Alle soortenPinguïnsPinguïns › Fjordland-kuifpinguïn

Fjordland-kuifpinguïn | Eudyptes pachyrhynchus

Fiordland Penguin | Pingüino de Fiordland

De fjordland-kuifpinguïn is de enige kuifpinguïn die op het Nieuw-Zeelandse vasteland broedt, en hij doet dat op een plek waar je een pinguïn niet verwacht: onder de wortels en varens van het kustregenwoud van Fiordland en Westland. Een brede gele wenkbrauwstreep loopt van de snavelbasis over het rode oog en hangt als losse pluimen in de nek.

Fjordland-kuifpinguïn (Eudyptes pachyrhynchus)
Foto: John Barkla — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In de kolonie klinkt een luid balkend getrompetter waarbij de vogel de kop achterover legt en de flippers spreidt, met hoge contactroepen tussendoor en laag gesis en gegrom tussen buren die te dicht bij elkaar komen. Het geluid draagt door het dichte bos naar het strand. Op zee zwijgt hij; wat je hoort, komt van land, meestal in de schemering wanneer vogels naar het nest lopen.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname gevonden; hieronder staat wel waar je op moet letten.

Herkenning

Een middelgrote kuifpinguïn van zo'n zestig centimeter, blauwzwart van boven en zijdewit van onderen, met een brede gele wenkbrauwstreep die bij de snavelbasis begint, over het bruinrode oog loopt en achter de kop in losse pluimen naar beneden hangt. De snavel is groot en oranjebruin met slechts een dun strookje zwarte huid aan de basis. Het beste kenmerk zit op de wang: drie tot zes witachtige streepjes over de verder zwarte wang, die vooral opvallen wanneer de vogel opgewonden is. Jonge vogels hebben een kortere, dunne bleekgele wenkbrauwstreep en een gevlekt witachtige kin en keel.

Verwarrings­soorten

De vier andere kuifpinguïns van dit gebied scheiden zich vooral op de snavelbasis, de kuif en het eiland. De Grote kuifpinguïn van de Snares (Eudyptes robustus) is even groot maar heeft een zwaardere snavel met een duidelijk strookje kale roze huid rondom de basis, een bredere wenkbrauwstreep en geen witte wangstreepjes — en hij broedt alleen op de Snares. De andere Grote kuifpinguïn (Eudyptes sclateri) is groter, heeft bleekblauwwitte huid aan de snavelbasis, een kuif die rechtop staat en van voren gezien evenwijdig loopt, en broedt alleen op de Bounty- en Antipodeneilanden. De westelijke rotspinguïn (Eudyptes filholi) is duidelijk kleiner met een dunne, evenwijdige wenkbrauwstreep laag op het voorhoofd. Schlegels pinguïn (Eudyptes schlegeli) is groter, heeft een witte tot bleekgrijze wang en kin in plaats van zwart, en zit alleen op Macquarie. De geeloogpinguïn (Megadyptes antipodes) deelt dezelfde kusten maar heeft een gele band om het achterhoofd en geen kuif.

Leefgebied

Koel gematigd kustwater van het continentaal plat, waar hij op inktvis, kril en kleine vis duikt. Aan land is hij uniek onder de pinguïns: hij nestelt in het gematigde kustregenwoud, in grotten en spleten, onder de wortelplaten van rata en kamahi, tussen varens en dicht struweel, tot honderden meters van het water en soms een flink stuk boven zeeniveau. Het nest ligt uit het zicht van de buren, zodat kolonies eerder losse verzamelingen paren zijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar hoofdgroep en formatie.

Verspreiding en trek

De zuidwestkust van het Zuidereiland, van Bruce Bay en Jackson Bay zuidwaarts door heel Fiordland, plus Stewart Island met zijn bijeilanden, Codfish Island en de Solander-eilanden. Buiten de broedtijd verspreiden de vogels zich ver over de Tasmanzee; ruiende en verzwakte exemplaren spoelen dan aan tot in Northland en Hawke Bay, en regelmatig ook op Tasmaanse en zuid-Australische stranden. In Australië is dit de kuifpinguïn die het vaakst als dwaalgast wordt gevonden.

  • Jaarrond
  • Broedvogel (zomer)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
De kaart is een dichtheidsveld en geen ingetekende arealgrens: hij is opgebouwd uit de waarnemingen zelf en houdt zich daarom niet aan staatsgrenzen. De seizoenskleur komt uit de indeling per staat, de kleurdiepte uit de telling van GBIF (2006-2026), geteld per hokje van 0,7° en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Zoek hem tussen juli en november, wanneer de vogels aan land zijn: Munro Beach bij Lake Moeraki en de kusten rond Jackson Bay zijn de klassieke plekken, en op een boottocht door Milford of Doubtful Sound zwemmen ze langs het schip. Ga in het laatste uur voor donker op een afstand van het strand zitten en beweeg niet — een tawaki die mensen ziet, wacht in de branding en komt niet aan land. Op de vroege ochtend lopen ze weer terug naar zee.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT) op de wereldlijst; de Nieuw-Zeelandse beoordeling is strenger en noemt hem afnemend, met in de jaren negentig zo'n tweeduizendvijfhonderd getelde paren en waarschijnlijk iets meer in werkelijkheid. Hermelijnen, honden en katten doden jongen en broedende vogels in het kustbos, en de kolonies liggen langs een kust die ook door wandelaars en boten wordt bezocht. Op zee raken jaarlijks naar schatting enkele tientallen tot ruim honderd vogels verstrikt in visserijtuig. De broedtijd valt bovendien in de winter, zodat een slecht voedseljaar meteen de jongen treft.

Wetenschappelijke naam

Eudyptes pachyrhynchus | Gray, 1845

George Robert Gray beschreef de soort in 1845 als Eudyptes pachyrhynchus, en in dat geslacht staat ze nog steeds, zodat auteur en jaartal zonder haakjes blijven. Het geslacht Eudyptes werd in 1816 door Vieillot ingevoerd, van het Griekse eu, 'goed', en dyptes, 'duiker'. pachyrhynchus is gevormd uit pakhus, 'dik', en rhunkhos, 'snavel', naar de zware snavel die deze soort van de rotspinguïns onderscheidt. De typelocatie is Dusky Sound in Fiordland. De Māorinaam tawaki is die van een halfgod, en wordt in Fiordland als gewone naam voor de vogel gebruikt.