Alle soorten › Zangvogels › Spotlijsters › Spotlijster
Spotlijster | Mimus polyglottos
Northern mockingbird | Sinsonte norteño
Een grijze, langstaartige zangvogel uit Noord-Amerika die het repertoire van zijn buren overneemt en het 's nachts staat af te draaien. Beroemd van naam, uitzonderlijk als vogel: van Groot-Brittannië zijn drie aanvaarde gevallen bekend, van Nederland één, van Schiermonnikoog in oktober 1988.
Geluid
Hier zit de vogel. De zang is een eindeloze aaneenschakeling van frasen die stuk voor stuk drie tot zes keer worden herhaald voordat hij aan de volgende begint — dat herhaalpatroon is het beslissende kenmerk, want de katvogel herhaalt niet en de rosse spotlijster hooguit twee keer. Een groot deel van die frasen is geleend: fluitjes van andere vogels, maar ook kikkers, krekels, een blaffende hond, een piepend hek of een auto-alarm. Een mannetje beheerst in de loop van zijn leven zo'n tweehonderd verschillende zangtypen en blijft er levenslang nieuwe bij leren, met een apart voorjaars- en najaarsrepertoire. Hij zingt overdag en vaak diep in de nacht door; het zijn vooral ongepaarde mannetjes die dat doen, en het sterkst rond volle maan. De roep is een hard, schrapend tsjek.
Opname: Anonymous — CC0 · xeno-canto
Herkenning
Slank en langstaartig, iets groter dan een spreeuw maar veel eleganter. Bovendelen effen asgrijs, onderdelen vuilwit tot lichtgrijs, zonder streping. Twee dunne witte vleugelstreepjes op de gevouwen vleugel, en in de vlucht springen twee grote witte vleugelvlekken eruit, samen met witte buitenste staartpennen op een verder zwartgrijze staart. De snavel is zwart, recht en aan de punt licht gebogen; het oog is geel tot oranjegeel bij oudere vogels, grijzig bij eerstejaars; de poten zijn lang en zwart. Zit graag hoog en open op een draad, een hek of de top van een struik, met de lange staart omlaag of licht opgewipt, en rent en huppelt over kort gras. Jonge vogels hebben een gevlekte borst en een dof oog. Geslachten gelijk.
Verwarringssoorten
Voor de Europese waarnemer zijn de klapekster en de kleine klapekster de eerste gedachte: ook grijs boven, wit onder en met een wit vleugelveld in de vlucht. Maar die hebben een zwaar, aan de punt gehaakt snaveltje en een zwart masker door het oog, dat de spotlijster volledig mist; hun houding is horizontaler en hun staart korter en steviger. Van de andere Amerikaanse dwaalgasten uit dezelfde familie is de katvogel egaal leigrijs met een zwarte pet en een roestrode onderstaart, en de rosse spotlijster warm roodbruin met zwaar gestreepte onderdelen. Denk ten slotte aan een ontsnapte vogel: de soort werd vroeger massaal als kooivogel gehouden. Let daarom op gesleten staart- en vleugelpunten, een gesloten ring om de poot of een tamme, weinig schuwe indruk.
Leefgebied
In Noord-Amerika een vogel van de rand van de bewoonde wereld: tuinen, parken, kerkhoven, heggen, wegbermen, parkeerterreinen, boomgaarden en verruigd struweel. De combinatie is telkens dezelfde — kort gemaaid of kaal terrein om op te foerageren, met daarnaast een dichte, liefst doornige struik om in te nestelen en vanaf te zingen. Hij eet in de zomer insecten van de grond en in de winter vooral bessen, en verdedigt in beide seizoenen een territorium met veel misbaar: hij vliegt indringers traag achterna of loopt met gestrekte poten op ze af terwijl hij de witte vleugelvlekken openklapt, en valt daarbij katten, slangen en mensen aan. Het nest is een stevige takkenkom laag in een dichte struik, meestal onder twee meter.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld volgens EUNIS — de Europese standaard voor leefgebieden.
Verspreiding en trek
Broedt in vrijwel de hele Verenigde Staten, in het zuiden van Canada, in Mexico en op de Grote Antillen; in de twintigste eeuw is hij noordwaarts opgeschoven tot in New England en Ontario. Binnen het kaartgebied is hij een dwaalgast. Groot-Brittannië heeft drie aanvaarde gevallen: Saltash in Cornwall op 30 augustus 1982, Horsey Island in Essex van 17 tot 23 mei 1988 en een vogel die van januari 2021 in Exmouth in Devon via Surrey tot in Northumberland zwierf. Nederland heeft er één: Schiermonnikoog, 16 tot 23 oktober 1988. Een oudere vogel op Blakeney Point in Norfolk, augustus 1971, wordt in categorie D gehouden.
Waar en wanneer kijken
Realistisch gezien vind je hem niet door te zoeken maar door alert te zijn op een grijze, langstaartige vogel die zich in een tuin of langs een kustweg opvallend openlijk gedraagt. Een spotlijster gaat hoog en vrij zitten, rent stukjes over kort gras, spreidt daarbij met een schok de vleugels open zodat de witte vlekken oplichten, en laat zich vaak dagenlang op dezelfde plek zien. Meld zo'n vogel meteen en fotografeer de vleugel, de staart en de poot: de beoordelingscommissie wil de witte vlekken zien en ook een eventuele ring. Wie de soort gewoon wil leren kennen, hoeft in Noord-Amerika alleen een parkeerterrein op te lopen.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd en met een populatie in de tientallen miljoenen, al lopen de aantallen in delen van het Amerikaanse zuidoosten langzaam terug door het verdwijnen van heggen en struweel. In de negentiende eeuw werd de soort in het oosten van de Verenigde Staten zwaar bejaagd voor de kooivogelhandel — jonge vogels werden uit het nest gehaald en voor forse bedragen verhandeld — waardoor ze rond grote steden vrijwel verdween. Nadat die handel werd verboden, herstelde ze zich volledig en breidde ze zich zelfs noordwaarts uit. Voor Europa is dat verleden nog van belang: bij elke waarneming hier weegt de vraag mee of het om een vogel op eigen kracht gaat of om een ontsnapte kooivogel.




