Alle soorten › Zangvogels › Cettizangers › Maquiszanger
Maquiszanger | Scotocerca inquieta
Streaked scrub warbler | Prinia desértica
Een muis van een vogel: elf centimeter, waarvan een flink deel donkere, rechtopstaande staart, die tussen de dwergstruiken van een stenige woestijnhelling door schiet alsof hij over de grond rolt. De Nederlandse naam wijst de verkeerde kant op — met de maquis heeft hij niets te maken; dit is een vogel van gruis, steen en dorre struik.
Geluid
De zang is een kort, helder, klaaglijk fluitje van twee tot vier noten, tsii-tsii-tsjoe, waarvan de laatste omlaag zakt — een merkwaardig zuiver geluid in een landschap waar verder niets zingt. Het vrouwtje antwoordt vaak meteen met een droge ratel, zodat het paar samen één strofe lijkt te maken. Zingt het hele jaar, maar het meest van januari tot april, meestal vanaf de top van een lage struik of een steen en bij het eerste licht. Roepen: een rollend prrt en een scherp tsit, dat je in de regel eerder hoort dan dat je de vogel ziet.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein, rond en zachtgetekend. Bovendelen zandgrijs tot vaalbruin, met een fijn donker gestreepte kruin en flauwe strepen op de mantel; hoe droger het gebied, hoe bleker de vogel. De koptekening beslist: een scherpe donkere oogstreep met daarboven een lange, romige wenkbrauwstreep. Onderdelen vuilwit, aan de flanken en onder de staart warm roze-oker. De staart is lang, donker en getrapt, met witte punten aan de buitenste pennen, en wordt bijna altijd omhoog gedragen of nerveus heen en weer bewogen. Snavel klein en fijn, poten bleek roze tot oranje en verrassend lang. Geslachten gelijk. Hij vliegt zo min mogelijk: laag, zwak en meteen de volgende struik in.
Verwarringssoorten
Gestreepte prinia heeft ook een lange, opgewipte staart, maar mist de zwarte oogstreep en de romige wenkbrauwstreep, is lichter en warmer van tint en zit in tuinen, heggen en riet in plaats van in de steenwoestijn; zijn zang is een insectachtig zoemen, niet een fluitje. Woestijngrasmus en afrikaanse woestijngrasmus delen het terrein maar zijn effen zandkleurig zonder streping op de kruin, hebben een kortere staart, een gele iris en gele poten, en blijven meer in de struik. Leeuweriken van hetzelfde terrein lopen over open grond en hebben een lange, spitse vleugel en een korte staart; deze vogel scharrelt onder de struiken door en houdt de staart omhoog.
Leefgebied
Steen- en gruiswoestijn met verspreide lage struiken: wadibeddingen en hun oevers, keienhellingen, puinwaaiers onder rotswanden, verweerde plateaus en de dorre randen van steppes, van zeeniveau tot ruim tweeduizend meter in de Atlas. Zuivere zandwoestijn zonder struiken mijdt hij, net als bebouwing en irrigatie. Het nest is een bolvormig bouwsel van gras, wol en veertjes met een zij-ingang, laag in een doornige struik verstopt; buiten de broedtijd trekken families van vier tot acht vogels samen rond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Van Marokko en de noordrand van de Sahara oostwaarts door Tunesië, Libië en Egypte, over de Sinaï naar de Negev, de Judeawoestijn en Jordanië, en buiten het kaartvenster verder naar Arabië, Iran en Centraal-Azië. Binnen deze gids is hij dus een vogel van twee uithoeken: de Maghreb en de Levant. In Europa komt hij niet voor, en hij hoort tot de kleine groep soorten die je in het kaartvenster alleen aan de woestijnrand vindt.
- Jaarrond
- Winter
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Het eerste uur na zonsopgang in een wadi bij Sde Boker, in de Judeawoestijn of op een stenige helling in de Marokkaanse pre-Sahara. Ga stil op een steen zitten en luister naar het rollende prrt; de familie komt dan meestal vanzelf langs, van struik naar struik. Reken erop dat je hem eerst als een wegrennend grijs balletje ziet en pas daarna, als hij even op een struiktop klimt, de koptekening en de opgezette staart krijgt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC), wijd verspreid en in zijn eigen terrein gewoon. Zijn leefgebied is voor de landbouw waardeloos en wordt daarom nauwelijks omgezet, wat hem beschermt op een manier die weinig zangvogels van deze gids gegeven is. Waar het misgaat is plaatselijk: overbegrazing door geiten en kamelen die de lage struiken kaal vreten, het kappen van struiken voor brandhout, en de aanleg van wegen, groeven en zonneparken in de woestijnrand. Langdurige droogte drukt de aantallen tijdelijk, maar het gebied is groot en de soort komt terug.



