Alle soortenZangvogelsBuulbuuls › Arabische buulbuul

Arabische buulbuul | Pycnonotus xanthopygos

White-spectacled bulbul | Bulbul árabe

Wie in Israël, Libanon of Jordanië een raam openzet, hoort hem: de buulbuul is daar de vogel van de tuin, het balkon en de stoep, zo gewoon als bij ons de merel. Hij zit hoog en zichtbaar, roept de hele dag door en verraadt zich bij het wegvliegen met een felgele vlek onder de staart.

Arabische buulbuul (Pycnonotus xanthopygos)
Foto: Yuvalr — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Luidruchtig en de hele dag door te horen. De zang is een kort, vol en zeer helder fluitzinnetje van vier tot zeven noten, met een opvallende sprong naar boven halverwege, van een dak, een antenne of de top van een cipres gebracht en om de paar seconden herhaald. Daarnaast een scherp, doordringend kwiet als contactroep, een snel gekwetter zodra twee vogels elkaar tegenkomen, en bij een kat of een uil een raspend, aanhoudend tsjrr-tsjrr waarop de hele buurt komt aanvliegen. Vanaf een half uur voor zonsopgang is hij in een Israëlische tuin de eerste die begint.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Een forse, langgestaarte zangvogel, groter dan een spreeuw. De kop is roetzwart, van de snavelbasis over kruin, wang en keel tot een vrij scherpe grens op de bovenborst, en midden in dat zwart staat een smalle maar opvallend witte ring rond het oog — vandaar de 'bril' waar de wetenschappelijke naam en het Engelse woord naar verwijzen. De rest van de vogel is soberder: mantel, vleugels en staart grijsbruin, onderdelen vaal grijsbeige, iets lichter naar de buik toe. Onder de staart zit een vlek van helder, warm geel, die bij het opvliegen of bij het openen van de staart onmiddellijk opvalt. Snavel kort, zwart en licht gebogen, met stugge borstelharen aan de basis; poten donker. Man en vrouw zijn gelijk. Jonge vogels hebben een bruinere kap, een doffere oogring en een bleker geel onder de staart. Een kuif ontbreekt, maar de kruinveertjes worden bij opwinding even opgezet.

Verwarrings­soorten

In de Levant is hij de enige buulbuul, en daarmee is het meeste gezegd. De verwarring komt eerder van andere donkerkoppige tuinvogels: een vrouwtje merel is forser, egaal bruin zonder zwarte kap, heeft een lichte snavel en werkt de grond af in plaats van de struik, en mist het geel onder de staart. Kijk bij twijfel altijd naar twee dingen tegelijk: de witte oogring in het zwart, en het geel onder de staart. Waar in Israël en Jordanië een buulbuul zonder oogring maar mét een grote witte wangvlek opduikt, gaat het om een ontsnapte witoorbuulbuul; een vogel met een hoge zwarte kuif en rode wangvlek is een eveneens ontsnapte roodoorbuulbuul. Aan de westkant van het areaal, in de Sinaï en het Nijldal, komt de grauwe buulbuul in beeld: die heeft geen witte oogring en witte in plaats van gele onderstaartdekveren.

Leefgebied

Overal waar struiken, bomen en water samenkomen. Stadstuinen, parken, hotelterreinen, straatbeplanting en begraafplaatsen, verder sinaasappel-, granaatappel-, dadel- en olijfaanplant, wijngaarden, de macchia en de garrigue van de mediterrane heuvels, en het oleander-, tamarisk- en christusdoornstruweel in de wadi's, tot in de oases van de Aravavallei en bij de Dode Zee. Gesloten bos en kale woestijn mijdt hij. Het voedsel is voor het grootste deel plantaardig: vruchten, bessen, bloemknoppen en nectar — hij hangt aan bloeiende aloë en nispelbomen — aangevuld met insecten, vooral in het broedseizoen. Het nest is een losse kom van twijgen, grasstengels, blad en mos, gevoerd met haar en fijne worteltjes, in een struik of lage boom op één tot drie meter, vaak pal naast een terras.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

De Levant en het aangrenzende Midden-Oosten. Binnen het kaartgebied broedt hij langs de Turkse zuidkust, van de omgeving van Kaş oostwaarts door Antalya, Mersin, Adana en Hatay tot aan de Syrische grens, en verder in West-Syrië, Libanon, Israël en de Palestijnse gebieden, West-Jordanië en de Sinaï. Buiten het kaartgebied loopt het areaal door over westelijk en zuidelijk Arabië tot in Jemen en Oman. Hij is standvogel en verplaatst zich hooguit binnen een streek, van hoger gelegen tuinen naar de dalen. In Turkije is hij de laatste decennia langs de kust naar het westen opgeschoven.

  • Jaarrond
  • Doortrek
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-09-01 – 2026-08-31), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Geen zoekwerk nodig: ga in Jeruzalem, Tel Aviv, Amman of Adana ergens buiten zitten waar een tuinslang of een druppelirrigatie loopt. In de middaghitte komen ze drinken en baden, en dan zie je in één beeld de witte oogring en het gele onder de staart. Voor de zang is het eerste halfuur na zonsopgang het beste; zoek de vogel op het hoogste punt van de omgeving, want hij zingt bij voorkeur van een antenne of een kale tak. In een boomgaard met rijpe vijgen of dadels zitten er in het najaar tientallen bij elkaar.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd en in vrijwel het hele areaal algemeen tot zeer algemeen; in Israël is hij een van de talrijkste vogels van het land. De soort profiteert sterk van tuinen, irrigatie, stadsgroen en boomgaarden en breidt zich uit, in Turkije zichtbaar langs de kust naar het westen. In fruitteeltgebieden geldt hij plaatselijk als lastig, omdat hij zich aan rijpe vijgen, dadels, druiven en nispels tegoed doet; verjaagmaatregelen hebben op de stand geen merkbaar effect. Bedreigingen van betekenis zijn er niet.