Alle soorten › Hoenderachtigen › Fazantachtigen › Arabische woestijnpatrijs
Arabische woestijnpatrijs | Ammoperdix heyi
Sand partridge | Perdiz desértica
Het kleinste hoen van het kaartgebied, en het best verstopte. Nauwelijks groter dan een kwartel en precies de kleur van het grind waarop hij loopt. Je staat bij zonsopgang in een wadi in de Judeawoestijn of de Negev, kijkt naar een kale, met blokken bezaaide helling waar niets beweegt, en dan verschuift er ineens een stukje van die helling: een groepje woestijnpatrijzen dat naar het water beneden loopt.
Geluid
Een helder, wat klaaglijk kwie-kwie-kwie dat in tempo oploopt en in een stille canyon van muur naar muur kaatst, zodat je de vogel makkelijk aan de verkeerde kant zoekt. Daarnaast een scherp kwip bij onraad en een gehaast woe-it-woe-it als een groepje uiteengaat. De hanen roepen vanaf een blok of een richel, vooral in het eerste uur licht en opnieuw tegen de avond, van februari tot mei.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Rond, kortstaartig hoentje in zandkleur, van boven egaal en fijn gewolkt, met over de flanken een reeks brede, golvende banden in kastanje, zwart en wit die als vingerafdrukken over de zijkant lopen. De haan heeft een grijze kop met een oranje snavel, een witte vlek vóór het oog en een witte oorvlek, en witte druppels langs de halszijde. De hen mist dat alles: egaal zandkleurig, fijn gegolfd, met een doffere geelachtige snavel en roze in plaats van witte tekening op de hals. Poten geelbruin. Bij het opvliegen een korte, ratelende glijvlucht schuin de helling af, met roestbruine buitenste staartpennen.
Verwarringssoorten
In het kaartgebied is er niets anders van dit formaat op kale woestijnhellingen. De aziatische steenpatrijs deelt de streek maar is bijna twee keer zo groot, met een witte keel in een zwarte omlijsting, een rode snavel en rode poten, en hij houdt van hogere, groenere hellingen. De kwartel is nog kleiner, gestreept in plaats van gebandeerd en zit in gras en gewassen, niet op grind. Denk verder aan de perzische woestijnpatrijs Ammoperdix griseogularis, die het gebied vanuit Iran net raakt in het uiterste zuidoosten van Turkije: die haan heeft een grijze keel en een zwarte band over voorhoofd en teugel, en mist de witte wangvlek. Hennen van de twee soorten zijn in het veld nauwelijks te scheiden — laat die aan de plaats over.
Leefgebied
Kaal, steenachtig woestijnland met reliëf: met blokken bezaaide hellingen, puinwaaiers onder de wanden, terrasjes en richels in de rotswand en de zand- en grindbeddingen van wadi's. De begroeiing bestaat uit ver uiteenstaande dwergstruikjes; grote vlakke zandvlakten mijdt hij. Van tweeduizend meter in de bergen tot vierhonderd meter onder zeeniveau langs de Dode Zee. Drinkwater binnen loopafstand is de voorwaarde: bronnen, kwelplekken en veedrinkbakken worden 's ochtends en tegen de avond te voet bezocht.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Binnen het kaartgebied de droge helft van de Levant: de Judeawoestijn, de oostrand van de Negev, de Aravavallei en de bergen rond Eilat, de flanken van de Jordaanslenk en de Sinaï. Verder oostwaarts en zuidwaarts, buiten het kaartvenster, loopt hij door tot in Arabië en de Egyptische oostelijke woestijn. Vier ondersoorten verdelen dat gebied; de vogels van de Jordaanslenk en de Negev zijn de donkerste, die van de zandwoestijnen het bleekst.
- Jaarrond
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga bij het eerste licht naar een bron of een drinkbak en ga zitten. Ein Gedi, Ein Avdat, de omgeving van Sde Boker en de wadi's bij Timna zijn beproefd. Zoek niet naar een vogelvorm maar naar beweging: op een helling van honderd meter valt een lopend groepje pas op als het loopt. Vliegen ze op, volg dan waar ze neerkomen en wacht — ze lopen bijna altijd terug naar dezelfde plek. Midden op de dag zitten ze in de schaduw onder een blok en is er niets te beleven.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en over zijn hele woestijngebied nog wijdverbreid. In Israël staat hij op de nationale lijst eveneens als niet bedreigd, maar de vergelijking van de atlasperioden 1980-1990 en 2010-2020 laat wel een terugtrekking zien: minder bezette hokken en in een deel van het gebied een sterke afname. Waardoor precies is niet vastgesteld. Verstoring van drinkplaatsen, veranderd waterbeheer en de toegenomen drukte in de wadi's zijn de voor de hand liggende verdachten.


