Alle soortenStormvogelachtigenPijlstormvogels › Kleine pijlstormvogel

Kleine pijlstormvogel | Puffinus baroli

Barolo shearwater | Pardela chica macaronésica

De kleine pijlstormvogel is de kleinste pijlstormvogel van de noordelijke Atlantische Oceaan: een zwart-wit vogeltje dat laag en snel over het water schiet met een vleugelslag die eerder aan een alk doet denken dan aan een pijlstormvogel. Hij hoort bij Macaronesië — de Azoren, Madeira, de Selvagens en de Canarische Eilanden — en broedt in de winter, wanneer bijna alle andere zeevogels van die eilanden weg zijn.

Van deze soort bestaat geen vrij gelicentieerde foto van een levende wilde vogel.

Geluid

Op zee zwijgzaam. In de kolonie is hij 's nachts luidruchtig en veel hoger van stem dan zijn grote verwanten: een snel, hijgend en enigszins piepend ka-kiè-ka-kerr, in korte reeksen herhaald, zowel in de vlucht boven de klif als vanuit de spleet. Doordat hij midden in de winter broedt hoor je dat koor op de Canarische Eilanden en bij Madeira van januari tot in april, in nachten dat er verder vrijwel geen zeevogel roept.

Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.

Herkenning

Klein, compact en kortvleugelig, zwart van boven en zuiver wit van onderen, met de scherpe grens tussen die twee dwars over de oorstreek in plaats van onder het oog: het gezicht is wit tót boven het oog, zodat het oog als een donker punt in een wit veld ligt. Dat witte gezicht is op korte afstand het beslissende kenmerk. De snavel is kort, dun en blauwgrijs met een donkere punt, de poten zijn blauw. Van onderen is de vogel wit tot en met de ondersteun, met alleen een smalle donkere achterrand aan de vleugel. De vleugelpunt is opvallend rond. De vlucht bestaat uit lange reeksen snelle, ratelende slagen, laag over het water, met korte glijvluchten ertussen; de vogel wisselt daarbij nauwelijks van hoogte en kantelt veel minder scheef dan grotere pijlstormvogels. Bij het foerageren strekt hij soms de kop omhoog, en hij duikt vanaf het wateroppervlak weg.

Verwarrings­soorten

Noordse pijlstormvogel is de standaardverwarring: die is duidelijk groter en langvleugeliger, heeft een langere en spitsere vleugel, en de donkere kap loopt bij hem tót onder het oog door, zodat het gezicht niet wit maar donker oogt. Zijn vlucht bestaat uit een paar slagen gevolgd door een lange schuine glijvlucht met sterk kantelen, waarbij hij afwisselend zwart en wit oplicht; de kleine pijlstormvogel ratelt door met veel kortere glijstukken. Yelkouanpijlstormvogel is groter en vuiler bruin van boven, met donkere ondersteun, en hoort in de Middellandse Zee. Bulwers stormvogel is even klein maar volledig donker, met een lange wigvormige staart. Madeirastormvogeltje en monteiro's stormvogeltje zijn veel kleiner, donker en dragen een witte stuitband. Op grote afstand, wanneer alleen het formaat en de ratelende slag opvallen, is de eerste indruk vaak die van een kleine alk — dat is precies de reden om altijd op het witte gezicht te wachten.

Leefgebied

Buiten de broedtijd boven diep water rond de eilanden en over de oceaan daaromheen, waar hij kleine visjes en inktvis pakt door zich vanaf het oppervlak korte stukken onder water te werken. Broedt in nauwe spleten en holtes van steile zeekliffen en op kale rotseilandjes, vaak op moeilijk bereikbare plaatsen halverwege een wand, en bezoekt de kolonie alleen 's nachts. Kolonies houden alleen stand waar geen ratten en katten zijn.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.

Verspreiding en trek

Macaronesisch. Hij broedt op de Azoren, op Madeira, Porto Santo, de Desertas en de Selvagens, en op de Canarische Eilanden, met verreweg de grootste kolonie — zo'n veertienhonderd paren — op de Selvagens. Buiten de broedtijd verspreiden de vogels zich over de noordelijke Atlantische Oceaan; ze worden geregeld voor de Portugese en Galicische kust gezien, vooral van juli tot december, en vanaf de kapen van Ierland en Zuidwest-Engeland een enkele keer per jaar. Op de Noordzee is de soort een extreme zeldzaamheid, en de determinatie van een verre kleine pijlstormvogel bij een zeetrektelling is berucht lastig.

AzorenFloresCorvoFaialPicoSão JorgeGraciosaTerceiraSão MiguelSanta MariaMadeiraMadeiraDesertasPorto SantoCanarische EilandenEl HierroLa PalmaLa GomeraTenerifeGran CanariaFuerteventuraLa GraciosaLanzarote
  • Broedvogel (zomer)
Kaartje van de archipel zelf: op de Europakaart zou deze vogel een stipje aan de rand zijn, en juist bij eilandsoorten gaat het om de vraag op wélke eilanden hij zit. De eilanden waar hij ontbreekt staan er grijs bij. Verspreiding per eiland volgens de standaardwerken; eilandcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Waar en wanneer kijken

Reizen is de enige serieuze optie. Een pelagische boottocht bij Tenerife, La Gomera of Lanzarote in februari, maart of april valt precies samen met de drukste periode bij de kolonies en levert vogels op die laag en dichtbij langs de boot ratelen; ook bij Madeira en Porto Santo werkt dat in dezelfde maanden. Wie op het vasteland blijft, heeft de beste kans op een zeetrektelling bij Estaca de Bares of Cabo Vilán in Galicië, of bij Cabo de São Vicente, in augustus tot oktober met harde noordwestenwind. Let daarbij eerst op de vleugelslag en de vlieghoogte en pas daarna op het gezicht: een noordse pijlstormvogel op afstand kan er kort net zo uitzien, maar houdt dat niet vol.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), maar de Macaronesische populatie is niet groot en op verschillende eilanden gaat het achteruit; op Tenerife is een duidelijke afname vastgesteld. De oorzaken zijn overal dezelfde: ratten en katten die eieren, jongen en broedende volwassen vogels uit de spleten halen, en lichtvervuiling, die uitvliegende jongen bij hun eerste nachtvlucht naar straatverlichting en havens trekt, waar ze op de grond belanden en niet meer opstijgen. In Spanje staat de soort daarom op de nationale lijst van bedreigde soorten. Het weghalen van ratten van eilandjes en het doven of afschermen van kustverlichting in het uitvliegseizoen zijn de twee maatregelen die het meest opleveren.