Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Dunns leeuwerik
Dunns leeuwerik | Eremalauda dunni
Dunn's lark | Alondra de Dunn
De lastigste van de woestijnleeuweriken: klein, bleek en op het eerste gezicht zonder kenmerken, en bovendien zelden waar je hem zoekt. Hij volgt de regen, en een vlakte die vorig jaar vol zat kan dit jaar helemaal leeg zijn. Wie hem wil zien moet twee dingen leren zien: de zware, bleke snavel op die kleine kop, en de zwarte staart met witte zijkanten.
Van deze soort bestaat geen vrij gelicentieerde foto van een levende wilde vogel.
Geluid
De zang is een kort, zoetgevooisd, rinkelend zinnetje met een licht metalige klank, dat telkens wordt herhaald. Hij zingt vanaf de grond of vanaf een lage struik, en daarnaast in een trage, fladderende zangvlucht waarin hij hoog boven de vlakte blijft hangen voordat hij weer omlaag zeilt. De roep is een kort, droog tsjirp, meestal van een groepje dat opvliegt en wegtrekt. Er wordt vooral gezongen in de weken na regen, wanneer de vlakte kort groen kleurt; in een droog jaar kan een gebied de hele winter stil blijven.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Kleine, compacte leeuwerik van 13 tot 14 cm, met een grote, ronde kop en een korte staart — de verhoudingen van een vink meer dan van een leeuwerik. De snavel is kort, hoog aan de basis en zuiver kegelvormig, bleek roze- tot hoornkleurig, en oogt te zwaar voor het vogeltje. Bovendelen bleek zandkleurig met fijne donkere streepjes op kruin en mantel; onderdelen wit met een lichte beige waas en fijne streping die tot de borstzijden beperkt blijft. Het gezicht is licht, met een smalle donkere streep achter het oog, een donkere baardstreep die het oor omlijst en een lichte oogring rond een groot donker oog. Het beste kenmerk zie je bij het opvliegen en het landen: de staart is zwart met witte buitenste pennen, en dat zwart-wit steekt scherp af tegen de effen zandkleurige stuit. Poten bleekroze. Loopt met korte, snelle pasjes, blijft dan doodstil staan en verdwijnt zo volledig in de bodem.
Verwarringssoorten
Dit is de plek om rustig aan te doen. De rosse woestijnleeuwerik is even klein en even bleek en loopt op dezelfde vlaktes, maar is van boven effen zandkleurig zonder streping, heeft een vlak, tekeningloos gezicht zonder oogstreep of baardstreep, een kleinere en fijnere grijze snavel en — dat beslist — een roestoranje staart met een brede zwarte eindband in plaats van een zwarte staart met witte zijkanten. De woestijnleeuwerik is groter, grijzer en donkerder, heeft een langere, spitsere snavel, een egaal verenkleed en een staart met een donkere punt maar zonder wit aan de zijkanten. Kleine kortteenleeuwerik is slanker, langer gestaart en langer van poot, met een duidelijk gestreepte borst, een kleinere snavel en lang niet zo'n zware kop. Kortteenleeuwerik is groter, met een schone witte borst met een klein donker vlekje op de halszijde en veel langere schouderveren. Temmincks strandleeuwerik heeft een zwart-wit getekend gezicht met twee zwarte hoorntjes en is daarmee niet te verwarren. Twijfel je, wacht dan tot de vogel vliegt: de staart geeft het antwoord.
Leefgebied
Vlakke zand- en grindvlaktes met wijd verspreide lage struikjes en pollen, wadibeddingen met acacia's, en de overgang van zandvlakte naar kale hamada; ook de randen van zoutvlaktes. Hij heeft de combinatie nodig: veel open, kale grond om over te lopen én genoeg lage struikjes om zaad te leveren en het nestkuiltje in de schaduw te zetten. Een volstrekt kale vlakte is voor hem waardeloos, en dichte begroeiing net zo goed.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Hier zit een taxonomische adder onder het gras die de kaart bepaalt. De gids volgt AviList, en dat splitst het geslacht in tweeën: Eremalauda dunni is de Saharaanse vogel, van de Westelijke Sahara, Mauritanië en Zuid-Marokko oostwaarts door Zuid-Algerije, Mali, Niger en Tsjaad tot Soedan, terwijl de vogels van de Negev, de Arava, Jordanië en Arabië bij de Arabische leeuwerik, Eremalauda eremodites, worden gezet. Oudere handboeken en de meeste waarnemingsdatabanken nemen de twee nog samen, en daardoor staat de soort in menige lijst gewoon als broedvogel van Israël. Binnen het kaartgebied betekent de splitsing dit: de echte Dunns leeuwerik haal je in het uiterste zuiden van Marokko en in de Westelijke Sahara, en wat je in de Negev of de Arava ziet hoort bij de andere helft. Beide zijn zwervers zonder vaste trek.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
De klassieke plek is de weg van Dakhla naar Aousserd in de Westelijke Sahara. Ga na een natte winter, rijd stapvoets en scan de vlakke stukken met wijd verspreide struikjes; vaak zie je eerst een klein groepje opvliegen, en dan is die zwart-witte staart alles wat je nodig hebt. Op de grond kost het meer moeite: de vogel loopt kort, staat stil en is dan weg in de bodemkleur. Ga bij het eerste licht rustig bij een drinkplaats of een vochtige laagte zitten en wacht af — dat levert vaker wat op dan zoeken. En laat je niet verleiden door de eerste bleke leeuwerik: controleer altijd snavel en staart.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Het areaal loopt door de hele zuidelijke Sahara en is enorm, maar de dichtheid is overal laag en de vogel verkast met de regen, zodat niemand goed weet hoeveel er zijn. Tellen is er nauwelijks bij: een gebied kan drie jaar leeg zijn en in het vierde jaar vol zitten. De drukfactoren zijn dezelfde als voor de andere zaadetende woestijnvogels — overbegrazing die de lage struiklaag en daarmee de zaadvoorraad wegneemt, het uitputten van wadi's en het toenemende terreinverkeer — maar op de schaal van de hele Sahara wegen ze voorlopig niet zwaar genoeg om de soort in de problemen te brengen.


