Alle soorten › Zangvogels › Boomklevers › Turkse boomklever
Turkse boomklever | Sitta krueperi
Krüper's nuthatch | Trepador de Krüper
Een klein, kortstaartig kleverje van de naaldbossen van Turkije, met een zwarte pet en een grote roestrode vlek midden op de borst — een tekening die geen andere boomklever in het gebied heeft. Voor de Europese vogelaar is hij vooral de trofee van Lesbos, waar een enkel dennenbos bij Achladeri de enige broedplaats binnen de Europese Unie herbergt.
Geluid
Levendig en hoog. De contactroep is een helder, wat klagend dwie, vaak herhaald tot een serie doe-i-doe-i-doe-i die met een vast tempo doorgaat. Opgewonden vogels laten een rauw, gerekt èèhtsj horen, en de zang is een nasale reeks waarin hoge en lage tonen elkaar in een onregelmatig ritme afwisselen. Het geluid draagt ver door het dennenbos en is bijna altijd het eerste wat je van de soort merkt; de vogels zelf blijven hoog in de kronen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Duidelijk kleiner en fijner dan de boomklever, met een korte staart en een naar verhouding lange, spitse snavel. Bovendelen blauwgrijs, keel wit, onderdelen vuilwit tot grijsbeige. Twee dingen beslissen het: de zwarte pet, die voorhoofd en kruin bedekt maar niet doorloopt in de nek, en de grote, halvemaanvormige roestrode vlek midden op de bovenborst, die als een bruine sjaal onder de witte keel ligt. Daarboven loopt een brede, zuiver witte wenkbrauwstreep, en daaronder een smalle zwarte oogstreep. Bij het mannetje is de pet glanzend zwart en scherp begrensd, bij het vrouwtje doffer, minder uitgestrekt en vager naar achteren, en zijn de onderdelen beiger. Jonge vogels missen het zwart op de kop volledig en tonen de borstvlek als een vage roestige waas; ze zijn dan het lastigst.
Verwarringssoorten
De boomklever is groter en langer, heeft geen zwarte pet en geen borstvlek, en is over de hele onderkant roestbeige in plaats van alleen op de borst. De rotsklever is nog groter en bleker, heeft een zware zwarte oogstreep zonder witte wenkbrauw erboven, en leeft op kale rotsen in plaats van in dennen. De Corsicaanse boomklever heeft dezelfde zwarte pet met witte wenkbrauwstreep, maar mist de roestrode borstvlek en komt uitsluitend op Corsica voor, duizend kilometer verderop; overlap is er niet. Boomkruipers zijn bruin gevlekt, klimmen alleen omhoog met steun van een stijve staart en hebben een fijn gebogen snaveltje.
Leefgebied
Naaldbos, en dan vooral dat van de Turkse den op de lagere hellingen en van zilverspar, Kaukasische spar, Cilicische zilverspar, zwarte den en ceder daarboven. In Turkije zit hij meestal tussen duizend en zestienhonderd meter, maar hij is aangetroffen van zeeniveau tot tweeduizend vijfhonderd meter; op Lesbos leeft hij vlak bij zee in een bos van Turkse den. Hij verkiest dichte, gesloten opstanden met oude bomen. Het nest ligt in een boomholte, gemiddeld een meter of twaalf hoog, en het vrouwtje voert de kom met stukjes bast, vermolmd hout, dennenschubben, mos, haar en veren. Het legsel bestaat uit vier tot zeven eieren; het broeden begint vroeg, vaak al voordat de sneeuw uit de hogere bossen weg is.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Bijna het hele areaal ligt in Turkije: West-Anatolië, de Middellandse Zeekust en de bergen langs de Zwarte Zee. Daarbuiten alleen het Griekse eiland Lesbos, het zuiden van Georgië en een strook van de Russische Kaukasus rond Krasnodar en Karatsjaj-Tsjerkessië. De soort is standvogel en verplaatst zich hooguit in hoogte. Het totale bestand werd rond 2015 geschat op honderdduizend tot enkele honderdduizenden paren, vrijwel allemaal in Turkije. Voor wie de soort in de Europese Unie wil zien is Lesbos het enige adres.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in april of begin mei naar het dennenbos van Achladeri aan de zuidkant van de Golf van Kalloni op Lesbos. Loop de onverharde weg het bos in, blijf staan en luister: het herhaalde doe-i-doe-i is scherp en draagt ver. Volg het geluid dieper het bos in en zoek dan hoog in de dennen naar een klein kleverje dat zich langs de takken werkt. Kijk gericht naar de borst — de roestrode vlek is er, ook bij tegenlicht, en beslist de waarneming meteen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd volgens de Rode Lijst, al stond de soort in 2014 kort als gevoelig te boek en werd ze in 2015 weer als niet bedreigd beoordeeld. De aantallen dalen wel. Het areaal is klein en ligt vrijwel geheel in één land, en juist de kustdennenbossen waar de soort van leeft staan onder druk van houtkap, bosbrand en de bouw van vakantieparken. Op Lesbos gaat het om een handvol paren in één bos, wat de Europese populatie kwetsbaar maakt voor een enkele brand.


