Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Madeirastormvogel
Madeirastormvogel | Pterodroma madeira
Zino's petrel | Petrel de Madeira
De madeirastormvogel is een zeevogel die op zestienhonderd meter hoogte broedt, in het kale bergmassief midden op Madeira, op zes richels en verder nergens ter wereld. Met vijfenzestig tot tachtig paren is het een van de zeldzaamste zeevogels van Europa. Hij was zo goed als vergeten toen Paul Alexander Zino hem in 1969 op aanwijzing van een herder terugvond, en hij is buiten het broedseizoen zo goed als onvindbaar.
Geluid
Op zee zwijgt hij volledig. Boven de bergrichels roepen de vogels na middernacht in de vlucht met een langgerekt, klagend gejammer dat opklimt en dan afbreekt, en uit het hol komt een hese, herhaalde tweelettergrepige roep. De stem klinkt hoger en dunner dan die van de desertas- en gons'-vogels, en juist dat verschil in toonhoogte hielp de vogel in de jaren zestig terug te vinden. Het roepen is het hevigst op donkere, mistloze nachten van mei tot in september.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Een kleine, fijn gebouwde stormvogel met lange, smalle vleugels die breed aanzetten en licht gebogen worden gedragen. De bovendelen zijn grijs met een zwartige M die van vleugelpunt tot vleugelpunt loopt; stuit en staart zijn lichter en kouder grijs dan de mantel, en dat lichte achtereind is op afstand het bruikbaarste wat de vogel te bieden heeft. De kruin is grijs, het gezicht wit met een donkere veeg rond het oog, de onderdelen zijn wit met een grijze vlek aan weerszijden van de borst die zich niet tot een band sluit. De ondervleugel is overal donker; een minderheid van de vogels toont er een bleker veld in. De snavel is zwart, kort en — dit is het punt — laag en fijn: gemiddeld ruim tien millimeter hoog aan de basis, waar bij de desertasstormvogel dertien millimeter staat. Bij wind is de vlucht snel en hoog bogend, met meters hoge klimmen en kantelen op stijve vleugels; bij vlak weer laag glijden met korte, kwieke slagreeksen.
Verwarringssoorten
Dit is de eerlijke kern van deze soort: op zee is hij niet met zekerheid van de desertasstormvogel te scheiden, en beide zijn onderling niet te scheiden van gons' stormvogel van Kaapverdië. Alle drie hebben dezelfde grijze rug, dezelfde M, dezelfde lichtere staart, hetzelfde witte gezicht en dezelfde donkere ondervleugel. Het enige echte verschil zit in de bouw: de madeirastormvogel is kleiner en slanker en heeft een merkbaar lagere, fijnere snavel, gemiddeld ongeveer tien en een halve millimeter hoog tegen bijna dertien bij de desertasstormvogel; daarnaast is zijn vleugel gemiddeld anderhalve centimeter korter. Een paar millimeter snavelhoogte beoordeelt niemand door een bewegende telescoop op een stampende boot. In de praktijk kan alleen een scherpe foto van de snavel in zijaanzicht uitsluitsel geven, en ook dan blijft een flink deel van de gefotografeerde vogels naamloos; wie eerlijk noteert, schrijft gons'/madeirastormvogel op. Er zijn twee omwegen die wél werken. De eerste is de broedtijd: de madeirastormvogel legt van half mei tot half juni en de desertasstormvogel pas in juli en augustus, zodat de vogels die in mei en juni 's nachts boven het massief roepen deze soort zijn. De tweede is de plek: wie 's nachts op Pico do Areeiro staat, hoort geen andere. Buiten de groep is verwarring eenvoudiger. Grote pijlstormvogel is groter en bruiner, met een witte halsband en een witte ondervleugel; kuhls en scopoli's pijlstormvogel zijn veel groter en trager met zware gele snavels; bulwers stormvogel is klein, egaal donker en heeft een lange wigvormige staart.
Leefgebied
Twee volstrekt verschillende werelden. Broeden gebeurt in aardholen op smalle, met bergheide en varens begroeide richels van bijna verticale rotswanden in het centrale massief van Madeira, tussen Pico do Areeiro en Pico Ruivo, op zestienhonderd meter en hoger — de enige zeevogel van Europa die zo hoog en zo ver van zee nestelt. De rest van het jaar leeft hij op de open Atlantische Oceaan, boven diep water en langs fronten en onderzeese bergen, waar hij 's nachts inktvis en kleine vis van het oppervlak grist zonder te gaan zitten.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Endemisch op Madeira, met een broedgebied dat je vanaf één uitkijkpunt kunt overzien: zes richels in het hoge midden van het eiland. De hele wereldpopulatie telt honderddertig tot honderdzestig volwassen vogels. Op zee zijn de vogels gevolgd tot ver in de Atlantische Oceaan, tot bij de Azoren en tot voor de Iberische kust, maar omdat ze daar niet van de desertasstormvogel te onderscheiden zijn, blijft de kaart buiten Madeira grotendeels giswerk. Ten noorden van de Golf van Biskaje zijn waarnemingen zeldzaam en worden ze vrijwel altijd als gons'/madeirastormvogel geboekt.
- Broedvogel (zomer)
Waar en wanneer kijken
Ga naar Madeira en ga 's nachts de berg op. Het natuurpark en de plaatselijke gidsen organiseren van juni tot begin september begeleide avondexcursies bij Pico do Areeiro, waar je na zonsondergang in het donker wacht tot de eerste vogels over de kloof binnenkomen en boven je hoofd beginnen te jammeren; je ziet ze bijna niet en je hoort ze des te beter, en het is de enige manier om de soort met zekerheid te kunnen noteren. Ga alleen met een gids en blijf op het pad: het gaat om zes richels boven een afgrond en verstoring is hier geen theorie. Overdag is een pelagische boottocht vanuit Machico of Funchal in juli tot september de kans op een zichtwaarneming, met de nadruk op scherpe foto's van de snavel — reken erop dat de meeste vogels als gons'/madeirastormvogel de boeken in gaan.
Staat van instandhouding
Bedreigd (IUCN: Endangered), en daarmee een van de zwaarst bedreigde zeevogels van Europa. In de jaren tachtig waren er nog maar enkele tientallen paren over; ratten die eieren en jongen namen en verwilderde katten die broedende volwassen vogels van de richels haalden, waren toen en zijn nu de hoofdoorzaak. Sinds het natuurpark op de richels aan rattenbestrijding en het wegvangen van katten doet, kruipt het aantal paren omhoog, genoeg om de soort in 2004 een trede te laten zakken van ernstig bedreigd naar bedreigd. Hoe smal die marge is bleek in augustus 2010, toen een bergbrand over de kolonie trok en drie volwassen vogels en vijfentwintig van de achtendertig jongen omkwamen. Daarnaast trekt de verlichting van de bergwegen en de dorpen uitvliegende jongen naar de grond, waar ze niet meer opstijgen; en één ei per paar per jaar maakt herstel na elke tegenslag traag.


