Alle soorten › Zandhoenderachtigen › Zandhoenders › Lichtensteins zandhoen
Lichtensteins zandhoen | Pterocles lichtensteinii
Lichtenstein's sandgrouse | Ganga de Lichtenstein
Het kleinste en het vreemdste zandhoen van de gids: een gedrongen, kortstaartig vogeltje dat er van kop tot staart uitziet alsof er fijne zwarte golfjes overheen zijn getrokken. Het is bovendien de enige die de dag verslaapt en pas in het donker naar het water komt — reden waarom hij, hoewel hij ergens onder een acacia zit, in Israël en Marokko bij de moeilijkst waar te nemen broedvogels hoort.
Geluid
De vluchtroep is een zacht, hoog en fluitend kwitl of kwie-tl, in korte reeksen herhaald en met een klaaglijke klank; het is een van de weinige zandhoendergeluiden die je vaker in het donker hoort dan bij daglicht. Bij verstoring klinkt een schor, kakelend kri-kri-kri. Doordat de vogels in de schemering aankomen, is het geluid vaak het enige wat je van een groep meekrijgt; op een stille avond in een wadi draagt het opvallend ver tussen de rotswanden door.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein, bol en kortstaartig, zonder verlengde staartpennen. Beide geslachten zijn over boven- én onderzijde dicht zwart gebandeerd op een roomkleurige tot okerkleurige grond, met veel meer contrast dan bij welk ander zandhoen ook: het lijkt van dichtbij op een fijn gevlochten mandje. Het mannetje heeft een zwart-wit gebandeerd voorhoofd, een geeloranje oogring en een oranjerode snavel, en op de borst een ongebandeerd okerkleurig veld dat door twee smalle zwarte banden wordt doorsneden. Het vrouwtje mist de voorhoofdtekening, heeft een grijze snavel en is over de hele borst even gelijkmatig gebandeerd, zonder of met een veel zwakkere borstband. De poten zijn bevederd en vleeskleurig, de vleugels kort en afgerond.
Verwarringssoorten
Geen van de andere vier zandhoenders van de gids is over de héle onderzijde gebandeerd, en dat is meteen de beslissing: waar het sahelzandhoen en het kroonzandhoen van onderen egaal zandkleurig zijn en de twee Iberische soorten een wit of zwart buikveld dragen, is deze soort van keel tot staart doorgetekend. Daarbij komt de bouw: hij is duidelijk kleiner en korter dan alle andere, met afgeronde vleugels en een snelle, wat fladderende slag in plaats van de lange sikkelvlucht van de woestijnsoorten. De oranjerode snavel van het mannetje heeft geen enkel ander zandhoen. En het tijdstip helpt: als je in het laatste licht of ver na zonsondergang een zandhoen naar het water hoort komen, is dit vrijwel zeker de soort — de andere vier drinken bij daglicht. De roep is een zacht, hoog gefluit, heel anders dan het nasale geroep van het kroonzandhoen dat vaak in dezelfde wadi's zit.
Leefgebied
Smalle, stenige wadi's met acaciastruweel, en de puinhellingen en rotsplateaus daaromheen. Anders dan de twee andere woestijnzandhoenders zit hij niet op de open vlakte maar juist in het gesloten, geaccidenteerde terrein: droge beddingen met verspreide acacia's, doornstruweel, rotsblokken en steile wanden. Overdag rust hij daar in de schaduw van een rotsblok of onder een struik en verroert zich vrijwel niet. Hij foerageert lopend onder de struiken op zaden van acacia's en woestijnkruiden, vooral in het laatste uur voor de duisternis. Drinken doet hij ná zonsondergang en opnieuw vóór het eerste licht, in kleine groepjes bij dezelfde poel of bron. Ook hier laat het mannetje de buikveren volzuigen; die veren houden water vast en brengen het naar de kuikens, en de hoeveelheid die deze soort zo kan meenemen is de grootste die bij zandhoenders is gemeten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Binnen het kaartgebied is dit de zeldzaamste van de vijf zandhoenders, met twee kleine kernen. In Israël houdt hij stand in de zuidelijke Arava, in de driehoek Eilat–Lotan–Neot Semadar, met vaste drinkplaatsen en soms een nest vlak bij een dorp. In Zuid-Marokko is hij een zeldzame broedvogel van de pre-Sahara: bekende plekken liggen bij Oued Tissint aan de weg van Tata naar Foum Zguid en in de middenloop van de Draa bij het uitgedroogde meer Iriqui, waar hij soms samen met sahel- en kroonzandhoenders komt drinken. Buiten de kaart broedt de soort verspreid door de Sahel, de Hoorn van Afrika, Arabië en oostwaarts tot Pakistan en Afghanistan.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Dit is de enige zandhoender van de gids die je in het donker moet zoeken. Ga in het laatste daglicht bij een bekende bron of poel in een wadi zitten, met de rug tegen de rotswand, en blijf zitten tot het volledig donker is; de groepjes komen laag aanvliegen en verraden zich met het zachte fluitje. Gebruik geen lamp — een verstoorde groep zoekt een andere plek en komt de volgende avond niet terug. Overdag is doelgericht zoeken vrijwel kansloos; wie er dan een vindt, trapt hem toevallig op onder een acacia, en dan zie je alleen een kort, laag wegvliegend vogeltje. Meld waarnemingen in Marokko bij de Moroccan Rare Birds Committee: van de verspreiding daar is nog weinig bekend.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd — over het geheel van Afrika en Arabië gaat het om een wijd verspreide soort — maar aan de noordrand is het beeld ernstig. Israël beoordeelt het als ernstig bedreigd: in de jaren tachtig werden nog vijftig tot honderd broedparen geschat, en nu wordt de bevolking op minder dan vijftig volwassen vogels gesteld, geconcentreerd in één klein gebied. De snelle uitbouw van de zuidelijke Arava tast het leefgebied aan en verstoort de vaste drinkplaatsen, en toegenomen aantallen rovers drukken op het broedsucces van grondbroeders in het algemeen en van zandhoenders in het bijzonder. Ook in Marokko gaat het om een handvol vindplaatsen. Gerichte beschermingsmaatregelen ontbreken.



