Alle soorten › Zangvogels › Leeuweriken › Kleine veldleeuwerik
Kleine veldleeuwerik | Alauda gulgula
Oriental skylark | Alondra oriental
De oosterse tegenhanger van onze veldleeuwerik, en in deze gids een vogel van één land. In de winter loopt hij in Israël tussen veldleeuweriken op natte akkers en langs de viskweekvijvers van de Hoela- en de Bet-She'anvlakte, en het hele probleem is hem dáár uit te pikken. Kleiner, korter van staart, warmer van kleur — en zonder één spatje wit in vleugel of staart.
Geluid
De zang lijkt op die van de veldleeuwerik, maar is ijler, sneller, schraler en korter van adem, met veel meer schrapende en zoemende motieven en volop imitaties; de zangvlucht duurt korter en blijft lager. In het kaartgebied hoor je die alleen in het voorjaar bij de kleine broedplaatsen in de noordelijke valleien. Wat je in de winter wél hoort is de roep, en die ís het verhaal: een nasaal, schrapend, langgerekt bzjèèr, soms verdubbeld, droog en kortaf. Leer die roep en je vindt de soort; leer hem niet en je loopt er tientallen keren langs.
Opname: Mike Prince — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons
Herkenning
Een veldleeuwerik op zakformaat, en dat is meteen de beste beschrijving. Gedrongen en kortstaartig, met een klein maar duidelijk oprichtbaar kuifje, van boven warm okerbruin met zwarte streepvlekken en van onderen roomkleurig tot roestgeel, met een zwaar gestreepte borst en een ongestreepte buik. De snavel is kort, spits en vrij dik voor een Alauda; de poten zijn vleeskleurig. Wat je moet zien is vooral wat er níét is: aan de achterrand van de vleugel zit géén witte streep, hooguit een smalle vuilwitte of roestgele zoom, en de buitenste staartpennen zijn roomkleurig tot roestbruin in plaats van zuiver wit. De vleugel is bovendien kort: de handpennen steken maar weinig voorbij de armpennen uit, waardoor de vogel kortvleugelig en hoogbenig oogt en de staart nog korter lijkt dan hij is.
Verwarringssoorten
Alles draait om de veldleeuwerik, waarmee hij hier in dezelfde velden loopt. Formaat: veertien tot zestien tegen zestien tot achttien centimeter — in een gemengde groep zie je dat, aan één losse vogel niet. Vleugelachterrand: bij de veldleeuwerik een scherpe witte streep die in vlucht als een lijn oplicht, hier niets van dien aard, alleen een smalle vuile of roestgele zoom. Staartzoom: bij de veldleeuwerik zuiver witte buitenste pennen, hier roomkleurig tot roestig, zodat de staart bij het opvliegen egaal blijft. Verhoudingen: kortere staart en een kortere handvleugel, wat hem gedrongener en meer piepervormig maakt. Kleur: warmer en roestiger, met een geler waas over de borst. En dan het beslissende, de roep: de veldleeuwerik rolt een droog tsjrrup, deze soort geeft een schrapend, nasaal en gerekt bzjèèr dat eerder aan een gors doet denken dan aan een leeuwerik. Wie in een groep één afwijkende roep hoort, heeft hem te pakken. De kortteenleeuwerik, die op dezelfde akkers loopt, valt af op zijn schone, ongestreepte borst met het donkere vlekje op de halszijde en op zijn dikke kegelsnavel.
Leefgebied
Vochtig, open cultuurland — geen woestijn. Luzerne- en klaverakkers, stoppelvelden, kort begraasd gras, de kale dijkjes en oevers rond viskweekvijvers en reservoirs, en de randen van moerassen. In Israël draait het om de Hoelavlakte en de Bet-She'anvlakte, waar geïrrigeerde landbouw en visvijvers naast elkaar liggen. Hij loopt in lage, open vegetatie en blijft zelden ver van vochtige grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Een Aziatische soort: van Iran en Centraal-Azië door het Indiase subcontinent tot China en Zuidoost-Azië, met noordelijke vogels die 's winters zuidwaarts wegtrekken. De westrand van dat hele areaal ligt in de Levant, en dus net binnen deze gids. In Israël is hij vooral wintergast, van oktober tot maart, in de noordelijke valleien; daarnaast broedt een klein aantal paren in de Hoela- en de Bet-She'anvlakte. Elders in het kaartgebied is hij een zeldzaamheid, met een handvol meldingen uit Turkije en omringende landen. In Europa komt hij niet voor.
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
December tot februari, in de Hoelavlakte of rond de visvijvers van Bet She'an, in de vroege ochtend. Rijd de landwegen af tot je een groep leeuweriken op een luzerneveld of een stoppel vindt, en werk die groep dan systematisch af — niet met de kijker over de vogels heen, maar op de telescoop, vogel voor vogel. Let eerst op formaat en staartlengte, en dan op de vleugelachterrand van iedere vogel die opvliegt. Zet ondertussen je oren open, want het schrapende roepje verraadt hem eerder dan het oog hem vindt. Reken op een halve ochtend.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (LC): het Aziatische areaal is enorm en de aantallen lopen in de vele miljoenen. Aan de westrand, in Israël, ligt het anders. Daar gaat het om een kleine, plaatselijke bevolking die volledig afhangt van geïrrigeerd akkerland en van de visvijvers in de noordelijke valleien; verdwijnen die vijvers, of schakelt de landbouw over op gewassen zonder open, korte vegetatie, dan verdwijnt de soort mee. Trendcijfers voor Israël zijn schaars, en omdat de vogel zo lastig van de veldleeuwerik te onderscheiden is, zijn de aantallen vrijwel zeker onderschat.



