Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Wijnborstmaina
Wijnborstmaina | Acridotheres leucocephalus
Vinous-breasted myna | Miná vinoso
De tweede maina van Israël, en een stuk schaarser dan de eerste. Waar de treurmaina overal is, zit de wijnborstmaina in een handvol parken en lanen van de kustvlakte, meestal in kleine groepjes en vaak in gezelschap van zijn algemene neef. Hij komt van veel verder — Birma, Thailand en Indochina — en gaat hier terug op ontsnapte kooivogels. Het is een opvallend mooie vogel: bleke kop, oranje snavel, wijnkleurige buik.
Geluid
Schetterend en rauw, in dezelfde toonhoogte als de treurmaina maar korter van repertoire en met minder heldere fluitmotieven; het geheel klinkt eentoniger en klaaglijker. Reeksen van harde tsjek- en tsjaar-tonen, doorspekt met een nasaal, wat mekkerend kwèh. Roept vooral vanaf een kale tak boven in een boom, en bij het invallen op de slaapplaats. Jaarrond te horen, het meest in de vroege ochtend en het laatste uur voor het donker.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Even groot als de treurmaina maar slanker en eleganter, met een iets langere staart. De kop is roomwit tot vuilwit, met een scherp afgetekend zwart masker dat van de snavelbasis door het oog naar achteren loopt; de snavel is oranjerood met een bleke punt en de poten zijn oranje. Hals, borst en buik zijn licht roze- tot wijnkleurig beige, de mantel is grijsbruin en de vleugels zijn zwart met een groot wit veld op de handpenbasis. De staart is zwart met brede witte punten, wat bij het opvliegen een wit-zwart geblokte achterrand geeft. De seksen zijn gelijk; jonge vogels hebben een grauwere kop en een doffer masker.
Verwarringssoorten
De treurmaina staat er meestal naast, en dan is het verschil groot: die is chocoladebruin met een glanzend zwarte kop en een kale gele driehoek achter het oog, met een gele snavel. De wijnborstmaina heeft juist een bleke kop, een zwart masker en een oranje snavel, en oogt door zijn lichtere onderdelen en langere staart slanker. In de vlucht lijken ze wel op elkaar — beide flitsen met een wit handpenveld — maar de wijnborstmaina laat daarnaast een brede witte staartrand zien. Bij een verre vogel tegen het licht helpt de kop: bij de treurmaina is die het donkerste deel van het dier, bij de wijnborstmaina het lichtste.
Leefgebied
Stadsparken met oude, hoge bomen, brede lanen, sportvelden met besproeide gazons, begraafplaatsen, universiteitsterreinen en de groenstroken langs de kustweg. Broedt in holtes hoog in bomen — vaak in oude of uitgehakte spechtengaten in eucalyptus, ficus en washingtoniapalm — en soms in openingen in gebouwen. Foerageert lopend op kort gras en onder bomen, op insecten, vruchten en nectar, en verzamelt zich buiten de broedtijd in kleine groepjes op één vaste plek.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van oorsprong Zuidoost-Azië: Myanmar, Thailand, Laos, Cambodja en Vietnam. Binnen het kaartgebied vrijwel uitsluitend Israël, en daar beperkt tot de kustvlakte tussen ongeveer Rishon LeZion en Netanya, met Tel Aviv en de Yarkon-vallei als kern; losse vogels zijn verder noord- en zuidwaarts opgedoken en er zijn enkele waarnemingen op de Westelijke Jordaanoever. Het gaat om honderden vogels, niet om tienduizenden zoals bij de treurmaina, en de uitbreiding verloopt langzaam maar gestaag. Buiten Israël is de soort nergens in het kaartgebied gevestigd.
- Jaarrond
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De Yarkon-parken in het noorden van Tel Aviv, vroeg op een ochtend in het voorjaar. Loop de brede grasvelden af en zoek de bomen langs de rand met een gat in de stam; de vogels zitten daar hoog en stil, en verraden zich meestal met een reeks harde kreten voor ze zich laten zien. Zit er een troepje mainas op het gras, kijk dan even door de hele groep heen: één bleke kop tussen de bruine is genoeg, en die valt zelfs op honderd meter op.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern); in Zuidoost-Azië is de soort algemeen, al vangen vogelmarkten er in grote aantallen op. In Israël is het een ingeburgerde exoot die teruggaat op ontsnapte kooivogels, met de eerste broedgevallen rond de eeuwwisseling. De aantallen zijn nog te klein om schade aan te tonen zoals bij de treurmaina, maar het bezwaar is hetzelfde: het is opnieuw een grote, agressieve holenbroeder in een land waar boomholtes schaars zijn en de inheemse hoppen, spechten, scharrelaars en uilen ervan afhankelijk zijn. Israël houdt de vestiging daarom in de gaten. Vermenging met de treurmaina is elders in de wereld vastgesteld en zou hier ook kunnen gaan spelen; tot nu toe is dat niet aangetoond.



