Alle soorten › Steltloperachtigen › Goudsnippen › Goudsnip
Goudsnip | Rostratula benghalensis
Greater painted-snipe | Aguatero bengalí
De enige vertegenwoordiger van zijn familie in deze gids, en een van de weinige vogels waarbij de rollen zijn omgedraaid: het vrouwtje is groter, feller getekend en de partij die roept en baltst, terwijl het mannetje in dof bruin en goud alleen op de eieren zit en de jongen grootbrengt. Wie hem wil zien loopt in de schemering langs een modderige, dichtbegroeide oever en let op een schuifelend, snipachtig silhouet dat plotseling stilstaat.
Geluid
Buiten de broedtijd vrijwel zwijgzaam, en ook daarbuiten is het het vrouwtje dat roept: het omgekeerde van wat je gewend bent. Zij laat in de schemering en 's nachts een diepe, holle, hoempende toon horen, oek … oek … oek, traag herhaald en soms minutenlang volgehouden, alsof iemand over de hals van een lege fles blaast. Het geluid is nauwelijks te plaatsen en lijkt van alle kanten tegelijk te komen. Het mannetje zwijgt bijna altijd; bij het opvliegen laten beide een kort, schor kek horen, en bij het nest sist het mannetje.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Gedrongen, snipachtige steltloper met een lange snavel die aan de punt licht omlaag buigt en daar iets verbreedt, korte groenige poten en brede, ronde vleugels. Beide geslachten hebben een lichte kruinstreep, een opvallend vlak rond het oog dat naar achteren in een punt uitloopt, en een brede lichte band die van de schouder schuin over de zijborst naar beneden loopt en de vogel in tweeën lijkt te snijden. Het vrouwtje — de vogel op de foto — is de opvallendste van de twee: kop en hals warm kastanjebruin, een zwarte borstband, de bovendelen donker bronsgroen met fijne zwarte dwarsstreping en twee gele lengtebanen over de mantel, en het oogvlak zuiver wit. Het mannetje is kleiner en doffer: grijsbruine kop, een botergeel in plaats van wit oogvlak, en goudgele vlekken over de vleugeldekveren.
Verwarringssoorten
Op afstand kan het silhouet aan een watersnip doen denken, maar daar houdt het op. De watersnip is scherp in donker en crème gestreept, heeft een veel langere, kaarsrechte snavel, spitse vleugels, en vliegt krijsend en zigzaggend op. De goudsnip is warmer en bonter, heeft dat onmiskenbare lichte oogvlak en de schuine band over de zijborst, en vliegt zwak en fladderend op met bungelende poten en brede, ronde vleugels — meer als een waterral dan als een snip. Van dichtbij beslist de licht neergebogen, iets verbrede snavelpunt.
Leefgebied
Ondiepe, modderige zoetwaterranden met veel dekking: rietkragen en zeggevelden langs moerassen, dichtgegroeide slootkanten en irrigatiegreppels, rijstvelden, natte weilanden en vooral visvijvers. De vogel wil zachte modder om in te sonderen én vegetatie om in weg te stappen, en juist die combinatie van open en dicht — een strook van hooguit een paar meter breed — maakt hem zo lastig te zien.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Wijd verspreid in Afrika ten zuiden van de Sahara, op Madagaskar en van India tot Zuidoost-Azië. Binnen het kaartgebied gaat het om twee kleine buitenposten. In Egypte broedt de soort dun verspreid in de Nijldelta en het Fajoem. In Israël houdt een klein bestand zich op in de visvijvers en moerasjes van de Sjaronvlakte — de Hama'apil-vijvers, Gan Sjmoeël, het Polegmoeras en Agmon Hefer — waar de vogel sinds de jaren tachtig wordt vastgesteld en de laatste jaren jaarlijks. Verder naar Europa is de goudsnip niet doorgedrongen.
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in het laatste driekwartier licht naar de rand van een visvijver of een dichtgegroeide greppel, zoek een plek waar modder en dekking elkaar raken, en blijf zitten. Scan met de kijker langzaam de vegetatierand af: de vogel loopt korte stukjes en staat dan lang stil, en het lichte oogvlak springt eerder in het oog dan de rest van de vogel. In het donker verraadt het hoempen van het vrouwtje dat hij er is, ook al kun je de richting nauwelijks bepalen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd, maar binnen het kaartgebied hangt alles aan een handvol terreinen. In Egypte drukken het droogleggen van moerassen, het betonneren van irrigatiekanalen en het schoonmaken van oevervegetatie op de aantallen. In Israël is de soort volledig afhankelijk van visvijvers, en die worden om economische redenen op steeds meer plaatsen gedempt of omgezet in intensieve teelt. Waar visvijvers als natuurgebied worden beheerd, met ondiepe randen, modder en riet, houdt de goudsnip stand.




