Alle soorten › Zangvogels › Grasmussen › Moltoni's baardgrasmus
Moltoni's baardgrasmus | Curruca subalpina
Moltoni's warbler | Curruca de Moltoni
Moltoni's baardgrasmus is de vogel van de Tyrreense Zee: Sardinië, Corsica, de Balearen en het noorden van Italië. Hij is de derde van de drie baardgrasmussen en tegelijk de makkelijkste, want hij verraadt zich met een geluid dat de andere twee niet hebben: een droge ratel, alsof er een staartmees in de macchia zit. Het mannetje is bovendien niet rood maar zacht zalmroze van onderen. De soort draagt de naam van de Milanese ornitholoog Edgardo Moltoni.
Geluid
De ratel is het handelsmerk: een droge, snelle trrrrt van ongeveer een halve tot een hele seconde, hard en houterig, precies het geluid van een staartmees of een winterkoning in de struik. Hij wordt het hele jaar en door beide geslachten gegeven en is het enige geluid dat de drie baardgrasmussen zonder foto uit elkaar houdt. De zang is een snelle, hoge, insectachtige babbel, wat ijler en gehaaster dan bij de andere twee, waarin de ratel er telkens tussendoor wordt gegooid — dat rateltje middenin de strofe is op zichzelf al genoeg. Gezongen wordt vanaf een uitstekende twijg of in een klein zangvluchtje boven het struweel, van eind april tot in juni, vooral in de ochtend.
Opname: Tanguy Loïs — CC BY-SA 4.0 · xeno-canto
Herkenning
Een kleine, langstaartige grasmus met een rode oogring. Het mannetje is blauwgrijs op kop en rug — koeler grijs dan de twee andere baardgrasmussen — en van kin tot buik zacht zalm- of rozerood, licht van tint en zonder scherpe grens; het roze loopt diffuus door tot op de flanken en de onderbuik. De witte baardstreep is kort en smal en valt nauwelijks op. De buitenste staartpennen zijn wit en op de een-na-buitenste zit een vierkant wit puntje, net als bij de westelijke baardgrasmus. Het vrouwtje is bruingrijs boven en roomwit met een lichte rozige waas onder, met de roodachtige oogring en een dun licht ringetje daaromheen. De soort komt later terug dan de andere twee en ruit zijn slagpennen pas in het winterkwartier, wat hem in het voorjaar een egaal, weinig gesleten kleed geeft.
Verwarringssoorten
De westelijke baardgrasmus en de balkanbaardgrasmus zijn de opgave — zie ook hun eigen pagina's, waar hetzelfde verschil vanaf de andere kant beschreven staat. Bij een mannetje in het voorjaar beslist de kleur van de onderkant, en die is bij Moltoni's roze in plaats van rood: een licht zalmroze dat vloeiend uitloopt, tegenover het warme oranjerood van de westelijke, dat ook uitloopt maar duidelijk dieper en oranjer is, en tegenover het diepe baksteenrood van de balkanbaardgrasmus, dat bovendien scherp tegen een witte buik staat. De blauwgrijze bovenkant en de korte, smalle baardstreep helpen mee. De staart is bij Moltoni's en de westelijke gelijk — een vierkant wit puntje op de een-na-buitenste pen — en scheidt dus alleen de balkanbaardgrasmus af. Bij vrouwtjes en eerstejaars is het kleed hopeloos, maar juist hier heeft deze soort een uitweg die de andere twee niet hebben: de roep. Moltoni's geeft een droge, ratelende trrrrt van bijna een seconde, als een staartmees of een winterkoning, waar de westelijke één droge tik tek geeft en de balkanbaardgrasmus een verdubbeld t-tret. Wie die ratel hoort, is klaar, ongeacht leeftijd en geslacht. Een vrouwtje kan verder op een kleine grasmus lijken, maar die heeft een breed roestbruin vleugelpaneel en geen rode oogring.
Leefgebied
Middelhoge tot lage struiken aan de rand van warme loofbossen, vooral van pluimeik, en hoge mediterrane macchia. Op Sardinië, Corsica en de Balearen is dat klassiek struweel van mastiek, aardbeiboom en cistus met wat opgaande bomen erin; in Noord-Italië zit hij lager en opener, langs bosranden, op verruigde hellingen en in het mozaïek van heggen, struweel en akkerland van de heuvels en de riviervlaktes. Van zeeniveau tot ongeveer 1.600 meter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt rond de Tyrreense Zee: op de Balearen, Corsica, Sardinië en enkele kleine Tyrreense eilanden, en op het Italiaanse vasteland van Ligurië en Piemonte oostwaarts door Toscane en Emilia-Romagna tot in de Marken. Overwintert in de westelijke Sahel, van de Atlantische kust tot in Niger en Noord-Nigeria. Hij komt laat aan, meestal pas half april of begin mei, en vertrekt weer vroeg. In Spanje is hij de baardgrasmus van de Balearen — Mallorca, Menorca, Ibiza, Formentera en Cabrera — en verder een schaarse doortrekker langs de oostkust. In Nederland is hij een uitzonderlijke dwaalgast, maar dankzij de ratel is hij daar juist bewijsbaarder dan zijn twee verwanten.
- Broedvogel (zomer)
- Doortrek
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Half mei op Mallorca of Sardinië, in macchia op een zonnige helling, vroeg in de ochtend. Zoek eerst met je oren: een droge ratel in het struweel die je bijna voor een staartmees aanziet, is deze soort. Loop er daarna langzaam op af en wacht tot het mannetje op een twijg gaat zitten; het roze in plaats van rode borstschild is bij goed licht meteen duidelijk. In het najaar geldt hetzelfde recept, en dan is het opnemen van de ratel het enige wat een vaal vrouwtje echt op naam brengt.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Het areaal is klein en versnipperd, maar binnen dat gebied is de soort algemeen, en op de Balearen, Corsica en Sardinië hoort hij bij de gewoonste zangers van het struweel. Omdat het areaal beperkt is, wegen plaatselijke ingrepen zwaarder dan bij de twee andere baardgrasmussen: bosbranden op de eilanden, bebouwing en toerisme langs de kust, en het opruimen van struweel en heggen in het Italiaanse cultuurland. Als lange-afstandstrekker die in de Sahel overwintert, deelt hij bovendien de wisselvalligheid van de regenval daar.



