Alle soorten › Nachtzwaluwachtigen › Nachtzwaluwen › Nubische nachtzwaluw
Nubische nachtzwaluw | Caprimulgus nubicus
Nubian nightjar | Chotacabras nubio
De kleinste nachtzwaluw van het gebied, en de meest plaatsgebonden: hij houdt het bij zoutmoeras met tamarisken rond de Dode Zee en in de Arava, en verder vrijwel nergens. Een vogel van een paar duizend hectare, die je op één avond kunt vinden en die je op één generatie kwijt kunt zijn.
Geluid
Geen ratel maar een herhaald tweelettergrepig roepje, een zacht en vol kow-wow … kow-wow, met een halve seconde ertussen, dat minutenlang doorgaat vanaf de grond of vanuit een tamarisk. Het mannetje klinkt helderder en hoger, het vrouwtje lager en hees; wie beide hoort, staat bij een paar. Het geluid draagt maar honderd of tweehonderd meter en gaat in wind meteen verloren. Het beste moment is een windstille avond rond volle maan in maart, wanneer de baltsvluchten op gang komen.
Voor deze soort is nog geen vrij gelicentieerde opname beschikbaar.
Herkenning
Klein en compact voor een nachtzwaluw: korter van staart en botter van vleugel dan zijn verwanten, met een rondere kop. Het verenkleed is grijs met veel roodbruin, met een warme, roestkleurige band in de nek en grote, gele tot roomkleurige druppelvlekken over schouder en vleugeldekveren, die er van dichtbij bijna geschubd uitzien. In de vlucht springen de grote witte handpenvlekken en de witte staarthoeken meteen in het oog, en dat bij beide geslachten — een verschil met de nachtzwaluw, waar alleen het mannetje ze heeft. De vlucht is kort, laag en fladderend, meer als die van een grote vlinder dan als het zeilen van de nachtzwaluw.
Verwarringssoorten
De egyptische nachtzwaluw komt in hetzelfde land voor en is de belangrijkste verwarringssoort: die is duidelijk groter, langer van vleugel en staart, en van een bleke, egale zandkleur zonder de rode nekband en zonder de grote witte vleugelvlekken. De nachtzwaluw is een doortrekker in dit gebied, groter en veel donkerder, en heeft die witte vlekken alleen bij het mannetje en dan kleiner en verder naar de vleugelpunt. Zit een vogel te ver weg om kleur te zien, dan helpt het formaat en de manier van vliegen: alles aan de nubische nachtzwaluw is korter en fladderiger. En let op waar je staat — buiten het zoutmoeras van de Dode Zee en de Arava is de kans op deze soort klein.
Leefgebied
Zoutmoeras met verspreide tamarisken is de kern: daar rust hij overdag en daar broedt hij, op de kale grond tussen de zoutkorst. Aangrenzend gebruikt hij rotsige vlaktes en schaars begroeide duintjes, en hij foerageert vrijwel altijd in de open ruimte — langs de rand van het moeras, boven bronnen en irrigatiekanalen en boven de groentevelden en kassen van de Kikar Sdom. Het zoute moeras en het open jachtterrein moeten naast elkaar liggen; ontbreekt er één, dan ontbreekt de vogel.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Een vogel van de droge streken rond de Rode Zee en de Hoorn van Afrika, die in het kaartvenster alleen zijn noordelijke uiterste bereikt. In Israël zit hij in het bekken van Sodom ten zuiden van de Dode Zee, in de noordelijke Arava en bij de noordelijke Dode Zee, met een handvol paren in de zuidelijke Arava; de Israëlische schatting komt op zo'n vijfenzeventig tot honderd paren. In Jordanië gaat het om een klein restant in de zuidelijke Ghor. Tot in de jaren tachtig was de soort ruimer verspreid over de Arava en de Jordaanvallei; die krimp is goed gedocumenteerd.
- Broedvogel (zomer)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Waar en wanneer kijken
Ga in maart of april op een windstille avond naar het zoutmoeras van de Kikar Sdom, en wees er een halfuur na zonsondergang. Blijf op de weg of op een bestaand spoor staan en luister eerst; het kow-wow wijst je de plek, en pas daarna zoek je met de kijker. Rijd na donker stapvoets: de vogels gaan op het asfalt zitten en blijven in koplampen roerloos zitten, wat hier de belangrijkste doodsoorzaak is. Ga het moeras zelf niet in — de nesten liggen op de kale grond en zijn onvindbaar tot je erop staat.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd (IUCN: Least Concern), want het grootste deel van het areaal ligt in Afrika. Aan de noordrand, in het kaartvenster, is het beeld heel anders: de Israëlische rode lijst zet de soort op kwetsbaar, een verbetering ten opzichte van de ernstig bedreigde status van rond de eeuwwisseling, maar met een populatie in de orde van honderd paren blijft elke ingreep zwaar wegen. Het omzetten van zoutmoeras in kassen en groenteteelt is de grootste post, gevolgd door bestrijdingsmiddelen, aanrijdingen en terreinrijden. Het instellen van reservaten in het bekken van Sodom is de directe reden dat het weer wat beter gaat.



