dit het hele jaar door — ook op een windstille januarimiddag boven een dorpsplein.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Kleiner en slanker dan de gierzwaluw, met naar verhouding langere, smallere vleugels en een langere staart met een diepere vork; het silhouet is dat van een kruisboog. Het verenkleed is donker en egaal, roetbruin tot bijna zwart, zonder tekening. Een keelvlek is er wel, maar hij is klein, vaag en grijzig in plaats van wit, en op afstand valt hij eenvoudig weg. Van zeer dichtbij en in goed licht geven lichte veerzomen de onderdelen een fijn geschubd beeld. De vlucht is nerveuzer en wendbaarder dan die van de gierzwaluw, met snelle slagen en scherpe zwenkingen tussen de rotswanden.
Verwarringssoorten
Alles hangt af van drie dingen: kleur, silhouet en datum. De gierzwaluw is groter en steviger gebouwd, met een breder ogende vleugelbasis, een ondiepere staartvork en een duidelijker lichte keel — bij jonge vogels zelfs opvallend wit. De vale gierzwaluw is bruiner en bleker, met een grote, vaag begrensde lichte keelvlek, een donker oogmasker tegen een bleker voorhoofd en een bleek paneel in de binnenvleugel; hij oogt botter van vleugelpunt en trager van slag. De eilandgierzwaluw is van de drie de donkerste en de slankste, en zijn keel valt het minst op. Eerlijk gezegd zijn losse overvliegende vogels tegen een grijze lucht vaak niet met zekerheid te benoemen; wacht dan op een vogel die laag langs een wand komt, met de zon in je rug. De datum helpt enorm: in december en januari zit de gewone gierzwaluw in Afrika, en boven een Canarische barranco is vrijwel elke donkere gierzwaluw dan deze. De alpengierzwaluw is veel groter en heeft een witte buik, en de huisgierzwaluw heeft een witte stuit en een korte, rechte staart.
Leefgebied
Broedt in spleten en holten van zeekliffen, rotseilandjes, barrancowanden en binnenlandse rotswanden, en daarnaast in gebouwen en onder bruggen, van zeeniveau tot hoog in de bergen. Het nest is een schoteltje van plantenpluis en veertjes, aan elkaar geplakt met speeksel, diep in een spleet. Jagen doet hij overal boven — kust, dorp, bananenplantage, laurierbos en caldera — maar wat hem kenmerkt is de rotswand: daar broedt hij, daar slaapt hij en daar zie je hem het hele jaar rond langs schuiven.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedvogel van Madeira met Porto Santo en de Desertas en van alle grote Canarische Eilanden, waar hij op Fuerteventura en Lanzarote schaarser is dan op de westelijke eilanden. Daarbuiten broedt hij niet; waarnemingen op de Salvages en langs de Marokkaanse Atlantische kust betreffen zwervers en trekkers. Een deel van de vogels verlaat de archipels in oktober en keert in de late winter of het vroege voorjaar terug, terwijl een ander deel het hele jaar blijft — vooral op de Canarische Eilanden, waar de soort in elke maand te zien is.
- Jaarrond
Waar en wanneer kijken
Ga staan bij de rand van een barranco of op een klif, met de zon in de rug, en kijk naar beneden in plaats van omhoog: dan vliegen de vogels op ooghoogte langs en zie je de kleur, de staartvork en de keel zoals ze werkelijk zijn. Tenerife en La Gomera zijn eenvoudig, met vogels boven vrijwel elk dorp. Wie zekerheid wil over de determinatie, komt in december of januari; wie de drie gierzwaluwen naast elkaar wil, moet juist in mei komen en op een wand met veel verkeer gaan zitten.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). De soort is talrijk op de eilanden en broedt grotendeels in rotswanden, waardoor ze veel minder afhankelijk is van gebouwen dan de gierzwaluwen van het vasteland — juist het punt waarop die het zwaar hebben. Het areaal is wel klein en volledig eilandgebonden, en dat maakt de soort in beginsel kwetsbaar: verstoring van kliffen, sloop en restauratie van oude gebouwen en de achteruitgang van vliegende insecten zijn de dingen om in de gaten te houden. Wie op de eilanden verbouwt, kan met een paar opengelaten spleten in een muur veel doen.


