Alle soorten › Steltloperachtigen › Grielen › Senegalese griel
Senegalese griel | Burhinus senegalensis
Senegal thick-knee | Alcaraván senegalés
De zustersoort van de griel, maar dan een vogel van het water in plaats van de droge steppe. Overdag staat hij onbeweeglijk op een zandbank of een rotseiland in de Nijl, in een omgeving waarin hij vrijwel oplost; pas als de zon zakt zet hij een schel, versnellend fluitconcert in dat over het water kilometers ver draagt.
Geluid
Een helder, doordringend fluitconcert dat begint met een paar losse tonen en dan versnelt tot een lange, gelijkmatige reeks: pi-pi-pi-pi-pi-pi, eerst opklimmend en aan het eind wegzakkend. Het is scherper en veel sneller dan het klaaglijke koer-liiii van de griel en mist de wulpachtige weemoed daarvan volledig. Vogels op verschillende zandbanken beantwoorden elkaar, zodat het geluid over de rivier heen en weer kaatst. Het begint kort voor zonsondergang en houdt met tussenpozen de hele nacht aan; bij onrust een kort, hard kik-kik.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Zandbruine steltloper met de ronde kop, de dikke hals en het gele oog van een griel, maar in alles kleiner en fijner gebouwd. De snavel is lang en recht en voor het grootste deel zwart, met alleen aan de basis van de bovensnavel een gele vlek. Rond het oog ligt een breed wit vlak, boven en onder begrensd door een donkere lijn. Op de gevouwen vleugel staat een effen grijs paneel, aan de onderkant afgesneden door een zwarte lijn en aan de bovenkant omzoomd met wit. De poten zijn geelgroen, met het verdikte spronggewricht waar de familie haar Engelse naam aan dankt. In vlucht toont de bovenvleugel één brede witte baan; de slag is traag en de vogel oogt breedvleugelig.
Verwarringssoorten
Alleen de griel komt in aanmerking, en in Egypte en Israël overlappen de twee. Drie dingen beslissen het. De snavel: bij de Senegalese griel lang en overwegend zwart met een gele basis, bij de griel korter en juist overwegend geel met een zwarte punt. De vleugelstreep: hier een effen grijs paneel met één zwarte begrenzing, bij de griel een opvallende zwart-wit-zwarte band over de grote dekveren, en in vlucht één witte handpenvlek tegen twee. En het formaat: met 32 tot 38 centimeter is de Senegalese griel merkbaar kleiner en slanker dan de 40 tot 44 van de griel. Het terrein helpt bijna altijd mee: de Senegalese griel zit zelden verder dan een steenworp van water, de griel juist op droog land.
Leefgebied
Zandbanken, grindeilanden en rotseilandjes in grote rivieren, oevers van meren en visvijvers, en het kale open land daar direct achter. De vogel foerageert 's nachts op insecten en wormen op onbegroeide grond en op akkers, en broedt in een kuiltje op zand, grind of steen. In Egypte is hij bovendien een stadsvogel geworden: platte grinddaken in Caïro, Luxor en Assoean dienen als nestplaats, met de rivier op loopafstand.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van oorsprong een Afrikaanse soort, verspreid in een brede band van Senegal en Gambia oostwaarts tot Soedan en Ethiopië. Binnen het kaartgebied gaat het om de Egyptische ondersoort inornatus, het hele jaar aanwezig en algemeen in de hele Nijlvallei van de Delta tot Assoean. Sinds ongeveer 2015 duikt de soort ook in Israël op: eerst als losse vogels, daarna vast in de visvijvers van Ma'ayan Tsvi en Ma'agan Michael aan de Karmelkust en bij Kfar Roeppin in de Bet She'an-vallei, en het aantal waarnemingen daar loopt snel op. Verder noordwaarts is het nog een dwaalgast.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- Trekrichting
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
In Egypte kost het geen moeite: neem in Assoean een felucca naar de rotseilanden rond Elephantine, of loop bij Luxor in de late namiddag de oever af. In Israël is het lastiger; zoek de randen van de visvijvers bij Ma'ayan Tsvi af in de laatste twee uur licht, wanneer de vogels van hun rustplaats naar de open modder lopen. Vertrouw op je oren, want het fluiten begint eerder dan de vogels zich laten zien, en laat de lamp uit.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, en binnen het kaartgebied eerder in opmars dan op zijn retour. In de Nijlvallei profiteert de soort van visvijvers, irrigatiekanalen en platte daken, en de vestiging in Israël is nieuw. Last heeft hij van het rechttrekken en verstevigen van oevers, van het verdwijnen van zandbanken door stuwen en zandwinning, en van vertrapte nesten waar honden en vee loslopen. Het is een van de weinige vogels in deze gids waarvan het areaal binnen het kaartgebied groter wordt.




