Alle soortenZangvogelsSpreeuwen › Treurmaina

Treurmaina | Acridotheres tristis

Common myna | Miná común

In Tel Aviv is de treurmaina het geluid bij het ontbijt op het terras: een forse bruine spreeuwachtige met een geel masker, die met lange passen tussen de tafels door stapt en vanaf de rand van het dak staat te schetteren. Hij hoort er niet thuis. Van oorsprong is dit een vogel van Afghanistan tot Vietnam; dat hij nu na de huismus een van de talrijkste stadsvogels van Israël is, gaat terug op ontsnapte kooivogels uit de jaren negentig.

Treurmaina (Acridotheres tristis)
Foto: מינוזיג — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luid, aanhoudend en zeer gevarieerd, maar zonder de vloeiende glijtonen van de spreeuw. Het repertoire bestaat uit korte motieven die twee of drie keer achter elkaar worden herhaald en dan door een ander motief worden opgevolgd: heldere kwiek-kwiek, gorgelende tsjoerr, harde ratels en scherpe kreten. Bij het nest en bij ruzies een rauw, krijsend kwièèr. Een gezamenlijke slaapplaats in een ficus of een palm levert in het laatste kwartier voor het donker een oorverdovend, aanzwellend geraas op. Het hele jaar te horen, het meest in de vroege ochtend.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Fors en gedrongen, ter grootte van een spreeuw maar zwaarder gebouwd, langer van staart en langer van poot, en altijd rechtop. Het lijf is warm chocoladebruin, kop, keel en bovenborst zijn glanzend zwart, en achter en onder het oog ligt een kale, felgele driehoek die van ver oplicht; snavel en poten zijn eveneens geel. In de vlucht is hij onmiskenbaar: een grote witte vlek op de handpenbasis flitst bij elke slag op, de zwarte staart heeft brede witte hoeken en de onderstaartdekveren zijn wit. De seksen zien er gelijk uit. Jonge vogels zijn doffer, met een bruinere kop, een matte snavel en een klein, valer huidvlek.

Verwarrings­soorten

Binnen het kaartgebied is de wijnborstmaina de enige echte verwarringssoort, en de kop beslist: die heeft een roomwitte kop met een zwart masker en een oranjerode snavel, zonder een spoor van het gele huidvlek, en zijn onderdelen zijn wijnkleurig in plaats van chocoladebruin. De spreeuw is kleiner, korter van staart, dicht gespikkeld en spits van snavel, en dribbelt in plaats van te stappen. Tristrams spreeuw is geheel zwart met een oranje vleugelvlek en hoort bij rotswanden, niet bij terrassen. De huiskraai is anderhalf keer zo lang en heeft geen wit in de vleugel. Een goede tweede toets is het vlieggeluid: het witte handpenveld van de maina is bij elke soort in de omtrek uniek.

Leefgebied

Vrijwel volledig gebonden aan mensen. Straten, pleinen, parken, tuinen, hotelterrassen, strandpromenades, parkeerplaatsen en vuilcontainers, met daarnaast besproeide gazons, sportvelden, dadelplantages, bananenaanplant en de randen van geïrrigeerde akkers. Het nest zit in een holte: een gat onder een dakpan, een luchtkoker, een lantaarnpaal, een verlaten spechtengat of een dode kroon van een waaierpalm. Broedplaats en voedselterrein liggen bij elkaar; hij foerageert lopend op kort gras en op verhard terrein en eet vrijwel alles, van insecten en vruchten tot afval.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Van oorsprong Zuid- en Zuidoost-Azië, van Iran en Afghanistan door India en Sri Lanka tot Zuid-China en Indochina. Binnen het kaartgebied is Israël het bolwerk: na de eerste broedgevallen bij Tel Aviv in de tweede helft van de jaren negentig heeft hij zich over de hele kustvlakte verspreid, en verder door de Jizreëlvlakte, het Jordaandal, Galilea en de noordelijke Negev; de dichtheden zijn het hoogst in de stedelijke gordel van Ashkelon tot Haifa. Daarnaast zitten er kolonies in Turkije, met Istanbul en de zuidkust bij Antalya, Mersin en Adana als zwaartepunten, en verder in Jordanië, de Sinaï en de Nijldelta. Buiten het kaartgebied is hij ingeburgerd op het Arabisch Schiereiland, in Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland, Hawaï en op veel eilanden in de Indische en Stille Oceaan.

  • Jaarrond
  • Doortrek
  • Trekrichting
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Je hoeft er niets voor te doen: ga in Tel Aviv, Haifa of Eilat op een terras zitten en ze komen naar je toe. Wil je het beeld dat het geheugen vasthoudt, ga dan tegen zonsondergang naar een rij ficussen langs een drukke straat en wacht op de invallende slaapplaats — de vogels komen in kleine troepjes aan, maken eerst een ronde en storten zich dan schetterend in de kroon. In het voorjaar loont het om dode palmkronen en luchtkokers af te zoeken: waar een paar zich heeft gevestigd, zit er om de tien meter een volgend paar.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern) en in het oorspronkelijke areaal algemeen tot plaatselijk schadelijk voor de landbouw. Buiten dat gebied is het beeld anders: de soort staat sinds 15 augustus 2019 op de Europese lijst van invasieve exoten waarvoor de Unie maatregelen voorschrijft, en hij hoort tot de weinige vogels die wereldwijd als een van de schadelijkste ingevoerde soorten worden aangemerkt. Het bezwaar zit in de holtes. Mainas zijn zwaar, agressief en met velen, en ze jagen holenbroeders die kleiner zijn dan zijzelf uit hun nest: in Israël zijn hoppen, scharrelaars, Syrische bonte spechten en dwergooruilen uit bezette holen verdreven, en ook eieren en jongen van kleinere zangvogels worden gegeten. Daarbij komt dat de soort meelift op alles wat mensen aanleggen — gazons, irrigatie, afval, gebouwen — en dus vanzelf meegroeit met de stad. In Israël wordt de stand gevolgd en worden op sommige plaatsen nesten weggehaald, maar een echte terugdringing is nergens gelukt.