Alle soortenZangvogelsSpreeuwen › Tristrams spreeuw

Tristrams spreeuw | Onychognathus tristramii

Tristram's starling | Estornino de Tristram

Wie op Masada staat of bij Ein Gedi de kloof in loopt, hoort hem eerder dan hij hem ziet: een lange, zuivere fluittoon die van de ene rotswand naar de andere kaatst en dan wegsterft. Tristrams spreeuw is de zwarte vogel van de woestijnkliffen van de Dode Zee, de Negev en de Arava, met een oranje vleugelvlek die pas oplicht als hij de lucht in gaat. Hij is bovendien volkomen onbeschaamd: op elk terras, elke parkeerplaats en elke uitkijkpost in dat gebied loopt er een tussen de voeten van de bezoekers door.

Tristrams spreeuw (Onychognathus tristramii)
Foto: Ray in Manila — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Het handelsmerk, en verrassend mooi voor een spreeuwachtige. De zang bestaat uit lange, heldere, weemoedige fluittonen die traag stijgen of dalen — tsjuuuu-wíii, hwíii-oooe — met stiltes ertussen, en die in een rotskloof met echo terugkomen; op een stille ochtend draagt zo'n toon meer dan een kilometer. Daartussen ratelende en krassende geluiden, veel spreeuwachtiger van karakter. Alarm is een hard, hees tsjrèk. Het hele jaar te horen, het meest in het eerste uur na zonsopgang en rond de nestplaats van februari tot mei.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Groot en slank voor een spreeuwachtige, met een lange, naar het einde toe breder wordende staart en een fijne, licht gebogen snavel. Het mannetje is geheel glanzend blauwzwart, met een paarse glans op de kop en de mantel. Het beslissende kenmerk zit in de vleugel: de handpennen zijn oranjekaneel met zwarte punten, wat bij een zittende vogel meestal alleen als een smalle oranje wig aan de vleugelboeg te zien is, maar bij het opvliegen de hele hand doet oplichten. Het vrouwtje heeft een asgrijze kop, keel en bovenborst, fijn donker gestreept, tegen een verder zwart lijf; jonge vogels lijken op het vrouwtje maar doffer en bruiner. Poten en snavel zijn zwart, het oog donker.

Verwarrings­soorten

In de kloven waar hij zit vliegt de waaierstaartraaf, en die is de klassieke vergissing op afstand: veel groter en zwaarder, met een korte, wigvormige staart die de vleugelpunten nauwelijks voorbijsteekt, een zware snavel en een traag, zeilend vliegbeeld — en geen oranje in de vleugel. Tristrams spreeuw is smal, langgestaart en snel, met haastige, ondiepe vleugelslagen. De witkruintapuit is half zo groot en heeft een witte kruin, een witte stuit en witte staartzijden. De spreeuw komt in de winter tot in Israël, maar is korter van staart, gespikkeld en geelsnavelig, en zit op akkers en gazons in plaats van op rotswanden. Kortom: in het hele kaartgebied is er geen tweede zwarte zangvogel met een oranje handpenveld.

Leefgebied

Rotswanden, kliffen, kloven en canyons in woestijn en halfwoestijn, van de Dode Zee-oever tot ver boven de duizend meter in de bergen van Edom en Sinaï. Het nest zit in een spleet of holte in de rotswand, vaak boven een steile helling. Foerageren doet hij grotendeels ergens anders: op kale grond en steenhellingen, in acacia's en tamarisken in de wadi's, in dadelpalmen, en volop in de menselijke omgeving die daar tegenaan ligt — kibboetsgazons, hotelterrassen, parkeerplaatsen, vuilnisbakken en de tuinen van de badplaatsen langs de Dode Zee. Water is het bindende element: hij komt dagelijks bij bronnen en oases drinken.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

De Levantijnse en Arabische woestijngordel. Binnen het kaartgebied: de Judeawoestijn en de hele westoever van de Dode Zee, de Negev, de Arava tot Eilat, en aan de overkant Jordanië met Petra, Dana en Wadi Rum; verder de Sinaï. Buiten het kaartgebied loopt het areaal door langs de westrand van het Arabisch Schiereiland tot Jemen en Zuid-Oman. Het is een standvogel, maar buiten de broedtijd zwerven troepen van tientallen vogels rond en zakken ze naar de dalen en de bewoonde plekken. Met de aanleg van dorpen, hotels en geïrrigeerde tuinen in de Negev en de Arava is hij in de twintigste eeuw duidelijk in aantal en verspreiding toegenomen.

  • Jaarrond
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Masada bij zonsopgang, of het onderste stuk van Nahal David bij Ein Gedi. Op Masada lopen ze over de muurresten en langs de rand van het plateau en laten ze zich tot op enkele meters benaderen; wacht tot er een opvliegt en de oranje hand openklapt, want dat beeld maakt de soort. Bij Ein Gedi zit je beter voor het geluid: ga in de kloof staan waar de wanden dicht bij elkaar komen en luister naar de fluittonen die van twee kanten terugkaatsen. Bij de hotels aan de Dode Zee en op de parkeerplaats bij Wadi Rum kun je ze eenvoudigweg vanaf een bankje bekijken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern). Dit is een van de weinige woestijnvogels die van de menselijke aanwezigheid profiteert: irrigatie, gazons, afval en permanente drinkplaatsen hebben zijn aantallen in Israël en Jordanië in de tweede helft van de twintigste eeuw laten toenemen, en de soort heeft daarbij dorpen en toeristische plekken bezet die hij eerder niet gebruikte. Broedplaatsen zijn steile rotswanden, en die zijn moeilijk kapot te maken; de enige plaatselijke druk komt van steengroeven en wegaanleg in de kloven. In de gebieden waar hij van tafels leeft is hij zo tam geworden dat hij als lastpost wordt gezien, maar bestrijding vindt niet plaats.

Wetenschappelijke naam

Onychognathus tristramii (Sclater, 1858)

Sclater beschreef de soort in 1858 als Amydrus tristramii; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Onychognathus werd in 1849 ingevoerd door Hartlaub. Onychognathus is samengesteld uit het Griekse onyx 'nagel, klauw' en gnathos 'kaak'. tristramii eert de Engelse geestelijke en natuuronderzoeker Henry Baker Tristram (1822–1906), die de vogels van het Heilige Land beschreef. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mar Saba bij Hebron.